08-04-11

Magnum, 05/04/11, Biebob

 

magnum,biebob,bob catley

(Live in the Kingdom of Madness…)

Dit was er weer eentje om naar uit te kijken!

De oer-Britse band MAGNUM is een band die mij nog nooit heeft teleurgesteld. En ondanks dat niet al hun platen even straf zijn, weten zij telkens een set samen te stellen die meer dan overeind staat. Zo ook dinsdagavond in een gezellige maar niet volgepakte Biebob. Magnum is echt wel een bijzondere band. Maar dat zeg ik nogal veel, niet? Voor wie Magnum niet (goed) kent, even een kleine introductie (internet is tenslotte toch een informatie-tool, niet?) 

Magnum werd opgericht in Birmingham (zoals Judas Priest & Uriah Heep) door Bob Catley en gitarist Tony Clarkin in 1972. Vandaag vormen deze heren nog steeds de kern van de band. Nog voor zij in 1978 hun debuut afleverden met ‘Kingdom of Madness’ – een song die ook nu nog in de setlist zit – mochten zij mee op tour met Judas Priest op hun ‘Sin After Sin’ tour. Magnum lijkt vandaag de dag mijlenver verwijderd van de heavy metal van Priest, maar het leverde hen toen wel genoeg exposure. Al snel gingen zij de hort op met de groten van toen: Whitesnake, Def Leppard, B.O.C.. Maar in tegenstelling tot deze bands ontwikkelde Magnum een gevoel voor drama, meer progressieve songs en soms over-the-top arrangementen. Samen met anderen stonden zij aan de wieg van wat we vandaag ‘Pomprock’ noemen. Je moet het gehoord hebben om het te begrijpen.

Na een mindere ‘Magnum II’ volgde ‘Chase The Dragon’ waarop zij met tracks als ‘Soldier of the Line’ en ‘Sacred Hour’ de eerste klassiekers in hun repertoire smokkelden. Een set op het Reading Festival in 1983 was hun deel. Met ‘On a Storyteller’s Night’ leverde de band in 1985 hun absolute meesterwerk af. Tot op vandaag worden daar verschillende songs uit gespeeld. Alles bleek toen volledig te kloppen: de muziek werd volledig weerspiegeld in het artwork van semi-vaste coverartiest Rodney Matthews. ‘Vigilante’ (1986), niet meteen hun beste album, leverde met de titeltrack wel een van de hoogtepunten voor hun set tot op vandaag. Net toen het niet beter kon brachten zij ‘Wings Of Heaven’ (’88) uit, een album met zowel radiovriendelijke songs (‘Start Talking Love’) als bombastische epics zoals ‘Wild Swan’ en ‘Don’t wake the Lion’. Middels een meer gestroomlijnd jaren tachtig geluid leverde dit hun grootste commerciële succes op ooit. Toen keken ze naar de USA om hun volgende album ‘’Goodnight L.A.’ op te nemen. Ondanks dat de kritieken niet van de lucht waren wegens de meer recht-toe-aan aanpak van de songs, vind ik dit album toch zwaar onderschat. Na het tegenvallende ‘Rock Art’ uit 1994 trok Tony Clarkin de stekker er uit. Dit leverde Bob Catley de kans om aan een indrukwekkende solo-carrière te beginnen. Clarkin kon met Hard Rain amper brokken maken terwijl Catley met als songschrijver Gary Hughes ons echt kon verblijden met zijn iets stevigere aanpak.

In 2002 kwam Magnum terug bij mekaar, nu met nieuwe leden Al Barrow (bas) en Harry James (drums, ex-Thunder). De albums ‘Breathe of Life’ en ‘Brand New Morning’ zijn m.i. best ok maar de magie was nog niet volledig aanwezig. Beter waren ‘Princess Alice and the Broken Arrow’ en ‘Into the Valley of the Moonking’, twee albums die naast een indrukwekkende titel ook meer boter bij de vis leverden. Recentelijk kwam daar ook nog ‘The Visitation’ bij, een album waar ik redelijk weg van ben. Om deze nog te promoten toeren zij nu de wereld rond.

Hoe dan ook: dinsdag was het eerst de beurt aan ene Gwyn Ashton, een bluesgitarist van down under. Vergezeld van een jonge drummer die echt wel van wanten wist, bracht deze man een stevige set van toch wel erg overstuurde bluesrock. Met flarden Rory en een knipoog naar Hendrix wist hij toch de aandacht te houden. Ik zeg ‘overstuurd’ maar op ’s mans geluid zat meer effect dan ik ooit voor mogelijk hield. Zijn tapijtgrote verzameling pedalen deed het al vermoeden. Maar het moet gezegd worden: om met twee zoveel impact te krijgen op een lauw reagerende zaal, je moet het maar doen. Dus echt opgewarmd werd ik er zelf niet van maar dat ligt aan mij; ik ben geen blues-man. Geen tijd daar voor. Magnum heeft wat mij betreft ook geen opwarmer nodig. Met de live-cd ‘The Spirit’ (1991), mijn favoriete Magnum live-album, vind ik toch, stevig klinkend in de auto, was ik al meer dan opgewarmd.

110405 Magnum 003.JPG

110405 Magnum 064.JPG

Het volgende ruim anderhalf uur volgde een bloemlezing uit het beste van de MAGNUM en veel meer. Na afloop stel ik vast dat de vorige twee erg pompeus uitgebrachte albums weinig werden aangesproken. Gelukkig werd de recentste ‘The Visitation’ meer dan aangeboord. Hier staan dan zonder twijfel ook enkele klassiekers in spe op.

Opener ‘Back to Earth‘ was nu niet direct een straf begin maar pvolger ‘When we were younger’ beantwoordde dan weer perfect aan de stijl en inhoud van de band. De stem van Bob Catley maakt in combinatie met de tekst toch telkens wat los. Het refrein werd dan ook gelijk door het publiek overgenomen. ‘Wild Angels’ klonk me in tegenstelling tot wat de tekst laat wermoeden, nogal plat en lusteloos, maar dan werd er in een andere versnelling geschakeld. Catley & co waren duidelijk opgewarmd en ze zetten ‘Brand New Morning’ in, een stevig nummer met een geweldige groove waarop toch al een weinig bewogen werd door het opvallend bezadigde publiek.

01.JPG

02.JPG

03.JPG

04.JPG

Na het nieuwe en meeslepende ‘Mother Nature’s Final Dance’ weerklonk de intro van ‘How Far Jerusalem’, een nummer dat gerust als staalkaart voor het geluid van de band mag dienen. Live klinkt dit natuurlijk nog extra vet wegens het improvisorische middenstuk. Hier kon gitarist Tony Clarkin (toch al 64 ondertussen…) even zijn gang gaan. Helaas deed hij dat nogal bescheiden. Niet dat ik hem ga nadoen, maar hier had meer ingezeten, getuige de vele liveregistraties. Clarkin lijkt in die zin op Tony Iommi dat hij af en toe eens kijkt of iedereen er nog is, en zich verder vragen stelt bij de kleur van de vloerverf. Dat is niet nieuw, de man is nu eenmaal zo en hij doet zijn werk verder prima. Magnum is nu eenmaal geen band van instrumentale ego’s en zal zeker nooit herinnerd worden om zijn virtuositeit. Het bandgeluid langs de andere kant is uniek en coherent.

05.JPG

06.JPG

07.JPG

Wie Bob Catley al eens aan het werk heeft gezien moest dan ook vaststellen dat de man niets van zijn presence verloren heeft. Letterlijk misschien de kleinste rockzanger ooit, maar gezegend met een unieke stem en een opvallende podiumpresentatie, is het toch telkens een bizarre verschijning. Zijn smoelentrekkerij en pathos is al de helft van het ticket waard… Heel de band (met uitzondering van Clarkin, ha) lijkt zich geweldig te amuseren en is het publiek erg genegen. Catley streelt al eens graag iemand over het hoofd en bassist Al Barrow proest het regelmatig uit. Toetsenist Mark Stanway lijkt wel een sfinx achter zijn klavieren maar heeft natuurlijk zijn handen vol om het Magnumgeluid compleet te maken.

08.JPG

09.JPG

10.JPG

Nog een hele greep uit het nieuwe album volgde: ‘ Freedom Day’ en ‘Black Skies’, wat naar hun normen wel erg stevig is. In de laatste rechte lijn werd de kaart van de klassiekers getrokken en ingezet met ‘All England’s Eyes’, op kookpunt gebracht met ‘Vigilante’ en afgewerkt met ‘Kingdom of Madness’. De band trok zich even terug alvorens nog twee ‘extraatjes’ te brengen. ‘On a Storyteller’s Night mocht zeker niet ontbreken en sloot deze set definitief af.

Wat een geweldige avond voor liefhebbers van classic- progressieve (hard)rock!

11.JPG

12.JPG

13.JPG

14.JPG

Meer foto's op de Picasa Web!

 

09:59 Gepost in Muziek | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.