22-05-08

Paths Of Glory

     Men zou bijna gaan denken dat de hele Grote Oorlog zinloos was, wat natuurlijk niet het geval was. Alle correctheid ten spijt, tussen het ‘incident’ in Sarajevo op 28 juli 1914 en de bloedige eindbalans in november 1918, was er natuurlijk reden genoeg om mekaar – en in ons geval: de bezetter – te lijf te gaan. Na de oorlog, en zeker na de oorlog daar op volgend, toen heel (West) Europa gedecoreerd was met militaire begraafplaatsen en monumenten, bekijken we deze slachtingen vooral uit pacifistische zin. Wat op zich een goede zaak is. Dat de oorlog een eigen leven begon te leiden en de modus operandi om hem te stoppen ver zoek was, leidde tot een nooit geziene tragische eindbalans. Maar toch: in 1914 was er een gegronde reden om de wapenrok aan te trekken. Als we militairen naar ‘den vreemde’ sturen om de orde te herstellen, waarom zouden wij op eigen grond i.g.v. een (derde) inval, de vijand niet te lijf gaan? Paroles, paroles,…

     Tarkus trekt ruim een decennium geregeld het veld in om de sporen van toen naderbij te bekijken. Noch de sporen in het landschap, noch de monumenten worden hier gespaard. In wisselend gezelschap werd het hele Westelijk Front – van Nieuwpoort tot zo goed als aan de Zwitserse grens – op foto vastgelegd. Door een luwte in de activiteiten de laatste jaren was er helaas nog niet veel gedigitaliseerd. Dit wil zeggen dat zowel ‘Flanders Fields’, De Artois, De Somme, De Champagne, Argonne, Verdun én de Elzas vroeg of laat terug ten prooi zouden vallen aan mijn vredelievende lens. De meeste paden waren al eerder betreden, maar toch dient er ruimte gelaten te worden voor enkele nieuwe plaatsen én invalshoeken. Deze week werd de queeste alvast op een uitbundige wijze ingezet.

     Terwijl velen zich blindstaren op ons ‘IJzerfront’ – en daarmee de waanzin van de Grote Oorlog in een oogwenk denken te kunnen bevatten, (werd er recentelijk weerom geen hoop schroot aaneengelast en tot monument verheven?) koos ik en mijn meer dan ooit gemotiveerde Frontschwein P., voor een bezoek aan de Artois. Deze streek in Noord Frankrijk heeft nu niet direct de meest toeristische connotatie. Een landschap, veelal gedomineerd door mijnterrils, industrieel verval en niet echt de hoogste levensstandaard, ligt natuurlijk niet geweldig in de markt. Maar dat is een foute inschatting. Deze regio oogt bijzonder fraai. Het glooiende landschap, met intensieve landbouw en de landschappelijk geïntegreerde restanten van de mijnbouw oogt vredig en nodigt uit tot een bezoek. Elk dorp is behoorlijk onder handen genomen qua infrastructuur, wat het rijden van het ene naar het andere zeker aangenaam bevordert. Ik zeg nu niet om de banlieus van Lens of Lille te bezoeken, noch de enorm snelle uitbreiding van de Zones Industriëlles of Artisanalles aan een onderzoek te onderwerpen. Dan kan je beter een excursie langs de A12 plannen. Toch biedt de streek voldoende bezienswaardigheden. Niet in het minste op militair historisch vlak. Elk dorp heeft zijn militaire begraafplaats en de vlaggen van zowel Groot-Brittannië, Canada als Australië zijn er even frequent zichtbaar als de Franse tricolore. De grote drommen bezoekers uit de overzeese gebieden waren er nog niet, wat een redelijk bewegingsvrijheid gaf tijdens onze activiteiten. Wie ook zeer aanwezig was, was de zon. Zelfs in die mate dat de monumenten bijtijds pijn aan de ogen deden. Het weer zat prima, het gezelschap was er klaar voor, het was weerom tijd om er eens op uit te trekken. Alle kaarten lagen goed, met een schat aan fotomateriaal tot gevolg.

     Eerstdaags vindt u dit terug op deze blog. Tot zolang moet u even op uw honger blijven zitten.

 

Teaser

Commentaren

Woeps ! Weerom aangenaam om lezen, ik kijk al uit naar de fotookes.
Tot gauw,
B

Gepost door: barbara | 23-05-08

De commentaren zijn gesloten.