08-05-09

Marc Hermans - Lifting Shadows of a Dream

Het volgende artikel is eentje dat ik al veel langer had moeten schrijven. Waarom dan nu pas? Omdat het ooit moest gebeuren en ‘because we know the time is short...’.

Terwijl we ons gemakkelijk vergapen aan de overdaad van muzikaal talent dat ons overspoelt en we even gemakkelijk met open mond naar een zoveelste cd luisteren, vergeten we soms dat er ook bij ons aardig wat talent rondloopt.

Het artikel is geschreven uit het oogpunt van een waarnemer, ook al gaat het over een (goede) vriend. Het is dan ook niet altijd gemakkelijk om objectief te blijven. Toch denk ik dat ik mijn best heb gedaan. Als er iets zou instaan dat niet voor 100% strookt met de realiteit, pas ik dat graag aan. Als het over details gaat, maakt het dikwijls niet veel uit. Het kan maar beter door iemand geschreven zijn die er bij was, zoals T.

De man in kwestie zal mij wel snel genoeg ter orde roepen als er iets compleet van de pot gerukt in staat. Direct. No nonsens. Zo is hij, zo ken ik hem en daarvoor waardeer ik hem. Hij zal het deze keer ook van mij ook moeten pikken. Daar is onze relatie op gebouwd. In the face. Up Yours!

 

1981: Defender of the Faith

Berchem, begin jaren ’80. Het zal je maar overkomen.

Je heet Marc Hermans, bent 16, 17 jaar en je muzikale helden zijn Judas Priest, Scorpions, Ted Nugent en Van Halen. Je klust je wat materiaal bij mekaar om je net als de heersende gitaargoden aan scheurende solo’s en strakke riffs te wijden. Je voelt op dat moment dat deze passie de rest van je leven zal beheersen. ‘Tokyo Tapes’ van Scorpions is je muzikale bijbel tot midden jaren ’80 Whitesnake, Dokken en ja, ook Europe je van je sokken blazen met hun meer gestileerde geluid en voor het eerst besef je dat het een lange weg zal zijn om op dat niveau te geraken. De akelige perfectie van een John Norum of George Lynch zetten nog meer druk op de ketel. Terwijl je vingers tot bloedens toe eindeloos toonladders afwerken, ervaar je hoe de scène weerom evolueert. Elk jaar duiken er nieuwe gitaartechnieken op. En je hebt de indruk dat je steeds achterop hinkt.

01 marc 88 xHet is 1987 en je krijgt je eerste echte band bij mekaar en repeteert in een vochtig hol. Maar dan komt de eerste échte klap. Je woont namelijk in België en dat is een gruwelijke vaststelling. Op muzikaal vlak kan je evengoed op de achterkant van Pluto wonen. België heeft dan buiten de landsgrenzen nog niet veel van zich laten horen. Enkele blitse new-wavebandjes zorgen wel voor een Belgische scène, maar enkel De Kreuners weten te overleven. De media maakt zichzelf wijs dat we op de kaart komen via New Beat. Een jaar later is ook dat voorbij.

 

1987: Bad boys running wild

In 1987 hoor ik van een band die naast de JC  in Schoten, waar T. al eens plaatjes draait, repeteert. Ze heten CROSSHEAD en natuurlijk ben ik geïnteresseerd. Enkele weken later spelen ze in de nog erg jonge Biebob en via een gemeenschappelijke kennis wordt ik gevraagd om foto’s te nemen. Daar geraken Marc en ik aan de praat – blijkt dat zijn vrouwtje een oude klasgenoot van mij is. De week erop gaan we collectief in Vorst naar Dio kijken en het ijs is volledig gesmolten. Niet veel later wordt Tarkus roadie bij de band. Sindsdien zijn onze wegen onafscheidelijk. Een jaar later ziet de band de toekomst rooskleurig tegemoet. De demo’s slagen vrij goed aan en er ontstaat een trouwe fanbase. En het wordt nog beter! Niet alleen winnen ze een wedstrijd – écht waar – van het weekblad Joepie en krijgen ze de middelen om professionele opnames te doen! Er zit een heuse elpee in de pipeline!

04 crosshead vooruit 2 xAls promotie van de komende plaat wordt er een management aangetrokken en krijgen ze met supportband Stallion de Gentse Vooruit quasi volledig gevuld. En wat was het voor een show! Theatrale elementen zoals een fantasy-decor, blitse outfits, en – ook echt waar – een vuurspuwende drummer (Wim Leys), maken het een avond om nooit te vergeten. Zie dit wel in de tijdsgeest. De euforie is groot. Maar kort. In Tilburg (Noorderligt) mag Crosshead nog een avond openen die wordt afgesloten door het dan nog redelijk onbekende Soundgarden.

Enkele weken later was ik aanwezig bij de eerste beluistering van de opnames en het was even slikken. Was dit een metalband? De opnamesettings stonden blijkbaar nog in de ‘Paul Severs – modus’. Kortom, het leek nergens naar. Exit droom, de elpeecover is een pijnlijke herinnering aan het resultaat van Belgische desinteresse. Niemand geeft een fuck om een Antwerpse metalband. Metal is passé, valt niets aan te verdienen. Why bother?

Crosshead speelt nog wel op een motortreffen of twee, een jeugdclub of drie, maar dan rommelt het intern. Andere zanger, ander kot, discussies, frustratie, tot de bom ontploft en het doek valt over de band. En dat is best jammer, want Belgische bands als en Killer werken ondertussen – en zeker niet geremd door de grunge-rage – nog keihard aan wat moet worden: een Belgische metalscène. Helaas geldt ook voor hen hetzelfde credo: je speelt alle jeugdclubs plat op een maand of twee en iedereen heeft je gezien. Een kleine ondersteunende rol in de buurlanden is je deel. Killer weet te overleven door hun non-conformistische houding en houdt ook vandaag nog aardig het hoofd boven water.

Marc heeft geen tijd om in zak en as te zitten. Ondertussen aardig voorzien van professioneel materiaal en een hoofd vol ideeën, werkt hij aan zijn techniek. En dat levert op. Joe Satriani is al sinds enkele jaren de enige grote échte vernieuwer en is op dat moment dé gitaargod. Het motto luidt dus: werken aan geluid, vingervlugheid, kortom een deftige upgrade van het gitaarspel. Maar ook het songschrijven wordt onderhouden.

  

1992: Screaming for Vengeance!

Met een verse bassist, Glenn, oud Crossheadgitarist Ronald en drummer Marc Peeters wordt een nieuwe band opgericht, REVENGE. Zanger Jan De Fré wordt er bijgehaald en in deze bezetting moet het gaan lukken. Tot het plots zonder Ronald moet; een kleine bevrijding voor Marc want als mastermind van de band heeft hij nu volledige vrijheid om zijn gitaarwerk te laten schitteren zonder te moeten afrekenen met iemand anders. In Glenn vindt hij een goede tekstschrijver en een eerste demo is een feit. (tapetjes om te koesteren!)

08 promo xDan komt Peter De Wint (Crossfire, Ostrogoth) op de proppen. Peter zingt op dat moment in de hardrockband Mystery en is tegelijk een niet onaardige producer en vooral geluidsman, een taak die hij tot op vandaag vervult (WASP, Glenn Hughes, Jeff Scott Soto,...)

Peter zal de eerste mini-cd van Revenge producen. Het resultaat is excellent. Een zevental songs, van heavy rock tot ballads, mid-tempo en regelrechte heavy metal knallen van het schijfje. Het ziet er weer wat rooskleuriger uit. Het viertal weet zich te bewijzen door zowat overal te gaan spelen. Geen café of JC is te klein om alles binnen te stouwen. Het waren soms lange nachten en korte dagen daarop…Veel gelachen, dat wel.

Maar dezelfde piste doemt op: na een jaar zijn ze rond en voor je het weet speel je nog enkel voor dezelfde trouwe fans. Dezelfde koppen als in je stamcafé. Toffe peren, en zeer trouw, maar daar alleen red je het niet mee. Voor Marc begint het nu wel duidelijk te worden. Als rockmuzikant – of erger – metalgitarist – ben je in België slecht af. Je leeft onder een grote natte steen en je geraakt er niet onderuit. De alternatieve scène bloeit, Scorpions, Priest en Iron Maiden brengen ‘the same old songs & dance’. Bovendien krijgt Jan ernstige stemproblemen waardoor elk optreden eerder lijkt op ‘net niet verzuipen’.

  

1999: Winds of Change

Progressieve bands als Dream Theater of Fates Warning maken wel indruk, maar daar is geen beginnen aan. Tegen dat dat in je vingers zit is het weeral voorbij. Onterecht zou later blijken. Het feit dat we in de hardrock en metal voor een ware vulkaanuitbarsting staan is op dat moment nog niet duidelijk.

Het stuur wordt omgegooid. Na een bezinningstijd wordt er voor een meer commerciële weg gekozen. De drang om live te gaan spelen is groot en onder invloed van de vele goede coverbands worden er nieuwe plannen gemaakt. Ondertussen is Marc’s techniek en smaak zo polyvalent geworden dat we op de setlist werk terugvinden van zowel  Bryan Adams, Tina Turner als Glenn Hughes. Met zangeres Patricia lijkt een nieuwe toekomst weggelegd voor het podiumbeest in Marc. De band maakt zich voor het veelal mannelijke publiek sympathiek door de verschijning van Patricia, maar het zijn vooral de gitaaruitbarstingen van Marc die het opwindend houden. Enkele goede optredens volgen, Tarkus mag daar kortstondig deel van uitmaken, en een nieuwe mini-cd onder de naam INNOCENT VOICE, wordt opgenomen. Hier en daar rijst vanuit het publiek de vraag wanneer Marc weer ‘heavy’ gaat…

10 innocent voicexMaar iets blijft sluimeren; Marc voelt zich eerder goed bij nummers van Scorpions dan, pakweg, Sade. Onregelmatige repetities, personeelwissels, discussies, kortom, onrust maakt eerder deel uit van de repetities dan dat er effectief gewerkt word. De band is wat stuurloos, wil alles doen en kunnen, maar weet niet écht welke richting ze uit moet.

Nog voor de band écht tot een hoogtepunt komt, wordt de handdoek in de ring gegooid. Marc moet zich herbezinnen. Zich inwerken in een coverband en louter de rol van gitarist op zich nemen? Misschien alles verkopen en gaan vissen? Het zijn opties. 

 

2003: Why did you do that thing to me?

Onder invloed (en als groot bewonderaar) van Glenn Hughes’ funk/rock, wordt er voor een middenweg gekozen. FUNKWORKS heet de nieuwe boreling en samen met zanger Reza Pahlavi wordt er een demo gemaakt boordevol cityfunk in de stijl van Average White Band.

Bassist Glenn – die een meer dan ruime smaak heeft – wordt terug gerekruteerd en er wordt een selectie van funksongs gekozen waaronder standards als  Sam & Dave’s  ‘Soul Man’ Stevie Wonder’s ‘Superstition’ en Commodore’s ‘Brick House’. Maar ook songs van Jamiroquai en INXS en enkele eigen songs leiden tot een uitgebreide setlist die zorgt voor enkele erg funky feestjes in menige taverne. 11 FunkworksZanger Reza is een prima frontman die zowel vocaal als qua uitstraling het beste is wat ze ooit zijn tegengekomen. De band heeft pit, een eigen geluid, oogt goed en ligt goed in de markt. En de vrouwen heb ik ook niet horen klagen. Funkworks had zoveel meer kunnen zijn maar ook hier bleek het plaatje niet helemaal te kloppen.

Een blazer kwam en ging, maar een toetsenist was meer welkom geweest. Er wordt ad interim beroep gedaan op Filet d’Anvers’ keyboardspeler, maar ook dit bleef niet duren. De band was goed, maar het kon veel beter. En Marc – als perfectionist – wòu beter. Als de drummer op een dag forfait geeft, is de teerling geworpen. Persoonlijk vind ik het nog steeds jammer dat deze band ter ziele is gegaan, maar het is nu eenmaal zo.

  

2006: Back for the Attack!

Bassist Glenn blijft ondanks de vele conflicten overeind. De onderlinge relatie blijkt tegen de vele verschillen bestand . Marc duikt in zijn kelder, bouwt later in huis een homestudio en werkt aan nieuw materiaal. Glenn wordt er opnieuw bijgehaald en Voor ze het beseffen zijn Marc en Glenn alweer aan songs aan het werken. Een nieuw project, Jake’s Revenge wordt op poten gezet. Ergens in het havengebied wordt een cabin gehuurd en met een nieuwe drummer wordt er keihard en ambitieus gewerkt aan het nieuwe materiaal. Richting: progressieve powermetal. Het kan keren.

Maar dan treden de typische problemen weer op. En deze zijn eerder van logistieke aard. Bandleden kunnen het niet altijd opbrengen om tijdig aanwezig te zijn. Daarenboven blijft de roep op een keyboardspeler als roepen in de woestijn. Net zo voor een consistente zanger. Het wordt een komen en gaan en uiteindelijk blijven Marc en Glenn alleen achter. En dan is het havengebied wel erg groot. En leeg.

Voor Marc is het nu meer dan voldoende. Hij vertrouwt mij toe dat hij nooit meer in een band zal spelen en dat hij met het tot dan quasi afgewerkte materiaal zelf aan de slag gaat. Hij duikt zijn studio in, laat weinig van zich horen maar luistert veel naar Dream Theater, Ayreon, Vanden Plas. Hij laat zich meeslepen naar jongere bands als Evergrey, Kamelot of Symphony X. Geen gedoe met verplaatsingen na de dagtaak, geen verplichtingen qua tijd. Ja, dat hij bezig is met iets groots, dat moeten we regelmatig horen. En dat we geduld moeten hebben. Deze stoofpot van stijlen, samen met een nooit verdwenen liefde voor true heavy metal en een nieuwe manier van werken, zorgt er voor dat hij een ton aan materiaal vanuit zijn hoofd naar de harddisk kan overzetten. Maar wat gaat het resultaat zijn? 

 

2009: A Change of Seasons

 Tot ik recentelijk op uitnodiging het bijna – wegens geen zanger – afgewerkte product mocht gaan horen. Het leek of alles samenviel. Bijna dertig jaar aan muzikale invloeden, frustratie, techniek komen samen in de songs die ik daar te horen kreeg.

En nu heb ik voor mij de demo liggen. Niets officieels natuurlijk, een naam heeft het project vooralsnog niet gekregen. Het heeft ook nog geen gezicht of logo. Maar het doet je wel naar adem grijpen. Is dit dezelfde man van Revenge uit ’97?

Marc Space XDit is duidelijk een andere gitarist/componist. Wat hier te horen valt, is niet onder één noemer te noemen. Als rockfanaat zou ik hier aan een zondvloed van namendropping kunnen doen, maar misschien is het nog het best te vergelijken met het hardere werk van Arjen ‘Ayreon’ Lucassen. Of toch niet. Symphony X meets Evergrey meets Satriani? Genoeg ermee.

 

Dit is Marc Hermans’ meest ambitieuze project tot hiertoe. Zonder band, dus zonder muzikanten om het live te gaan uitvoeren; enkel met ondersteuning van Glenn, maar vooral veel transpiratie. Marc heeft bijna alles zelf ingespeeld, wat hem een absolute vrijheid bood om alles echt te laten rijpen en opnieuw te doen tot hij echt tevreden is. En de vruchten zijn zoet.

Opener ‘Back In Line’ is nog een klassiek Hermans nummer, sommige stijlfiguren zitten nu eenmaal voor altijd in zijn vingers. Vooral de solo’s zijn herkenbaar. Dit is zeker geen minpunt, want een gitarist die helemaal niet herkenbaar is, dat is pas erg. Als iemand die de man nu ruim 20 jaar op de voet volgt, hoor ik wel dat er behoorlijk wat evolutie in zowel spel- als opnametechniek te horen is. Ook het totaalgeluid, de mix van de verschillende gitaarpartijen zit perfect. Een stevige opener, zeker, nu nog een sterke zangpartij!

Dan volgt het eerste hoogtepunt van de cd. ‘Hallowed Ground Pt1’ is dan toch een eerder klassieke metalsong. Ik denk aan Iron Maiden’s ‘Ancient Mariner’, ik hoor Bruce hier al op zingen. In het midden wordt het pas écht genieten. Een klein gallopje effent het pad voor een zeer melodieuze solo. Ik hoor hem dingen doen die ik voor onmogelijk hield. De verschillende lagen smelten ook hier perfect samen. Veel beter kan het niet worden.

‘Damned’ is een beetje vreemde song. De droge proggie intro belooft een song in die stijl, maar dat wordt het niet. De ruimte die voorzien is voor zang, lijkt me ook wat benepen. Instrumentaal is dit nochtans een lust voor het oor. Vooral het rustige middenstuk met zijn Vai/Satriani invulling is héérlijk. Ik denk dat dit nummer instrumentaal al sterk genoeg staat, zang lijkt me overbodig.

‘Bad Boogie’ is de eerste ‘leuke’ song. Hiermee laat Marc zijn voorliefde voor Satriani’s ‘Extremist’ horen. Het drumwerk is – ondanks de beperkte middelen – lekker opzwepend. Dit kan niet méér swingen dan het al doet. Effe ‘Top Gear’ bellen als ze een nieuwe tune nodig hebben!

‘Crash & Burn’ ligt in hetzelfde straatje, maar wekt met zijn dissonante intro toch wat spanning op. Ik hoor echo’s van George Lynch’ ‘Mr Scary’.

‘No More Tears’ zorgt voor een rustpunt. Dit mooie mid-tempo stuk biedt tal van mogelijkheden voor toekomstige zangpartijen.

‘Voices’ opent met dubbel gitaarwerk. En dit gaat in crescendo. Net als de spanning er wat uitgaat komt Marc opzetten met een terug erg herkenbare gitaarsolo. Mooi gedoubleerd en gedoseerd. Een beetje een vuller, maar best goed.

‘Hallowed Ground Pt1’ is een de nageboorte van ‘Pt1’, het lijkt me op het eerste gezicht wat overbodig, maar als eventuele afsluiter van de cd zou het beter tot zijn recht komen. Uiteraard weerom boordevol vinnig gitaarwerk.

‘Cruel Love’ spreekt me iets minder aan. Misschien omdat we tot hiertoe al erg verwend zijn? Ik ga er van uit dat een sterke zanglijn dit nummer kan optrekken.

‘Just like it is’ vind ik dan weer een uitdaging. Beetje dreigende doomy akkoorden trekken de song op gang om op dreef te komen middels een gallopje waarin Marc even loos gaat alvorens terug in te houden om met een waarlijk zeer sterke melodieuze solo naar het einde toe te gaan.

‘No Negotiation’ heeft hij zelf ingezongen. Ik heb Marc vroeger al genoeg horen zingen om te weten wat zijn sterke kanten zijn. En een mens wordt ouder. Ik denk dat deze zangpartij erg veel van hem vergde. Het is niet slecht, het past wel bij de song, maar het verhoudt zich eerder zoals ‘Den Yngwie’ al eens een song pleegt te zingen: er wat over, maar een mooie geste. De song is behoorlijk heavy, met gedown-tunede gitaren en heavy riffs. Erg up-to-date, maar een beetje ééndimensioneel.

Afsluiter ‘Murdering Fields’ is weer een echt kolfje naar zijn hand. Een mid-tempo rocker met fraaie gitaartussenkomsten en zelfs voor mij verrassende wendingen.

 

Wat moet ik hier allemaal uit besluiten?

Dat het huidige project het summum is van Marc’s kunnen? Ik weet het niet. Het is zeker het meest volledige werk dat hij ooit gebracht heeft. De cd bevat elementen die ik erg kan smaken, gevat in sterke songs, kent weinig ‘vulling’ en is afwisselend genoeg om elke metalfan te boeien. En vooral sta ik versteld van de opname op zich. Het ontbreken van de zangpartijen zorgt soms voor wat leemtes, maar je wordt er dan ook niet door afgeleid. Als ik deze muziek zou horen bij mijn cd-boer, zou ik wel gaan vragen wat het is.

Marc heeft nooit ondermaats gepresteerd, ik zou eerder stellen dat de lat altijd erg hoog heeft gelegen.  Het gebrek aan valabele muzikanten die net zoals hij meer dan gemiddelde inzet vertonen hebben altijd een hypotheek gelegd op de vele projecten.

Ik hoop dat dit project zich mag manifesteren in een heuse cd. Ik ben er van overtuigd dat hiervoor een markt is, maar tegelijk ben ik een beetje bang voor de snel veranderende scène. In een landschap waar een Milk Inc of dEUS elke ontlasting in het lang en breed mag komen presenteren, lijkt het weer een droom die op voorhand al voorbij is.

Er is in België nochtans terug een echte metalscène, maar ook die verandert snel. Ze wordt telkens harder. Death, thrash en metalcore floreren, het zijn frustraties die geuit worden. Voor progressieve metal hou ik mijn hart vast. Het vergt immers wel wat motivatie van de luisteraar.

 Hoe dan ook, dit ijzer moet gesmeed worden, en wel zo snel mogelijk.

http://www.myspace.com/marc_hermans

 

15:04 Gepost in Muziek | Commentaren (2)

Commentaren

Hoor ik daar op de achtergrond niet Beethovens " Ode aan...." Het is bijna een heuse biografie. Maar inderdaad, je zou gaan denken, what a waste of talent! Met de juiste mensen rondom Marc zou het wel anders kunnen gelopen hebben. Het lot heeft echter anders beslist. Ik ben er zeker van dat Marc nog niet op zijn muzikale hoogste top zat of zit. Het laatste wat ik van hem hoorde , in een besloten gezelschap, was een instrumentaal stukje symfo-prog waarvan ik dacht dat het het beste, rijkste en compositorisch meest ontwikkelde was dat hij tot dan gedaan had. Moest het op een album van een bekende groep gestaan hebben had ik het direct geloofd. Maar ja, we zitten hier nu eenmaal in een F*ckin' apenland waar dit soort creatieve mensen niet veel toekomst, om niet te zeggen ,geen, hebben.
Ik zeg dan maar, zolang men er zelf plezier en genoegdoening van heeft..... En wij kennen s'mans capaciteiten.
Keep on Rockin' Marc.

Gepost door: Robert of NYC | 13-05-09

engeltje is fier .....

Gepost door: mieke | 13-05-09

De commentaren zijn gesloten.