20-05-11

Normandië, deel 2 (10 mei '11)

 

dag 3 OPEN 2.JPG

Dinsdag 10 mei. Een nieuwe dag en de zon brandt al fel in een nagenoeg wolkenloze hemel. Daar hou ik van, vooral op vakantie. Na een Frans ontbijt (herkenbaar aan de plakkerige vingers na datum) zijn we er helemaal klaar voor. Veiligheidshalve toch maar met de gps uit de stad want het is weer vet druk op de ring. Eens weg uit Caen rijden we zoals echte venten rijden: met een Michelin in de hand dus.

En Crépon verwelkomt ons. Het monument voor het 6e Bn Green Howards nodigt zeker uit voor een korte stop. Op een didactische plaat wordt het hele verhaal van hun deelname in de landing uitgelegd. Komende van Gold Beach ploeterden zij enkele dagen door mijnen- en prikkeldraadversperringen, constant onder vijandelijk vuur alvorens zij de regio konden stabiliseren. Uiteraard is dit monument gewijd aan alle slachtoffers van de eenheid, maar het is de heldhaftige actie van Adjudant Stanley E. Hollis, welke op zijn eentje meerdere lastige Duitse mitrailleursnesten uitschakelde, wat dit monument op deze plaats verantwoord. In Crépon redde hij nog verschillende strijdmakkers tijdens de bestorming en beschieting van een Duits artilleriepositie. Tijdens deze actie was hij reeds gewond in het gelaat. Het stijlvolle beeld van een uitrustende Hollis na de actie straalt rust en vastberadenheid uit. Hij won hier niet voor niets het Victoria Cross mee. Hij overleed in 1972. Voor ons, meerwaardezoekers, alvast een mooi begin van een eerder vredevolle dag.

12 Crepon 4.JPG

 

Arromanches-les-Bains, zoals het voluit heet ziet er veel toeristvriendelijker uit. Daarmee wil ik vooral zeggen: het strand was toegankelijk en daar werd door de dagjes-en andere mensen gretig gebruik van gemaakt. Mijn collega was er als de kippen bij om de grote brok Mulberry te bepotelen en net zoals ik (weerom) in ontzag te staan van én de lelijkheid van het ding maar tevens de robuustheid van dit grote stuk metaal. Rondom de haven liggen nog een deel van deze dingen op nog steeds dezelfde plaats als in 1944. De lucht is blauw, het strand is lichtbeige/wit, het mos op de Mulberry aardig groen. Alle elementen om weerom een fotorush te ontketenen. Het zilt kruipt in de neusgaten en een zacht windje houdt de temperatuur aangenaam. Opdracht volbracht. 

13 Arro B 2.JPG

14 Arro B 4.JPG

15 Arro B 6.JPG

Even verderop ligt de Batterie de Longues maar deze laten we nu gerust en rijden naar het stadje Port-en-Bessin (-Huppain, voor de volledigheid). De vele luchtfoto’s van dit vissersstadje beloven veel moois maar eens ter plekke – het is nog steeds laag water – lijkt het toch minder poëtisch. De bootjes liggen in het slijk en echt veel beweging is er niet. De locatie is anders wél mooi; links en rechts omgeven door hoge heuvels en kliffen en een jachthaven die in het hoogseizoen zeker voor het nodige soelaas kan zorgen. Wij, omdat we er dan toch zijn, maken een wandeling over een arm van de binnenhaven. De meeuwen en ander gevogelte daagt ons uit om een foto te nemen, wat aardig lukt. 

16 Port 2.JPG 

Tijd voor een hotspot! We volgen nog even de kustweg D514 en komen na enkele minuten in de meest oostelijke sector van Omaha Beach aan. Ondertussen zijn we al even vertrouwd met de beelden van ‘Private Ryan’ en de historische foto’s van Robert Capa. De ene bloederig en aangrijpend, de andere even aangrijpend door de omstandigheden waarin ze zijn genomen, nl. in het midden van de actie. Vandaag de dag is dit strand zoals alle andere stranden in de regio: stil, breed, en vooral erg leeg en stil.

Alvorens de picknick aan te spreken (ja, dit is een recreatiezone!) waaien we uit op het strand. Ieder maakt voor zich uit hoe belangrijk dit stuk zand wel niet is. We staan op de scheiding Easy Red en Dog Green, namen die ondertussen staan voor de pijnlijkste episode van D-day. Ik doe er nog een schepje bovenop door flink te gaan pootjebaden en stel vast: het water is erg koud. Door de verhouding met de evenementen van ’44 verbijt ik het als een echte held en geef geen krimp. Er in sukkelen met volle uitrusting onder rondvliegend metaal kan ik me haast niet voorstellen. Toch zijn er een hoop soldaten zo aan hun einde gekomen. Zij die dan toch het strand opgeraakten wilden maar één ding: er snel weer vanaf, in de goede richting.

Deze richting werd beheerst door het WN62 (Wiederstandsnest 62), een van de vele versterkte mitrailleursposten op de eerste heuvels. Nummer 62 werd o.a. bezet door Soldat Heinz Severloh. Gewapend met zijn Mg42 ‘zou’ hij ruim 2000 Amerikanen uitgeschakeld hebben. Dit dient nader onderzocht te worden. Als ik zijn post herbeman (dankzij de prima plattegrond) daagt het wel voor me. Hij zit als het ware op de eerste rij. Zijn zicht op het strand liegt er niet om. Ik kan niet anders dan het geloven.

18 Omaha 09.JPG

De grotere artilleriebunker is vandaag nog steeds bezet. Als ik hem betreed fladdert een vlucht zwaluwen rond mijn hoofd alvorens met tegenzin hun post te verlaten. Ook zij geven deze beschutting niet zomaar op. De bunker staat vol water, dus mijn excursie komt al snel tot een vroegtijdig einde.

17 Omaha 05.JPG

Verder naar boven, een echte klim, staat het monument voor de ‘Big Red One’ ofte de 1st U.S. Division. Nu zijn we op een flinke steenworp van het militaire kerkhof, maar besluiten terug af te zakken en eerst te bunkeren (haha). Met een beetje historisch besef is het haast irreëel om lekker onderuit te gaan op Omaha.  

Even terug de auto in en we scheuren naar de nieuwe, uitgebreide parking van het Normandy American Cemetery and Memorial, officieel op grondgebied Colleville-s-Mer. Ondertussen speelt al even de soundtrack van ‘Saving private Ryan’ in de auto. Klinkt cheesy maar het mist zijn effect niet! Veel volk aldaar, jaarlijks komen hier om en bij de 60 000 mensen over de vloer. Gelukkig is het groot, heel erg groot waardoor je nergens drommen mensen ziet. Veel jongeren ook, met handleidingen en documentatie. Op hun documenten zie ik dat ze van ‘The American School in London’ zijn en hun kaft vermeld op een actuele hippe wijze ‘Normandy Scene Investigation’ (naar C.S.I., get it?). Alle middelen zijn goed om deze en andere jongeren én ouderen te wijzen op wat er zich allemaal heeft afgespeeld en op de wijze waarop zo velen hier voor altijd begraven zullen liggen. 

19 Colleville 03.JPG

20 Colleville 06.JPG

Ook veel ouderen en echte senioren, waarvan sommigen met medailles, al lijken ze me niet echt veteranen van ruim 65 jaar geleden. Misschien op zoek naar pa of oom?

Als een militair kerkhof al ‘goed gelegen’ kan zijn, dan spant dit wel de kroon. Het slagveld bevind zich op enkele tientallen meters heuvelafwaarts en het overzicht over de twee bloederigste sectoren is adembenemend. Toch vermelden dat van de bijna 10 000 militairen die hier liggen, velen ook na D-day zijn gesneuveld en alhier verzameld.

Het nieuwe ontvangstgebouw ziet er mooi uit en wij moeten vaststellen dat bij het binnengaan iedereen gescand én gefouilleerd wordt als ware het een controle voor het boarden van een vliegtuig. Ik wekte al argwaan alleen al door er naar te kijken! Deze beker hebben we dan maar laten voorbijgaan. Het kerkhof is immers zo vrij toegankelijk. 

21 Colleville 15.JPG

Aan de andere kant ligt Vierville, een slaperig vakantiedorp dat na de oorlog duidelijk niet meer wakker is geworden of het moest zijn van de vele vakantiehuisjes aan de kustweg. Aan de westelijke zijde vinden we het monument voor de American National Guard. De bunker waarop dit is gezet, ter hoogte van Dog Green, was samen met nog een andere een van de moeilijkste obstakels bij de landing. Als je in detail gaat lezen hoe men dit strand uiteindelijk heeft veroverd, moet je echt even gaan zitten. De Mulberry die hier was aangelegd werd toen losgeslagen door een storm en nooit gebruikt. Omdat het water ondertussen flink omhoog is gekomen zien we er helaas niets meer van. Ja kan nu eenmaal niet overal tegelijk zijn. Daarom trekken we ons even terug in café ‘The Veterans’ (echt waar!) voor een flinke Stella (écht waar!). Op het strand wat spelende mensen en een rennende hond. Zo is goed, zo is het beter. 

22 Vierville 1.JPG

22b Vierville 2.JPG

Ik moet de siësta brutaal onderbreken om mijn reisgenoot er op te wijzen dat het volgende hoogtepunt er staat aan te komen. Hij klokt zijn 1664 naar binnen en voor we het weten zijn we op weg naar de Pointe du Hoc.

Als je alle activiteiten van die bewuste dag even moet laten bezinken en op een rijtje zetten, is dit buiten de inzet van het 2e Ranger Bn (D-E & F compagnie) gerekend. Door vertraging wegens een te wilde zee, landden deze eenheden 35 minuten te laat op hun doel. De rest van de Rangers ging er van uit dat de actie mislukt was en liet zijn manschappen dan maar op Omaha landen. Dit maakt dat Kol. Rudder met zijn drie Compagnieën op zichzelf waren aangewezen eens zij met touwen, ladders en haken de ruim 30m hoge kliffen beklommen hadden. Wonderbaarlijk dat zij slechts 15 man verloren in de beklimming. De 155mm kanonnen die er werden verwacht waren reeds door de Duitsers meer landinwaarts geplaatst waardoor de Rangers enkel hun handen vol hadden met het innemen van de vele bunkers die zich op de hoogte bevonden. Zij werden pas op 8 juni ontzet door het 5eRangers die op Omaha waren geland. 

23 Pointe 06.JPG

23b Pointe 05.JPG

23c Pointe 08.JPG

Het zicht is fantastisch en er is niet al te veel volk. Nu is ook de voorwaartse observatiepost te bezoeken, iets wat vorige keer niet zo was. Ik dacht toen dat dit nooit het geval was. Nu is hij echt ‘proper’ en in prima conditie. De naald van het monument nodigt uiteraard uit voor een stukje poseren. Het is ondertussen 17u voorbij en vangen de terugweg naar de parking aan.

Het Duitse kerkhof van La Cambe ligt op onze weg naar Saint-Lô. Dit kerkhof was oorspronkelijk Amerikaans met een Duitse sectie, maar werd na de oorlog gereorganiseerd. Zo werden de gesneuvelden gerepatrieerd of bijgezet in Colleville. 12 000 Duitsers werden uit 1400 kleinere kerkhoven overgebracht wat maakt dat er hier nu 21 222 Duitse militairen liggen.

24 La Cambe 5.JPG

Het ontvangstgebouwtje geeft aardig wat info maar het is uiteindelijk het kerkhof zelf dat onze aandacht trekt. Duitse kerkhoven hebben altijd iets sombers en schuldigs. Ja, ondanks het feit dat het merendeel hier zeker niet voor gekozen heeft, straalt de boetedoening er haast van af. Toch oogt dit ook in zekere zin mooi. De late namiddagzon gooit lange schaduwen op de wel erg groene beplanting. De noeste kruisen steken mooi af tegen de meer subtiele tegels in de grond. Als we de leeftijd van de ‘mannen’ lezen blijkt dat velen nog maar net 18 zijn geworden.

Een half uurtje later zijn we in Saint-Lô, waar de lokale barakken worden opgezocht. De inkwartiering mist wat punten qua comfort, maar dat maken we weer goed door een ietwat banaal maar op zich geweldig eetetablissement aan te doen. Een Franco-Amerikaanse eettent in volledige Western en John Wayne stijl. Het is niet altijd hoogstaand of verfijnd maar vooral lekker, veel en erg prijselijk. Zeker een aanrader voor de reiziger met honger. (Google ‘Oncle Scott’)

dag 3 SLOT.JPG

 

De commentaren zijn gesloten.