24-05-11

Beyond The Labyrinth - 'Chapter III - Stories' - Live, 21/05/2011

 

beyond the labyrinth,chapter iii

Ik voelde de bui NIET hangen. Ik wilde ze ook niet zien hangen. Een klein stemmetje onderdrukte een even klein hartje maar ik vertik het om langer negatief te zijn in deze materie en mijn gevoel niet te volgen. Daarom: ik wou en kon de bui écht niet zien hangen.

Het was trouwens nog prachtig weer, met een blauwe lucht en een aangenaam temperatuurtje toen ik zaterdagavond aankwam in de Zagerijstraat in Genk. Of all places. En dat terwijl ik diezelfde avond op korte wandelafstand Diablo Blvd. gratis ende voor niets kon gaan zien in ons gemeentepark. Was dit een moeilijke keuze? Niet echt.

Alhoewel ik niet geheel afkeurig sta tegenover laatstgenoemde en de logistieke situatie mij zou toelaten meerdere alcoholische drankjes te kunnen nuttigen dan anders (trek hier vooral geen foute besluiten uit) wegens à pied, verkoos ik toch om de rit naar Genk aan te vangen.

Reden: BEYOND THE LABYRINTH heeft zijn nieuwe album nu officieel uit. Ipv een aparte recensie zal ik mijn mening middels deze live presentatie ventileren. 

BEYOND THE LABYRINTH, onze hoop in –zéér- bange dagen op een renaissance van ‘classic/hardrock’ in onze contreien verdiende op deze mooie lenteavond mijn aandacht. Niet alleen omdat ik de band meer dan een warm hart toedraag; het feit dat ze die avond hun nieuwe, derde cd ‘Chapter III – Stories’ gingen voorstellen én het feit dat een en ander in handen was van R-Mine, trok mij moeiteloos over de streep. 

Met als ondersteuning de bands Iron Fate, Dragonsfire en Lonewolf, welek momenteel onder de naam ‘Metal Service door Europa trekken, kon het niet anders dan een op zijn minst onderhoudende avond worden vol muzikale ontdekkingen en uiteraard Limburgse ambiance. So far so good. Een kerkgebouw als eerste buur en een hamburgerkraam voor de deur; we waren in veilige handen. 

Het Duitse IRON FATE mocht de avond openen en deed dat wel met bravoure ondanks de nog magere opkomst. Iron Fate speelt pure traditionele heavy metal in de stijl Manowar, Judas Priest met hier en daar een moderne trashy twist. Naast de gesmeerde gitaartandem was ik wel onder de indruk van de zanger. Deze jongen heeft wél een geweldige strot. Als zij tot slot een toch wel heel erg goede versie van Priest’s ‘Victim Of Changes’ brengen, bewijst deze band zichzelf meer dan voldoende. 

beyond the labyrinth,chapter iii

Het eveneens Teutoonse DRAGONSFIRE– je voelt hem al komen – speelt ook erg traditionele heavy powermetal. Toch kon me deze iets minder bij de les houden. De bassist/zanger klinkt wel overtuigend maar zijn Lemmy-achtige geluid begint na enkele nummers wel te enerveren. Komt daarboven dat de drummer zich af en toe Rudi Carrell waande en zonodig de gang van zaken moest onderbreken met zijn nichterige krauthumor. Ach, verder: leuk voor de kids, maar ik had het ondertussen wel even gezien (25 jaar geleden ook al trouwens) en onderhield buiten me met enkele muzikale geestesgenoten onder een zachte lentehemel en wat te vreten.

beyond the labyrinth,chapter iii

Headliner van deze package was het Franse LONEWOLF. Weerom een handvol catchy powermetal riffs en meezingbare refreinen. Zoals het exemplarische ‘Viktoria’ waarin Rhapsody-elementen aanwezig zijn. Fijn nummer dus. Ook deze band speelt retestrak en ik kan me voorstellen dat dit voor een volle club voor hectische taferelen moet kunnen zorgen. Zou moeten kunnen …. In zaal Bret in het vredige Genk was het een beetje anders, maar soit, met een knipoog en een zwanske werd dit nog over het hoofd gezien.

Beyond The Labyrinth, Chapter iii

Wat had dit nu alles te maken met BTL? Geen zak natuurlijk. Om de boel gaande te houden en in de hoop om in deze pastorale woestenij wat volk op de been te brengen waren deze bands aan de avond toegevoegd. Ondanks het feit dat deze drie bandjes op hun eigen best sterk en fun waren, was er eigenlijk geen hond in geïnteresseerd en vice versa. Wie voor BTL kwam bekeek het maar en die enkelingen die er wel pap van lustten waren even snel weer verdwenen.  

Omstreeks 2230 nam BTL het ruime en van alles voorziene podium in. Met een nieuw album in aanbieding was ik – en enkele anderen, gelukkig – wel nieuwsgierig naar de live uitvoeringen van deze songs. Daarenboven is er praktisch ook wel wat veranderd. Zo worden er veel meer live-keyboards gebruikt, is alle achtergrondzang live en niet in het minst: naast nieuwe drummer Michel Lodder zal gitarist Mark Wenkin gitaarsgewijs weerwerk bieden aan Geert Fieuw. Geert zal dus meer ruimte hebben om de toetsen te bespelen. Oudgedienden Gerry Verstreken op bas en zanger Jo De Boeck zijn al jaren vaste elementen in BTL.

De band stak van wal met het vrij harde ‘Saturation Point’, een naar BTL normen erg agressief nummer. Een kleine technische storing gaf even een fout signaal maar dit werd door de geluidsman snel opgelost. Daarnaast vond ik (en ik niet alleen) dat Mark’s gitaarsound nogal penetrant en scherp was in het verder mooi uitgebalanceerde geluid. Nu is het mooi om een gitarist met metalroots in de band te hebben omdat hiermee het contrast tussen Geert’s eerder traditionele en neo-prog geluid en het meer schredden van Mark. Maar het moet natuurlijk wel evenwichtig blijven.

Beyond The Labyrinth, Chapter iii

De band tastte blijkbaar nog even de situatie af maar tegen het einde van de eerste song leken ze zich als vissen in het water te voelen.

Het meest aanstekelijke nummer van de nieuwe cd is zonder meer ‘The Peter Principle’, een radiovriendelijk nummer dat naast een sterk openingsmoment en een verrassend middenstuk tevens een van Geert’s mooiste solo’s bevat. Het up-tempo refrein geeft de song enige drive waardoor het zowel spannend als fris blijft. Zonder meer een van BTL’s muzikale hoogtepunten!

beyond the labyrinth,chapter III

Vroeg in de set kwam ‘Oceans Apart’, deze AOR-aandoende titel dekt de lading volledig. Een meeslepende ballade waarin Jo zijn persoonlijke gevoelens en ervaringen kwijt kan. Maar het nummer roept bij mij thematisch even sterke gevoelens op als bvb Survivor’s ‘Across the Miles’, m.a.w. een absolute klasbak van een tearjerker en ongetwijfeld een blijver in de set. 

Een hevige stemmingswissel volgde als ‘Fear’s the Killer’ wordt ingezet. Ook een erg stevig nummer met een aanstekelijke riff die enige metal invloeden verraad. Toch verliest de band zich nooit in een genre en blijft het typisch BTL.

‘Tomorrow is Gone’ uit het debuut ‘Signs’ blijft misschien wel het sterkste nummer uit dat album, maar steekt toch wat af tegen de nieuwe lichting. Doch, dankzij de sterke interpretatie van de ondertussen erg gewijzigde band, weet het overeind te blijven. Het zou fout zijn om je verleden te negeren. Prima prestatie en een warm gevoel bij de fans van het eerste uur. 

beyond the labyrinth,chapter III

Beetje hetzelfde sentiment bij ‘No Place for a Dreamer’, mijn persoonlijke favoriet uit ‘Castles in the Sand’. De prachtige zanglijn wordt door Jo pakkend gebracht  en het hoogte punt in een gitaarsolo die door merg en been gaat. Ook met dit nummer toont Jo dat hij ontzettend gegroeid is als zanger. Waar zijn stem voorheen nogal snel op breken stond, gaat hij nu eerder vlot op in de dramatische wendingen die het nummer zo meeslepend maken. Chapeau!

beyond the labyrinth,chapter III

‘Raise the Horns’ vind ik persoonlijk een beetje het buitenbeentje op de nieuwe plaat. Vol van eerbare bedoelingen en op zich wel een aangename song, vind ik de hele opbouw en sfeer niet echt klikken met de inhoud. Die had best was agressiever mogen zijn. 

‘In Flanders Fields’, eveneens van ‘Signs’ is ondertussen een beetje een ‘monstre sacré’ geworden van BTL. Dit nummer is al jaren deel van de live set. Op cd ook niet echt een favoriet van mij, maar live blijft het er wel staan. Laat dit eerder liggen aan de gedateerde productie van dat album dan aan het nummer. ‘Time to Fly’ klinkt vandaag ook veel grootser en steviger dan de opname op ‘Castles’.

Beyond The Labyrinth, Chapter iii

Het nieuwe ‘Hidden Agenda’ (check op Youtube de clip!) komt dan weer hard aan met zijn aanstekelijke riff en in-the-face zangpartij. Misschien niet de grootste compositie op ‘Chapter III’ maar live wel een nummer dat het publiek aanzet tot een voorzichtig headbangen. Het heftige, hakkende ritme word nog eens benadrukt door heftig drumwerk van Michel Lodder. Ook Jo laat zich hier van zijn meest agressieve kant zien. 

beyond the labyrinth,chapter iii

‘The Girl with the X-ray Eyes’ de sterke opener van het nieuwe album kan gelijk op algemene goedkeuring rekenen. Hierbij moet ik wel opmerken dat de zangpartij soms wel veel vergt van Jo, maar hij weet dit toch tot een goed einde te brengen. Hierbij komen ook nog eens de live backing vocals sterk naar voor, wat toch niet altijd evident is en waarvoor ik toch even mijn hart vastheid. De band sloeg zich er verder zonder veel moeite door en wist deze albumfavoriet overtuigend te brengen. Volgden nog: ‘Pure Sabotage’, een song met toch weer een beetje een uitdagende structuur en vreemde riff en het mooie ’Stories’.

beyond the labyrinth,chapter iii

De show werd afgesloten met ‘Beyond the Labyrinth’, in de meest complete uitvoering die ik ooit mocht ervaren. Nogmaals werden de vocale krachten gebundeld om het magistrale refrein als een warm deken over het publiek te spreiden. Tevens weerom bewijst de band dat hun songs live veel sterker uit de hoek komen dan initieel opgenomen. Dit geld zeker voor de oudere tracks. Maar wat biedt ‘Chapters’ ons nog meer?

beyond the labyrinth,chapter iii

‘Where Kindred Spirits Meet’ vind ik op alle vlakken zeker een van de beste tracks op het album. Het is muzikaal uitgebalanceerd, inhoudelijk relevant voor velen onder ons en heeft een zeer mooie tekst, verpakt in een meeslepende melodie. Zonder twijfel een van de meest of hét meest muzikaal ‘volwassen’ nummer dat BTL ooit bij mekaar schreef.

‘The Darkest Page’, in het midden van het album, is letterlijk én figuurlijk het zwaartepunt van het album. Inhoudelijk zeer geladen en muzikaal uitdagend. De intro zorgt op zich al voor voldoende kippenvel. De prima uitgewerkte tekst in het geweldige boekje doet de rest. Een gedurfde maar geslaagde toevoeging aan het album!

beyond the labyrinth,chapter iii

‘Hypersensitive’ vraagt misschien wel het meest van de luisteraar. Zelf ben ik er nog niet helemaal door, maar bij elke beluistering kom ik meer en meer in de structuur en nogal hectische aanpak van deze erg progressieve track. Niet echt radiovriendelijk maar een wel een prima luisteroefening voor wie thuis is in complexe rockmuziek. Alle anderen mogen deze uitdaging ook aangaan natuurlijk want daar is nog niemand slechter van geworden…

beyond the labyrinth,chapter III

beyond the labyrinth,chapter III

Tot slot krijgen we nog een deftige bolwassing met ‘Strength’. Je kan er niet naast: de opening is puur Savatage-style bombast. Lijkt wel weggelopen van ‘The Wake of Magellan’.

Voor mij een mooie referentie en voor de band weerom een prachtig staaltje van muzikale diversiteit  (oesje…). Hiermee tonen ze niet alleen aan dat ze muzikaal ruimdenkend zijn, maar blijkt tevens dat ze zoveel verschillende vormen van classic rock, hardrock/metal en prog weten te versmelten tot hun eigen geluid, iets wat voor het hele nieuwe album geldt. Daaromdient iedereen die deze muziek is genegen, dit album aan te schaffen. Laat u niet kennen!

beyond the labyrinth,chapter III

...

En dan kan ik niet anders dan....

Had ik al laten vermoeden dat de opkomst niet erg groot was, ik was te mild. Het was écht zowaar pijnlijk om te moeten meemaken dat dit evenement nauwelijks volk trok. Nu is deze blog niet dé plek om uit te maken waar dat aan ligt. Dat BTL niet hip en hot is, daar kunnen we mee leven. Ik ga er vanuit dat hun publiek dat ook niet is. Daarmee bedoel ik maar: BTL is geen hype maar spreekt wel een publiek aan dat ‘al wat gezien en gehoord’ heeft en eerder van traditionele symfonische(hard)rock bands houdt. Misschien hebben ze niet de juiste haarsnit of de obligate foute brillen. Ik heb in jaren negentig wel meer lege zaaltjes en cafés gezien dus nieuw is het allemaal niet.

R-Mine, een organisatie die blijkbaar razendsnel groeit en naargelang hun agenda even razend interessante bands weet te strikken om in diverse zalen (Genk, As) te komen spelen, mag ik ook niet koudweg veroordelen. Dat zij blijkbaar langzaam leren om publiciteit te maken is hun vergeven. Let op: R-Mine heeft al mijn sympathie en ik kijk dan ook watertandend naar hun planning. De waarheid zal echter ergens in het midden liggen, denk ik.

Maar mag ik mij wél vragen stellen over zaal Bret? Ik kan er niet bij dat deze voorstelling in een landelijke gemeente ver weg van iedereen behalve de Genkenaars en Limburgers in het algemeen, plaats vond. Waarom niet in Ciney of Kaaskerke? Ik zou me de rit kunnen besparen. Terwijl de driehoek Gent-Brussel-Antwerpen voor iedereen praktisch aantrekkelijker is.

Ik kan me ook makkelijk voorstellen dat BTL in buurlanden met wél een ontwikkelde rock-cultuur zoals Nederland of Duitsland toch gemakkelijker volk op de been zou kunnen brengen. Kwestie van mentaliteit, organisatie en media. De initiatieven R-Mine verdienen hoe dan ook alle support!

Helaas leven we tot nader order in een land waar een muziekgenre moet bulken van commercieel potentieel alvorens er een haan naar kraait. Onze afgestompte radiostations welke diversiteit prediken maar uiteindelijk allemaal uit hetzelfde vaatje tappen en dezelfde konten likken, zijn een absolute no-go zone voor hardrock/metal/prog. Enige lichtpunt blijft Classic21, al zijn die ondertussen ook van hun pluimen aan het verliezen.

Als StuBru eenmaal per jaar zijn ‘Zwaarste lijst’ bovenhaalt haal ik dan ook eens de schouders op. Of hoe Alex Agnew als excuustruus op de radio wordt gelanceerd…en we weer helemaal terug aan het begin van ons artikel zijn…maar wél met een geweldig album op zak!

http://www.beyond-the-labyrinth.com/Beyond_The_Labyrinth_...

http://www.r-mineevents.com/

 

22:36 Gepost in Muziek | Commentaren (0)

23-05-11

Normandië, deel 3 (11 & 12 mei '11)

dag 4 Open 2.JPG

Voorlaatste dag en eigenlijk de laatste dag dat we ons volledig op de kust en het kritieke binnenland gooien.

Via Carentan rijden we richting Ste Mère-Eglise en aan de afslag rijden we naar het Oosten ipv naar het stadje. Voor de freaks: nu bevinden we ons in ‘Band Of Brothers’-land. In Les Helpiquets staat een monument genaamd ‘The Beginning’. Hier landde de 82nd Airborne Division (‘All American’) en de 101st Airborne Division (‘Screaming Eagles’) met als doel de bruggen over de Douve en de Merderet te beveiligen. Het monument is specifiek voor het 507ePIR van de 82nd omdat zij haast pal op hun objectief ofte LZ landden. Deze waren de eerste Amerikanen die in het bezette Frankrijk voet aan de grond zetten. We zijn het er over eens dat het een lelijk monument is.

24a Les Helpiquets 3.JPG

Beter zijn we af op de boerderij ‘La Fière’. Enkele jaren geleden nog een boerderij in slechte staat, vandaag blijkbaar al een Bed & Breakfast. Het monument aan de overzijde van de baan, officieel ‘Paratroopers Monument’, in de volksmond ‘Iron Mike’ oogt veel mooier en vooral krijgshaftiger.

25 La Fière 3.JPG

We zijn ruim op tijd in Ste Mère-Eglise om eerst rustig de kerk te bekijken alvorens we het ‘Airborne Museum’ bestormen. Als er tegen die tijd een buslading jeugd staat aan te schuiven herschikken we de kaarten en besluiten eerst naar Utah Beach te rijden. Ook even een tegenslag als blijkt dat het Utah Beach Museum aan een fikse uitbreiding bezig is. Ik was in de mening dat dit al afgerond zou zijn. Niet dus. Enfin, weerom een reden om nog een terug te komen. Gezien de infrastructuur die men bezig is recht te zetten belooft dit.

Op naar de kust, via de verschillende monumenten met al hoogstgeplaatste een monument opgedragen aan de ‘officers and sailors’ van de Amerikaanse marine. Zij scoorden misschien niet sensationeel op de stranden maar zij lagen wel constant onder vuur tijdens de landingen. Het is een trio van nogal plompe Permeke-achtige figuren maar straalt ook kracht en vastberadenheid uit.

26 Utah 6.JPG

Voor een keer vind ik het niet erg dat een sliert meiden net het monument wil beklimmen. We laten ze zelfs graag voor gaan. Op het strand geen of nauwelijks beweging. Er wordt wat met paard en kar gereden maar dat is de enige activiteit die we waarnemen. Toen de Amerikanen hier landden viel dat ook best mee. Gezien de Duitsers hier geen landing verwachtten waren er slechts enkele reserve eenheden aanwezig. Met nog geen 200 geallieerde slachtoffers was dit zeker de meest vlotte landing. Op het einde van de eerste dag waren er al wel 20 000 manschappen en 1700 voertuigen aan land gegaan.

28 Utah 08.JPG29 Varreville 03.JPG

We rijden verder langs de kust tot aan de Dunes de Varreville. Centraal staat een monument voor de franse Brigade Leclerc die hier aan wal kwam. Wie een wandeling doet op het strand kan nogmaals bevestigen dat de Duitsers wel heel erg creatief met beton waren. Bijna aaneensluitend vinden we bunkers van allerlei types en grootte. De ene al wat meer weggezakt dan de andere. Zelden zoveel leeg strand gezien als die dag. En dan moesten we nog even verder tot aan Ravenoville Plage. Tijd voor een hapje op de voorziene picknickweide. Hier was de oorspronkelijke landing voor Utah voorzien maar wegens een combinatie van weersomstandigheden en navigatie landden ze twee kilometer oostelijker, daar waar nu het museum is.

Onaangeroerd en afgezoomd met duinen en een reeks vakantiehuisjes (neem ik aan) ziet het er schilderachtig uit. Voor ons doemt het Iles de St Marcouf op uit de nevel en ten oosten de versterking van St Vaast. Hier kan ik wel uren blijven liggen/hangen/indutten maar helaas, we hebben nog een hele boterham te gaan vandaag. En alhoewel ik geen strandmens ben in de recreatieve zin van het woord (ik associeer een strand bij goed weer altijd met overbevolking) vind ik het heerlijk op een leeg strand te wandelen.

normandië,utah

Gezien de gewijzigde route doen we eerst de Batteries d’Azeville aan. Nog niet zo heel lang open, dus hoogste tijd om dit eens van naderbij te bekijken. Net zoals die van Merville en Crisbecq – en er zijn er nog een handvol – was deze batterij van levensbelang voor de bezetter gezien deze de stranden konden vrijwaren van vijandelijke activiteit. Vanuit Azeville wordt Utah drie dagen lang beschoten. Het wordt pas ingenomen op 9 juni na een lange en harde strijd. Dit complex beschikt over een indrukwekkend onderaards gangenstelsel met o.a. rustruimtes, communicatie-en tal van andere lokalen. Bij de ingang krijgen we een audioguide in het Nederlands welke prima werkt en uitvoerig uitleg geeft tijdens de rondwandeling. Enige handigheid is natuurlijk wel vereist…

Azeville 04.JPG

Als we terug bovengronds komen zien we de kazematten langs de achterkant. Alle bunkers zijn vervolgens toegankelijk en in redelijke staat. Ja, hier is hard gewerkt sinds mijn laatste bezoek. Toen was het nog een bouwwerf. Een echte aanrader voor wie de sfeer en geladenheid van een Duitse batterij eens aan den lijve wil ondervinden. Wie lijdt aan claustrofobie gelieve zich te onthouden.

Terug naar Ste Mère-Eglise om het ferme Airborne Museum te bezoeken. En dat valt mee; we zijn nu een eindje in de namiddag en het bezoek neemt duidelijk af. Hier staat alles in het teken van de luchtlandingeenheden; zowel de paratroopers als diegenen die met zweefvliegtuigen ofte ‘gliders’ neerkwamen. In het eerste parachutevormige gebouw staat een Waco-glider en in de vitrines een groot aanbod van persoonlijke memorabilia van veteranen. Een confrontatie met persoonlijk materiaal is toch nog even iets anders dan een koud wapenmagazijn. Wie zelf mocht dienen in onze/een strijdmacht herkent vele zaken. Maar ook oude verweerde uniformen maken het interessant. 

31 SMEAM 16.JPG

31b SMEAM 17.jpg

De andere hal heeft als centrale punt een C47 transportvliegtuig (Dakota) in volle glorie en omringd door activiteit. Een korte film in het zaaltje achteraan geeft de situatie van het stadje weer tijdens die woelige dagen. Echt een fantastisch museum, zelfs nu ik het voor de tweede keer bezoek. Hiermee zat ook deze dag er op, welke werd afgesloten met een ‘grand café’ in een sympathiek café.

De laatste dag brengt elke kilometer ons dichter bij huis. En dat zijn er nogal wat. Bijna 715 om precies te zijn. Maar we zouden onszelf niet zijn als we onderweg nog een en ander meepikken. Zo biedt ik eerst aan mijn reisgenoot een Tiger 1 tank aan, voor zover ik weet de enige in heel Normandië. Deze staat te pronken net voorbij Vimoutiers. Het duurt dan ook niet lang alvorens we er opzitten.

32 Tiger 02.JPG

Vervolgens rijden we naar Les Andelys, waar het kasteel van Richard Leeuwenhart staat. Château Gaillard dus. Van op de heuvel heb je een geweldig uitzicht op de Seine die beneden stroomt. Werkelijk een plaatje. Zowel de tijd als de vermoeidheid begint echter door te slaan en we zien al gauw af van een echt bezoek. Het is natuurlijk een ruïne die men nog volop aan het opbouwen is. Misschien iets voor later.

33 Les Andelys 1.JPG

Het verkeer onderweg terug naar huis was aanvaarbaar. Zelfs de detour langs Brussel, waar we erg voor vreesden, leverde niets van problemen op waardoor we redelijk vlot en zonder ergernissen terug in onze stad aankwamen. Zelfs onze ring was vrij. Ik zie echt niet in waar die geallieerden zich in juni ’44 zo druk over maakten. 

Hiermee hebben we een meer dan geslaagde uitstap achter de rug. Waarschijnlijk zal ik er nog wel eens naar toe gaan. In de wetenschap dat we nu echt enkele en alleen de belangrijkste en meest in het oog springende plaatsen hebben bezocht, blijft er nog heel wat te gaan. Zo is er nog het museum in een voormalige Duitse radarpost, het museum met de wrakken die men na datum uit zee heeft gevist, Musée du Débarquement in Arromanches en uiteraard Utah Beach Centre, om er maar een paar te noemen.

26 La Fière 8.JPG

SLOT LOGO.JPG

Zowiezo verplichte kost voor iedereen die nu de vrijheid geniet eender om welke onzin dan ook op een blog te posten!

Check vooral de Picasa Webpagina!

20-05-11

Riverside, Tides From Nebula in Trix, 18/05/11

 

Riverside logo.jpg

Progressieve rock in Vlaanderen. En op een woensdagavond. Daar moet geen tekening bij gemaakt worden, zeker?

Het handvol progressieve concerten dat ik in onze regio al heb mogen meemaken vulden een klein kwart van de zaal of club. Dus viel het woensdag nog aardig mee in de Trix waar Riverside passeerde in het kader van hun 10-jarig jubileum.

De opkomst leek eerst nergens naar toen opener TIDES FROM NEBULA aan hun set begon. Persoonlijk vond ik dit niet zo heel erg want het gaf wat ademruimte na de ervaring de avond voordien. Hoe dan ook: het Poolse water lijkt aardig besmet met een bijzonder muzikaal virus. Mijn progressieve muzikale collectie is ondertussen al lang veranderd in een erg internationale club. Waar eerder de Britse, vervolgens Scandinavische, Nederlandse en Duitse bands de dienst uitmaakten, loopt iedereen nu storm voor zeg maar Italiaanse en vooral Poolse bands. En dat is meer dan terecht. Riverside draait dus al een decennium mee en ik herinner me de eerste beluistering van hun volwaardig debuut ‘out of myself’. Dat was een (draai)deur die openging. Nadien ontdekte ik o.a. Satellite, Moonrise en Collage. Bands die gevestigde waarden als IQ en Pallas zeker evenaren. Woensdag hoorde en zag ik voor het eerst Tides From Nebula. En dat is toch weer een ander kopje thee.

TFN speelt natuurlijk progressieve rock maar situeert zich in dat huis bij de post/art-rock. De band heeft geen echte frontman en speelt louter instrumentale tracks. Het bandgeluid leunt erg aan bij Anathema, Arctic Plateau en Long Distance Calling. De gitaartechniek en de opbouw van de songs zijn hypnotiserend en enerverend tegelijk, wat maakt dat je niet weet waar de song gaat eindigen en hoe lang hij nog duurt. In de progscene hoeft dat niet speciaal iets negatiefs te zijn. Gezien er maar één supportband was, kreeg TFN ruim de tijd om hun twee cd’s te promoten. De nummers begonnen steeds erg dromerig om op een moment uit te barsten in een hoogtepunt om vervolgens weg te zakken in een even sferisch einde. De band zelf liet zich fysisch volledig gaan op het podium. Zonder gebruik te maken van een soep van electronica, enkel een subtiel (live) pianootje zorgde voor kippenvel. Toch verdienen zij verdienen zeker de Grote Prijs Bescheidenheid. De band was erg tevreden met het feit dat er nu dankzij Riverside ook eens wat volk kwam kijken naar hen. 

110518 Riverside 026.JPG

110518 Riverside 002b.JPG

RIVERSIDE heb ik al verschillende keren mogen zien op de meest diverse locaties. Als support van Vanden Plas, in een leeg muziekcentrum, om 11u ’s morgens op Arrow Rock, op Bospop en in de Biebob als headliner. Telkens weten ze me te bekoren met hun zeer eigen geluid. Maar het is de locatie die veel doet aan de presentatie van de band. Het was dan (uiteindelijk) ook een goede beslissing om het concert toch in de Trix te laten doorgaan. Riverside op een ruim en diep podium met een perfect geluid en goed opgewarmd door een aangepaste band. Hier kon dus niets mislopen en dat deed het ook niet. 

De band trok stevig van wal met ‘Beyond the Eyelids’ en ‘Out of Myself’ maar het was natuurlijk met het opzwepende en muzikaal spannende ‘Reality Dream III’ waarmee het eerste ‘Aha’ moment kwam. Ik denk dat dit bij alle Riversidefans een uitgelezen plek in het muzikale hart heeft veroverd. Hierin komen zowat alle Riverside elementen aan bod. De meeslepende opbouw, een korte maar heavy riff en uitgebreide solo’s van zowel toetsenist Michal Lapaj als gitarist Piotr Grudzinski. Altijd even slikken voor de senioren onder ons als Michal het Keith Emerson-loopje op de piano (…) doet of een Ken Hensley Hammond laat weerklinken.

110518 Riverside 094.JPG

110518 Riverside 127.JPG

110518 Riverside 144.JPG

Zelf ben ik nu pas helemaal gek van het laatste album ‘Anno Domini High Definition’ omdat hier toch enkele nieuwe elementen inzitten. Hieruit kregen we ‘Egoist Hedonist’, waarin Mariusz Duda vocaal meer aan de bak kwam. Natuurlijk is deze band geen band waarin een straffe zanger het mooie weer moet maken; het is vooral de instrumentale compatibiliteit van de verschillende muzikanten en de warme bezwerende stem van Mariusz die zorgt dat elk nummer er staat. Nooit verzanden zij in een oeverloos noisy gedoe, alles is aardig gestructureerd en live houden ze zich daar ook aan. Het subtiele drumwerk en percussie benadrukt nog maar eens hoe ingenieus de muziek van Riverside wel in mekaar steekt.

110518 Riverside 321.JPG

110518 Riverside 190.JPG

Een aardige verrassing was dat Riverside nu een (wat heet) mini cd uitheeft met drie tracks. Dit vertaalt zich wel in meer dan 30’ muziek van de bovenste plank. We kregen hieruit ‘Living in the Past’ te horen. De band liet zich vervolgens horen van hun meest muzikale intieme zijde met ‘Conceiving You’ waarin het gitaarwerk weer vele emoties opriep bij de toehoorders die zich ondertussen al collectief hadden overgegeven aan al dit moois. Tijdens ‘Left Out’ uit het laatste album kon je een speld horen vallen. En weerom een hemelse gitaarsolo volgde. Hetzelfde bij ‘Loose Heart’…hoe geweldig kon dit nog worden?

110518 Riverside 129.JPG

110518 Riverside 280.JPG

110518 Riverside 411.JPG

Met ‘Panic Room’ ging de band terug de hardere kant op, beetje industrial elementen en vervreemding, maar steeds gepolijst en uitgebalanceerd. Met ‘Forgotten Land’ kregen we nog een lange nieuwe song en er werd afgesloten met ‘Reality Dream II’. De band kwam nogmaals kijken en wist in absolute schoonheid te eindigen middels ‘The Curtain Falls’ waar zij op het einde een voor een hun instrument laten voor wat het is en het podium verlaten. Ik vond deze gimmick in hun begindagen al bijzonder geslaagd en nu pakte het me weer.

Achteraf had ik hetzelfde emotionele voldane gevoel als toen Anathema hun laatste album volledig gespeeld had. Dit moest ook even een plaats gegeven worden. Ja, een mens wordt soft van al dat fraais. Of haalt het net ‘het Schone’ uit een mens boven? 

110518 Riverside 641.JPG

110518 Riverside 369.JPG

110518 Riverside 646.JPG

110518 Riverside 774.JPG

 

19:05 Gepost in Muziek | Commentaren (0)

Normandië, deel 2 (10 mei '11)

 

dag 3 OPEN 2.JPG

Dinsdag 10 mei. Een nieuwe dag en de zon brandt al fel in een nagenoeg wolkenloze hemel. Daar hou ik van, vooral op vakantie. Na een Frans ontbijt (herkenbaar aan de plakkerige vingers na datum) zijn we er helemaal klaar voor. Veiligheidshalve toch maar met de gps uit de stad want het is weer vet druk op de ring. Eens weg uit Caen rijden we zoals echte venten rijden: met een Michelin in de hand dus.

En Crépon verwelkomt ons. Het monument voor het 6e Bn Green Howards nodigt zeker uit voor een korte stop. Op een didactische plaat wordt het hele verhaal van hun deelname in de landing uitgelegd. Komende van Gold Beach ploeterden zij enkele dagen door mijnen- en prikkeldraadversperringen, constant onder vijandelijk vuur alvorens zij de regio konden stabiliseren. Uiteraard is dit monument gewijd aan alle slachtoffers van de eenheid, maar het is de heldhaftige actie van Adjudant Stanley E. Hollis, welke op zijn eentje meerdere lastige Duitse mitrailleursnesten uitschakelde, wat dit monument op deze plaats verantwoord. In Crépon redde hij nog verschillende strijdmakkers tijdens de bestorming en beschieting van een Duits artilleriepositie. Tijdens deze actie was hij reeds gewond in het gelaat. Het stijlvolle beeld van een uitrustende Hollis na de actie straalt rust en vastberadenheid uit. Hij won hier niet voor niets het Victoria Cross mee. Hij overleed in 1972. Voor ons, meerwaardezoekers, alvast een mooi begin van een eerder vredevolle dag.

12 Crepon 4.JPG

 

Arromanches-les-Bains, zoals het voluit heet ziet er veel toeristvriendelijker uit. Daarmee wil ik vooral zeggen: het strand was toegankelijk en daar werd door de dagjes-en andere mensen gretig gebruik van gemaakt. Mijn collega was er als de kippen bij om de grote brok Mulberry te bepotelen en net zoals ik (weerom) in ontzag te staan van én de lelijkheid van het ding maar tevens de robuustheid van dit grote stuk metaal. Rondom de haven liggen nog een deel van deze dingen op nog steeds dezelfde plaats als in 1944. De lucht is blauw, het strand is lichtbeige/wit, het mos op de Mulberry aardig groen. Alle elementen om weerom een fotorush te ontketenen. Het zilt kruipt in de neusgaten en een zacht windje houdt de temperatuur aangenaam. Opdracht volbracht. 

13 Arro B 2.JPG

14 Arro B 4.JPG

15 Arro B 6.JPG

Even verderop ligt de Batterie de Longues maar deze laten we nu gerust en rijden naar het stadje Port-en-Bessin (-Huppain, voor de volledigheid). De vele luchtfoto’s van dit vissersstadje beloven veel moois maar eens ter plekke – het is nog steeds laag water – lijkt het toch minder poëtisch. De bootjes liggen in het slijk en echt veel beweging is er niet. De locatie is anders wél mooi; links en rechts omgeven door hoge heuvels en kliffen en een jachthaven die in het hoogseizoen zeker voor het nodige soelaas kan zorgen. Wij, omdat we er dan toch zijn, maken een wandeling over een arm van de binnenhaven. De meeuwen en ander gevogelte daagt ons uit om een foto te nemen, wat aardig lukt. 

16 Port 2.JPG 

Tijd voor een hotspot! We volgen nog even de kustweg D514 en komen na enkele minuten in de meest oostelijke sector van Omaha Beach aan. Ondertussen zijn we al even vertrouwd met de beelden van ‘Private Ryan’ en de historische foto’s van Robert Capa. De ene bloederig en aangrijpend, de andere even aangrijpend door de omstandigheden waarin ze zijn genomen, nl. in het midden van de actie. Vandaag de dag is dit strand zoals alle andere stranden in de regio: stil, breed, en vooral erg leeg en stil.

Alvorens de picknick aan te spreken (ja, dit is een recreatiezone!) waaien we uit op het strand. Ieder maakt voor zich uit hoe belangrijk dit stuk zand wel niet is. We staan op de scheiding Easy Red en Dog Green, namen die ondertussen staan voor de pijnlijkste episode van D-day. Ik doe er nog een schepje bovenop door flink te gaan pootjebaden en stel vast: het water is erg koud. Door de verhouding met de evenementen van ’44 verbijt ik het als een echte held en geef geen krimp. Er in sukkelen met volle uitrusting onder rondvliegend metaal kan ik me haast niet voorstellen. Toch zijn er een hoop soldaten zo aan hun einde gekomen. Zij die dan toch het strand opgeraakten wilden maar één ding: er snel weer vanaf, in de goede richting.

Deze richting werd beheerst door het WN62 (Wiederstandsnest 62), een van de vele versterkte mitrailleursposten op de eerste heuvels. Nummer 62 werd o.a. bezet door Soldat Heinz Severloh. Gewapend met zijn Mg42 ‘zou’ hij ruim 2000 Amerikanen uitgeschakeld hebben. Dit dient nader onderzocht te worden. Als ik zijn post herbeman (dankzij de prima plattegrond) daagt het wel voor me. Hij zit als het ware op de eerste rij. Zijn zicht op het strand liegt er niet om. Ik kan niet anders dan het geloven.

18 Omaha 09.JPG

De grotere artilleriebunker is vandaag nog steeds bezet. Als ik hem betreed fladdert een vlucht zwaluwen rond mijn hoofd alvorens met tegenzin hun post te verlaten. Ook zij geven deze beschutting niet zomaar op. De bunker staat vol water, dus mijn excursie komt al snel tot een vroegtijdig einde.

17 Omaha 05.JPG

Verder naar boven, een echte klim, staat het monument voor de ‘Big Red One’ ofte de 1st U.S. Division. Nu zijn we op een flinke steenworp van het militaire kerkhof, maar besluiten terug af te zakken en eerst te bunkeren (haha). Met een beetje historisch besef is het haast irreëel om lekker onderuit te gaan op Omaha.  

Even terug de auto in en we scheuren naar de nieuwe, uitgebreide parking van het Normandy American Cemetery and Memorial, officieel op grondgebied Colleville-s-Mer. Ondertussen speelt al even de soundtrack van ‘Saving private Ryan’ in de auto. Klinkt cheesy maar het mist zijn effect niet! Veel volk aldaar, jaarlijks komen hier om en bij de 60 000 mensen over de vloer. Gelukkig is het groot, heel erg groot waardoor je nergens drommen mensen ziet. Veel jongeren ook, met handleidingen en documentatie. Op hun documenten zie ik dat ze van ‘The American School in London’ zijn en hun kaft vermeld op een actuele hippe wijze ‘Normandy Scene Investigation’ (naar C.S.I., get it?). Alle middelen zijn goed om deze en andere jongeren én ouderen te wijzen op wat er zich allemaal heeft afgespeeld en op de wijze waarop zo velen hier voor altijd begraven zullen liggen. 

19 Colleville 03.JPG

20 Colleville 06.JPG

Ook veel ouderen en echte senioren, waarvan sommigen met medailles, al lijken ze me niet echt veteranen van ruim 65 jaar geleden. Misschien op zoek naar pa of oom?

Als een militair kerkhof al ‘goed gelegen’ kan zijn, dan spant dit wel de kroon. Het slagveld bevind zich op enkele tientallen meters heuvelafwaarts en het overzicht over de twee bloederigste sectoren is adembenemend. Toch vermelden dat van de bijna 10 000 militairen die hier liggen, velen ook na D-day zijn gesneuveld en alhier verzameld.

Het nieuwe ontvangstgebouw ziet er mooi uit en wij moeten vaststellen dat bij het binnengaan iedereen gescand én gefouilleerd wordt als ware het een controle voor het boarden van een vliegtuig. Ik wekte al argwaan alleen al door er naar te kijken! Deze beker hebben we dan maar laten voorbijgaan. Het kerkhof is immers zo vrij toegankelijk. 

21 Colleville 15.JPG

Aan de andere kant ligt Vierville, een slaperig vakantiedorp dat na de oorlog duidelijk niet meer wakker is geworden of het moest zijn van de vele vakantiehuisjes aan de kustweg. Aan de westelijke zijde vinden we het monument voor de American National Guard. De bunker waarop dit is gezet, ter hoogte van Dog Green, was samen met nog een andere een van de moeilijkste obstakels bij de landing. Als je in detail gaat lezen hoe men dit strand uiteindelijk heeft veroverd, moet je echt even gaan zitten. De Mulberry die hier was aangelegd werd toen losgeslagen door een storm en nooit gebruikt. Omdat het water ondertussen flink omhoog is gekomen zien we er helaas niets meer van. Ja kan nu eenmaal niet overal tegelijk zijn. Daarom trekken we ons even terug in café ‘The Veterans’ (echt waar!) voor een flinke Stella (écht waar!). Op het strand wat spelende mensen en een rennende hond. Zo is goed, zo is het beter. 

22 Vierville 1.JPG

22b Vierville 2.JPG

Ik moet de siësta brutaal onderbreken om mijn reisgenoot er op te wijzen dat het volgende hoogtepunt er staat aan te komen. Hij klokt zijn 1664 naar binnen en voor we het weten zijn we op weg naar de Pointe du Hoc.

Als je alle activiteiten van die bewuste dag even moet laten bezinken en op een rijtje zetten, is dit buiten de inzet van het 2e Ranger Bn (D-E & F compagnie) gerekend. Door vertraging wegens een te wilde zee, landden deze eenheden 35 minuten te laat op hun doel. De rest van de Rangers ging er van uit dat de actie mislukt was en liet zijn manschappen dan maar op Omaha landen. Dit maakt dat Kol. Rudder met zijn drie Compagnieën op zichzelf waren aangewezen eens zij met touwen, ladders en haken de ruim 30m hoge kliffen beklommen hadden. Wonderbaarlijk dat zij slechts 15 man verloren in de beklimming. De 155mm kanonnen die er werden verwacht waren reeds door de Duitsers meer landinwaarts geplaatst waardoor de Rangers enkel hun handen vol hadden met het innemen van de vele bunkers die zich op de hoogte bevonden. Zij werden pas op 8 juni ontzet door het 5eRangers die op Omaha waren geland. 

23 Pointe 06.JPG

23b Pointe 05.JPG

23c Pointe 08.JPG

Het zicht is fantastisch en er is niet al te veel volk. Nu is ook de voorwaartse observatiepost te bezoeken, iets wat vorige keer niet zo was. Ik dacht toen dat dit nooit het geval was. Nu is hij echt ‘proper’ en in prima conditie. De naald van het monument nodigt uiteraard uit voor een stukje poseren. Het is ondertussen 17u voorbij en vangen de terugweg naar de parking aan.

Het Duitse kerkhof van La Cambe ligt op onze weg naar Saint-Lô. Dit kerkhof was oorspronkelijk Amerikaans met een Duitse sectie, maar werd na de oorlog gereorganiseerd. Zo werden de gesneuvelden gerepatrieerd of bijgezet in Colleville. 12 000 Duitsers werden uit 1400 kleinere kerkhoven overgebracht wat maakt dat er hier nu 21 222 Duitse militairen liggen.

24 La Cambe 5.JPG

Het ontvangstgebouwtje geeft aardig wat info maar het is uiteindelijk het kerkhof zelf dat onze aandacht trekt. Duitse kerkhoven hebben altijd iets sombers en schuldigs. Ja, ondanks het feit dat het merendeel hier zeker niet voor gekozen heeft, straalt de boetedoening er haast van af. Toch oogt dit ook in zekere zin mooi. De late namiddagzon gooit lange schaduwen op de wel erg groene beplanting. De noeste kruisen steken mooi af tegen de meer subtiele tegels in de grond. Als we de leeftijd van de ‘mannen’ lezen blijkt dat velen nog maar net 18 zijn geworden.

Een half uurtje later zijn we in Saint-Lô, waar de lokale barakken worden opgezocht. De inkwartiering mist wat punten qua comfort, maar dat maken we weer goed door een ietwat banaal maar op zich geweldig eetetablissement aan te doen. Een Franco-Amerikaanse eettent in volledige Western en John Wayne stijl. Het is niet altijd hoogstaand of verfijnd maar vooral lekker, veel en erg prijselijk. Zeker een aanrader voor de reiziger met honger. (Google ‘Oncle Scott’)

dag 3 SLOT.JPG

 

19-05-11

Saxon, Crimes of Passion, Vanderbuyst, Trix, 17/05/11

 

Saxon Logo 1.JPG

Hot & Sweaty. Ik bedoel maar: HOT & SWEATY! Vrees vooral niet dat ik naar een R&B party ben geweest om daar mijn booty te gaan shaken. Neen, ik wil maar zeggen: het was bloed heet in zaal Trix afgelopen dinsdag. Zo moet het ook geweest zijn in de kleine clubs in het Engelse Yorkshire eind jaren zeventig toen Saxon (toen nog onder de naam ‘Son of a Bitch’ duh) zijn eerste live stappen zette.

Nu, meer dan dertig jaar later speelt Saxon nog steeds voor volle zalen en headlinen ze op vele festivals. Alles is beter dan geplet staan in een zaal die eerder op een stomerij leek dan op een gezellig avondje traditionele metal. Eens zoveel respect voor de ouwelui die op het podium stonden; ik vermoed dat de temperatuur daar ook navenant moet zijn geweest. Later bleek dat Biff niet van airco wou weten in de zaal. Wat? Schrik dat deze het geluid van de band zou storen? Of eerder een lepe truk om de temperatuur in de zaal en tegelijk de sfeer op te krikken? Bollocks! Niet meer doen, Biff! 

Enfin, voordat we zover waren kregen we nog twee andere bands op ons brood en had ik het op voorhand geweten, ik had mijn spandex aangetrokken want alhoewel het vrij jonge combo’s zijn, waren de jaren ’80 meer dan aanwezig.

Het Nederlandse, uit Tilburg afkomstige VANDERBUYSTmocht de avond openen en alhoewel hun reputatie hun ver vooruit liep, wist dit trio mij echt wel te imponeren. Vooraf werd me ingefluisterd dat zij allemaal covers speelden, maar dat bleek niet correct. Vanderbuyst grossiert in pure ’70 & ‘80s hardrock die ik best kan vergelijken het een hardere Thin Lizzy, Tygers of Pan Tang en UFO. Dat slag, ofte NWOBHM met een Nederlandse saus er over. En interpreteer dat laatste vooral als: professioneel en overtuigend. De setlist is me onbekend, maar dat is niet relevant gezien ze nog geen klassiekers uit hebben. Maar de jongens staan er wel degelijk. Ze hebben niet alleen de looks en de outfits, hun bandgeluid is duidelijk geworteld in die jaren dat het allemaal nog niet zo strak en technisch hoefde te zijn. Let wel: de gitaarcapriolen en het gemak en de show van gitarist Willem Verbuyst trekken grote ogen en met zijn Ted Nugent/Mike Levine (Truimph) look lijkt hij zo weggelopen van een festival uit de ’80. Zanger/bassist Jochen Jonkman is misschien niet de grootste zanger, maar weet de aandacht vast te houden. Visueel dus zeer amusant en muzikaal opwindend. Dit is een echte festivalband maar kan zonder twijfel menige parochiezaal of JC laten ontploffen. Ga ze zien als je kan!

110517 Saxon 2 014.JPG

110517 Saxon 048.JPG

110517 Saxon 052.JPG

110517 Saxon 2 016.JPG

110517 Saxon 058.JPG

 

Het Britse CRIMES OF PASSIONloopt deze avond mooi mee in de 80’s sfeer al situeren zij zich meer in de gepolijstere stil van een MTV-Whitesnake met glam elementen van Poison of Motley Cruë zonder daarom over the top te gaan. COP speelt behoorlijk heavy en nogal technische heavy metal. Ook hier zijn het de gitaristen die het mooie weer maken. Met techniekjes en loopjes van vandaag in te kapselen in melodieuze en licht bombastische songs, is het voor ieder wat wils. Zanger Dale Radcliff is ook een belangrijk element in de presentatie van de band. Een opvallende frontman was zowat hét kenmark van de band vroeger en dat mag zo blijven. Met een geweldige stage-outfit en de nodige bravoure liet hij geen kans voorbijgaan om connectie te maken met het publiek. Er zat wat Deen Snider in, maar evenveel Joe Elliott. Beetje charmeur, maar niet vergeten: ook een straffe zanger.

110517 Saxon 121.JPG

110517 Saxon 088.JPG

110517 Saxon 098.JPG

110517 Saxon 186.JPG

110517 Saxon 167.JPG

 

Enige minpuntje, voor wat het waard is, is dat buiten Dale, de rest van de band nogal statisch is alsof ze een examen staan af te leggen. Dit maakt dat de frontman zowat een egootje lijkt, wat zeker niet is. Dat doet niets af aan de instrumentale prestatie, welke over de hele lijn zeer straf was maar een beetje meer interactie tussen de bandleden onderling had zeker het visuele aspect ten goede gekomen. Het geluid was toppie en ook deze band draagt zeker mijn goedkeuring weg! En als de band dan exact 1 jaar en een dag na het overlijden van Ronnie een song van Dio speelt als slot maakt dit het voor mij compleet. ‘Holy Diver’ klinkt behoorlijk en is een mooie afsluiter.

Wat valt er nog toe te voegen aan een SAXON optreden? Al wie de band al eens heeft bezig gezien weet dat de prestatie en de reputatie hand in hand gaan.

Met een nieuw album dat eerstdaags op de wereld wordt losgelaten staat deze band voor de zoveelste wereldtoer. En ja, na al die jaren is het Saxon-logo nog steeds een huis van vertrouwen. Als ik de backdrop zie hangen is het haast thuiskomen want Saxon is echt een deel van mijn (eerste en tweede) jeugd en is blijkbaar niet van plan om op te houden.

De set werd dan ook geopend met de nieuwe single ‘Hammer of the Gods’ welke het album ‘Call to Arms’ zal openen. Een zeer typisch Saxon nummer met een frivool gitaartje in het begin wat al snel uitgroeit tot een zoveelste metalhymne. Om de gaspedaal gelijk in te duwen vervolgden ze met ‘Heavy Metal Thunder’ en ik voelde het al aankomen: als snel voelde ik een been in mijn nek en inderdaad, enkele dappere crowdsurfers (echt niet allemaal van de jongsten) kwamen over de eerste rijen heen. En niet alleen dat. De temperatuur steeg vervolgens behoorlijk snel zoadat we eens in het midden van de lange set ver over ons kookpunt heen waren en zweet afvegen geen enkele zin meer had. Gemarineerd in eigen nat, zeg maar. En de band deed er nog een schepje bovenop met ‘Never Surrender’, opgedragen aan beide supportbands. De gitaartandem Doug Scarratt en Paul Quinn, en dat mag eens gezegd worden, is evenwaardig als Downing (zucht) en Tipton of Murray en Smith. Vooral Scarratt maakt vandaag het mooie weer, maar Quinn, al decennia met petje of bandana, heeft toch meer dat traditionele geluid wat de band kenmerkt.

110517 Saxon 191.JPG

110517 Saxon 202.JPG

110517 Saxon 204.JPG

110517 Saxon 211.JPG

 

Dat Saxon meer dan een handvol klassiekers heeft is geen nieuws, dus werd de juke-box opengedraaid. Het snelle ‘Motorcycle Man’ deed even een pit ontstaan welke met ‘’Show me your hands’ (God weet waar dat opstaat en ik heb ze hier allemaal voor mij liggen, iemand?).

Een oudje dat we in het verleden nog niet veel mochten horen is ‘Rock’n’Roll Gypsy’ van de ‘Innocence is no Excuse’ plaat. Eerste echte hoogtepunt (waren het niet allemaal geweldige uitvoeringen?) was zeker ‘Dallas 1Pm’, een absolute Saxon classic. Zo ook ‘The Eagle has Landed’ met zijn trage bijna logge ritme. Fantastisch te horen hoe songs uit de prille ‘80s vandaag de dag zo heavy en ongedateerd kunnen klinken. Na nog enkele nieuwe songs werd de set verdergezet met de juke-box. ‘Denim and Leather’ & ‘Princess of the Night’. Ondertussen was ik al naar de bar gemanoeuvreerd want een frisse pint was nu even prioriteit.

110517 Saxon 212.JPG

110517 Saxon 278.JPG

110517 Saxon 280.JPG

110517 Saxon 358.JPG

 

Van achteraan, maar nog steeds goed gechambreerd kregen we nog de encores. In Saxon termen wil dit zeggen: …en we gaan nog niet naar huis. Biff (ondertussen ook op tram 6)maakt ons even duidelijk dat andere bands er nu ongeveer mee ophouden maar dat zij  nu pas op dreef geraken. Ik wil het me niet voorstellen hoe heet het op het podium moet zijn, maar de band gaat gewoon door.

‘Crusader’, een nummer dat altijd actueel is (…), ‘747 (Strangers in the Night)’ , ‘Strong Arm of the Law’ vloeide voort uit een korte bassolo van Nibbs Carter en werd met een mooie lichtshow voluit meegebruld door de eivolle zaal.

Tot slot ‘Wheels of Steel’ waar het publiek nogmaals mee in betrokken werd. Saxon kan niet anders dan op safe spelen. Ten eerste hebben zij een bijzonder trouwe aanhang waarvoor het allemaal niet zo top moet zijn, vervolgens blijft hun geluid herkenbaar en nemen zij nooit echt grote risico’s door een grote stijlwending. Biff vertelde ons maar weer eens dat ze in 2012 weer op GMM ‘zouden kunnen’ spelen. Ik mag gvdmm hopen dat het weer niet in een tent te doen is, want dat zou een ware schande zijn.

110517 Saxon 365.JPG

110517 Saxon 430.JPG

110517 Saxon 472.JPG

110517 Saxon 272.JPG

110517 Saxon 536.JPG

110517 Saxon 564.JPG

Saxoncalltoarms.jpg

>>> PICASAWEB

(links boven)

 

16:43 Gepost in Muziek | Commentaren (0)

17-05-11

Normandië, deel 1 (8 & 9 mei '11)

 

dag 1 OPEN1.JPG

Ronduit schitterend idee om op zondag te vertrekken. Ik durf zelfs na datum stellen dat deze hele uitstap een score van 97,5% krijgt (toch een volle 30% meer dan vorige Normandiëtrip). Over het feit dat één museum gesloten was wegens uitbreiding kunnen we laconiek zijn: weerom iets om later eens te doen. Veel later dus want ik heb het nu wel even gezien.

Zien én voelen, want het is misschien op zich wel een ‘mooie’ trip; stilstaan bij wat er allemaal gebeurd is op de stranden en zeker ook in het nabije hinterland, is niet niets.

Sterker nog: nadat we uit het Musée Cinéma 360° kwamen zeg ik nog haast letterlijk tegen mijn kompaan: “De eerste die dit idee op tafel gooide werd toch even niet serieus genomen, mijn gedacht”. Waarop er een waterval van namen, data en andere gegevens mijn richting uit kwam. Inderdaad, mijn gekwalificeerde Gefreiter heeft een haast encyclopedische kennis van de kleine lettertjes uit de boeken, wat mij heel wat gezeul bespaart. Af en toe eten en drinken geven en samen vormen we dan een compatibel stel. Residenten van Verdun, de Somme, de Argonne en zowat elk ander slagveld in onze nabijheid kunnen dit beamen.

Hoe dan ook: nu iedereen toch bekend is met ‘Saving Private Ryan’, ‘Band Of Brothers’, ‘The Longest Day’ en sommigen ook met… ‘Call of Duty’ (da meendje nie!), is het tegelijk verbijsterend dat er nog zoveel mensen zijn die deze regio nog niet hebben bezocht. Temeer omdat het zelfs bij veteranen als wij nog steeds sterke gevoelens oproept. En wij hebben al wat gezien. Ok, dat is één.

Dag 3 TUSSEN.JPG

Tevens het stilstaan bij het feit dat men vanuit de zee (en lucht natuurlijk) het sterkste leger op het sterk verdedigde Europa heeft aangevallen. De zee, wat eerder een vluchtweg was, werd nu een – weliswaar onvoorspelbare - bondgenoot. In combinatie met een perfecte timing, veel ‘chance’ en vooral veel lef en durf, hebben de geallieerden het klaargespeeld om na één dag van wisselend succes toch een blijvende voet aan wal te zetten in het bezette Frankrijk. Dat het Duitse leger ondertussen vooral in het Oosten aan het strijden (en verliezen) was en de dreiging vanuit de zee niet door iedereen even ernstig werd genomen (generaal Rommel was wel pienter, maar de rest was haast letterlijk aan het slapen), maakten het er natuurlijk gemakkelijker op. Al valt dat wel te relativeren. Had de bulk van de Duitse strijdkrachten aan de Franse kust in anticipatie staan popelen, het had er even anders uitgezien. Niet dus. ‘D-day’ ofte operatie Overlord mag men gemakkelijk als een van de meest opzienbarende en succesvolle militaire acties ooit onderlijnen. Alles wat we zien en tegenkomen op deze reis wrijft dit er nog maar eens in.

dag 1 OPEN.JPG 

Zondag 8 mei 0712u.

Met de neuzen in dezelfde richting en vol goesting scheuren we de E17 op. Haast autovrij! Via Lille richting Parijs, Amiens en dan Le Havre. Het is wel een hele rit, reken een 500 km tot je in de ‘Battle Zone’ terechtkomt. Ons eerste punt van afspraak met de geschiedenis is Merville, meerbepaald de Batteries de Merville. Deze Duitse batterij bestond uit 4 150mm kanonnen en een handvol luchtafweergeschut. Om de Britse sector Sword te vrijwaren van zwaar geschut diende deze ingenomen te worden. Na een zwaar bombardement, wat vooral de dorpen in de buurt trof, landde het 9ePara Bn. O.l.v. Lt. Col. Terence Otway rond de site. Van de 600 man kon Otway er 150 bij mekaar scharrelen om vervolgens door de met mijnen bezaaide perimeter te ‘avanceren’. Het was 0050u op de historische dag. Wild om zich heen vurend wist de eenheid de site in nog geen  30 minuten te veroveren. De Duitsers vochten haast tot de laatste man. Van de ruim 200 waren er nog 22 die zich konden overgeven. Otway verloor er 70. Een spectaculaire actie die zeker invloed heeft gehad op de landingen even verderop.

01 Merville 1.JPG

Op de site vinden we natuurlijk de vier artilleriebunkers en enkele bijgebouwen. Drie zijn er ingericht als museum. Een met info over de Duitse bezetter, een als memoriaal voor de Britse Para’s en een voor de Belgische Brigade Piron. Nieuw op de site is een C47 transportvliegtuig welk te bezoeken is. Verder een Brits artilleriestuk.

02 Merville 2.JPG

Na tien minuten rijden zijn we tussen Ranville en Benouville. De legendarische ‘Pegasus Bridge’ ligt al jaren op het droge tussen relieken van de legendarische aanval op de brug op 6 juni 1944 om 0020u. Van de zes Horsa zweefvliegtuigen waren er vier vlakbij geland en eentje 800m verderop. De zesde zat 12 km verder. De vier die waren geland op 50m van de brug spoedden zich over de Orne. Pas toen ze aan de overkant waren reageerden de Duitsers. Na een fel vuurgevecht viel café Gondrée in Britse handen. Dit was het eerste bevrijdde gebouw van Frankrijk. Daar werden dan ook gelijk meerdere flessen gekraakt. Wij bezoeken eerst het museum en besluiten gezien de onregelmatige druppels die ondertussen beginnen te vallen eerst binnen onze ronde te doen. De openluchttentoonstelling toont ons de originele brug en een Horsa replica. In het mooie museum tal van historische artefacten die aan de actie refereren.

031 Pegasus 3.JPG

032 Pegasus 5.JPG

03 Pegasus 1.JPG

04 Pegasus 2.JPG

Als we de baan oversteken staan we aan de landingsgrond van de vier Horsa’s. Deze liggen er nog steeds bij als toen. Braak en drassig. Duiding op de plakkaten brengt ons toch weer dicht bij de feiten. Deze keer steken we ook de (nieuwe maar gelijkende) brug over en nestelen ons op het terras van het café. Voor de huidige uitbaters is het elke dag van ‘t zelfde: hun café op de foto, foto nemen van de bezoekers voor het café. Ik was dan ook (niet?) verwonderd van de nogal stugge bediening. De koffie was wél goed en zeker verdiend.

Een korte rit naar Caen was ons volgende deel. Na de inkwartiering in ons logies zochten we een restaurant op. Daarover kan ik helaas niet in detail treden, er zijn grenzen aan fatsoen. 

dag 2 OPEN.JPG

Maandag 9 mei, werkdag! Duidelijk merkbaar op de ‘périphérique’ van Caen. Gelukkig moeten we maar een klein eindje mee alvorens we binnendoor naar de ‘Hillman Battery’ rijden. Deze site is al een tijdje te bezoeken en een kort onderhoud met enkele werkenden aldaar blijkt ze nog verre van af te zijn. Echt heel veel is er dan ook niet te zien en na een kort bezoek aan de bunkers en een kleine wandeling rondom rijden we naar de kust. Altijd leuk om de zee te zien en het zilte water te ruiken.

05 Hillman 1.JPG

Vanaf Luc-sur-Mer volgen we zo goed als kan de kustweg door de aaneensluitende dorpen : Langrune-s-Mer, St.Aubin-s-Mer en Bernières-s-Mer. Zo belanden we in de Canadese zone ofte Juno. In Courseulles-s-Mer bevindt zich het imposante en razend interessante Juno Beach Centre. Niet alleen levert dit museum een hoop informatie over de Canadese deelname aan de evenementen, tevens geeft het een ruime inzage in de ontwikkeling van Canada als natie. Vanaf de eerste ontdekking en kolonisatie, over de immigratie vanuit Europa tot de zelfbewustwording van de natie en uiteraard de deelname aan zowat alle grote conflicten ter wereld.  

06 Juno 2.JPG

De opdracht van de Canadese eenheden was samen met de Britse die links en recht van hen landden, door te stoten naar Caen om het vliegveld in te nemen. Caen zou nog een heel ander verhaal worden. De Royal Winnipeg Rifles werd omzeggens al gedecimeerd nog voor ze aan land waren. Andere eenheden hadden meer geluk, maar het zou nog even duren alvorens Caen bevrijd zou worden.

07 Juno 9.JPG

Vooraf gaan we mee het strand op met een van de gidsen. Zij geeft ons een voldoende beeld van de situatie tijdens de bezetting aan de kust en leidt ons mee in een ruime bunker op het strand. Deze is anders niet te bezoeken. In de groep zitten naast enkele andere Vlamingen ook Amerikanen en uiteraard een hoop Canadezen. De gids spreekt behoorlijk Frans met een Engels accent en vice versa. Voor ons, Vlamingen maakt het allemaal geen zak uit, wij zijn ondertussen van alle markten thuis.

Even verderop ligt Graye-s-Mer. Een kustplaatsje vooral uitgebouwd naar toerisme toe. Aan de kust staat een monument voor de Vrije Fransen die daar later aan land zouden komen. Ook de Engelse koning en De Gaulle zouden later in Graye vaste voet aan wal zetten. De Churchill AVRE tank trekt wel de aandacht maar ook de picknick wordt aangesproken wat wél de aandacht van de zeemeeuwen trekt.

07b Graye.jpg

Van Graye rijden we naar Arromanches-les-Bains. Een stadje dat qua reputatie zijn naam ver vooruit is. Hier lag immers de grootste Mulberry haven van Normandië. De kunstmatige haven die na de landing de logistieke bevoorrading moest verzekeren. Het is hoog water als we aankomen dus op het strand gaan kan niet. Het perfecte alternatief is een bezoek aan het ‘Arromanches 360° Cinema’. Met de nodige vooringenomenheid maken we toch de klim naar boven wat niet alleen een mooi zich over de baai geeft maar ons tevens confronteert met de beperkingen van ons klimvermogen. Hoe dan ook, we zijn net op tijd voor de volgende vertoning. Hier speelt men een film van 18 minuten in, ja, 360° rondom de kijker. Wie mobiel genoeg is kan rondwandelen. Eerlijkheidshalve moet ik stellen dat het bijlange niet slecht was. Met een combinatie van historische en nieuwe beelden krijg je toch een mooie kijk op de zaken. Achteraf maakte het toch wel enige indruk.

08b Arro.jpg

08 Arro B 3.JPG

We stoten nog door naar Longues-s-Mer, waar de evenzo genaamde Batteries staan. Het kuststrookje heet officieel ‘Le Chaos’ wegens de afbrokkelende kliffen. Het lijkt nogal rustig op de site maar schijn bedriegt. Het is hier zo groot dat je gerust enkele bussen toeristen of schooluitstappers kan verbergen. En ja, eens we goed en wel op pad zijn duiken ze op. Nu valt dat best mee. Ten eerste, volk op de gebouwen geeft een extra dimensie en tegelijk een beeld van de verhoudingen van de gebouwen. Dansende dartele deernes dwarrelen op bunkers die ooit dood en destructie zaaiden op de stranden in hun bereik. In dit geval Omaha en Gold.

Deze zware kanonnen bestookten op de vroege ochtend van 6/6/44 de geallieerde schepen en naderhand ook stranden. Het is de enige kustverdediging waarvan al de kanonnen nog aanwezig zijn, wat iets heel anders is dan ‘intact’ zijn.  

11 Longues 15.JPG 

 Van op de laatste bunker hebben we een mooi overzicht over de site. Zolang het weer meewil natuurlijk want donkere wolken laten nog af en toe een artistieke zonnestraal door. Even oversteken naar de voorwaartse observatiebunker die tot in de perfectie in staat is gesteld. Het is niet moeilijk om je in de plaats van de Duitse waarnemers te plaatsen.  

10 Longues 13.JPG

Als we terug naar de auto wandelen wordt het wel echt donker en als we eenmaal rijden valt het er met bakken uit. Een weliswaar kort maar hevig onweer hypothekeert een stop in Crépon. We noteren dat de volgende dag Crépon als eerste op de agenda staat alvorens we weerom naar Arromanches rijden om daar de draad op te pikken. Waarom? Omdat het dan laagwater is, slimmeke!

dag 2 SLOT.JPG

Volgende keer: méér!

Na de volledige publikatie: een volledig foto overzicht op Picasa Web!

 

10:44 Gepost in Historie | Commentaren (2)