Welcome back my friends to the show that never ends.... Hier regelmatig recensies van rock, metal en progressieve cd's en concerten, geschiedenis, uitstapjes in de wereld en commentaar op 'de gang van zaken'...
‘The Man Left in Space’ – Cosmograf – Soms gaat een vlieger niet op. Hij kwakkelt een beetje en de bedoelingen zijn best goed maar komen nooit echt tot leven. Multi instrumentalist en initiatiefnemer dezer project ‘Cosmograf’ heeft zijn uiterste best gedaan om van zijn derde cd zijn magnum opus te maken maar de verf bladt al af nog voor ze droog is. Het verhaal had van Ayreon kunnen zijn maar is het niet waardoor het een lauw afkooksel wordt. De ingrediënten van dit ruimte epos zijn standaard: soundscapes, voice-over, historische geluidsfragmenten en de obligate Gilmour-gitaarpartijen die dan ook in een poging-tot fase blijven steken. De dromerige prog/spacerock heeft nog het meest te lijden onder ’s mans eentonige en klagerige stem. Nu kan ik me inbeelden dat gezien het thema er weinig te juichen valt, maar op de duur gaat het echt irriteren. Ondanks de aanwezigheid van Nick d’Virgilio & Dave Meros (Spocks Beard) en Lee Abraham (Galahad) geraakt het maar niet vooruit. Op het heavy ‘Aspire, Achieve’ na, waar even de gitaren rollen en de verwachtingen nog hoog zijn, wordt het vooral een lange herhalingsoefening waarbij de geluidsfragmenten nog enigszins voor een interessante toets zorgen. Helaas wordt in ‘de scene’ al te veel beroep gedaan op die truuks waardoor het allemaal teveel ‘déjà entendu’ wordt. 'We disconnect' geeft nog even hoop maar op het vinnige gitaarwerk na boeit deze ook niet echt. Langs de andere kant is deze cd best beluisterbaar (…) maar dat is vandaag in een boomend proglandschap niet voldoende.
Delain
‘Interlude’ - - Delain – Dit is wel een heel aangename verrassing. En een beetje bevreemdend ook gezien de band vorig jaar nauwelijks een platenfirma vond om hun toen nieuwe cd uit te geven. Nu is er plots een vet extraatje in de vorm van deze leuke package. En ik kan er al gelijk bij stellen: ik vind dit niet zomaar een tussendoortje of zoethoudertje maar qua amusementswaarde eigenlijk een volwaardige cd. Het audiogedeelte bevat enkele nieuwe nummers waaronder drie covers; ‘Small Town Boy’ (Bronski Beat), ‘Cordell’(Cranberries) en ‘Such a Shame’ (Talk Talk). Allen met een duidelijke meerwaarde door de unieke uitvoeringen, en nog een handvol live versies. Maar letten we toch vooral op de nieuwe tracks. Zo is ‘Breathe on Me’ een knappe opener. Charlotte’s stem blijft een beetje onschuldig klinken maar daar staat tegenover dat ze ‘anders’ klinkt dan de grote zussen die soms nogal al te graag uitpakken met hun kunnen. Samen met de stevige ondersteuning maakt dit een heerlijk geluid. ‘We are the Others’ krijgen we in een sobere versie en die is even straf als het origineel, dus wederom een aanwinst. De live songs vinden we ook terug op de dvd en klinken geweldig. Hiermee is eigenlijk alles gezegd wat het audiogedeelte betreft. De dvd is natuurlijk een meerwaarde. Enkele songs opgenomen op MFVF 1012, wat eigen footage van hun deelname op de 70.000 Tons Of Metal Cruise, wat backstage gedoe en de mooie video’s van de band. Exellente instap voor nieuwe fans en veel meer dan een sorbetje voor de getrouwen.
So it shall be written - so it shall be done
‘Maiden England ‘88’ - - Iron Maiden - - Dit zou een makkie moeten zijn om mijn mening over te geven. Toch liep mijn ‘evaluatie’ niet over een leien dakje. Dat komt vooral door het feit dat deze cd op verschillende manieren kan beoordeeld worden. Vooreerst en niet het onbelangrijkste is de historische impact van deze uitgave. Voor velen, waaronder mezelf, was Iron Maiden toonaangevend voor de jaren tachtig (en vele jaren daarna). ‘Maiden England’ was een populaire video (VHS) en een legendarische show natuurlijk. Met ‘Seventh Son of a Seventh Son’ leverde de band een van zijn beste – het beste? – album af in zijn carrière. Persoonijk herinner ik me levendig dat dit concert het enige was in Vorst Nationaal waar ik ooit letterlijk vooraan tegen het hekken stond en dat het zweet van Steve Harris zelfs op mij terecht kwam. Indruk maakte het dus zeker. Maar naast de persoonlijke herinnering moeten we het dus doen met deze audio opname (en dvd voor de liefhebber) en in alle eerlijkheid moeten we toch enige zaken vaststellen. Eerst en vooral: het was niet Bruce’s beste avond. Zo lijkt hij nogal snel buiten adem en klinkt het refrein van ‘Seventh Son…’ nogal slordig. Ook op andere songs plooit hij wat dubbel qua stembereik. De ervaring leert ons dat het echt een ‘day off ‘was want ik heb de band ongeveer tien keer live gezien en herinner me nergens nog een minpunt. De setlist is dan weer echt geweldig. Oudere songs als ‘Still Life’ en ‘The Prisoner’ klinken sterk en waren nog niet (officieel) op cd uit. Daarenboven vind je hier de volledige setlist met o.a. ‘Run to the Hills’, ‘Running Free’ en ‘Sanctuary’. Geen van deze stijgt echter uit boven de legendarische ‘Live After Death’ versies. Voor de volledigheid of gewoon uit nostalgie is deze cd al een verantwoorde aankoop. Daarenboven zal hier aardig uit geput worden op GMM’13. Yeah, we can still play with madness!!!
Amorphis
‘Circle’ - - Amorphis - - Een band waar men mij niet zo snel mee zal associëren is het Finse Amorphis. Melodieuze deathmetal wordt echter erg gekoesterd door Tarkus zonder dat ik een purist of echte kenner ben. Deze band draagt echter volledig mijn appreciatie weg. Na het emotionele ‘Silent Waters’, het indrukwekkende ‘Skyforger’ en het eerder onopvallende maar reputatiebevestigende ‘The Beginning of Time’ is dit een meer dan waardige opvolger. Opener ‘Shades of Gray’ grijpt geweldig naar de keel en zet de toon voor de rest van de cd. Bijzonder heavy maar terug meeslepende melodieën en veel cleane zang. Zo bouwt ‘Mission’ mooi op tot een zeer verteerbaar mid-tempo stuk en een refrein dat zowel het hart raakt en zich tegelijk in je oor nestelt. Folk invloeden zijn terug meer aanwezig (‘Narrow Path’ – met een Gary Moore-feel gitaarlick) waardoor je soms zin hebt de horlepiep in te zetten. Het ingetogen ‘Hopeless Days’ doet me dan weer erg aan Evergrey denken. Slotnummer ‘A New Day’ behoort tot het beste wat ik ooit van Amorphis gehoord heb. Melancholisch, aangrijpend, je zegt het maar. Enige minpuntje is – en dat is heel persoonlijk – dat de productie een beetje te ‘morsig’ klinkt – het geluid is wat té vol naar mijn mening, maar dat is te verwaarlozen want de songs zijn zo fantastisch dat de 46’ zo voorbij zijn en dat id ook wel jammer. Maar liever 9 songs van dat niveau dan 70’ met de helft vullers. Wie met het genre niet echt bekend is, moet deze zeker eens checken. Wie ook o.a. Eternal Tears of Sorrow kan smaken (hij komt, hij komt!), gaat hier ongelooflijk van genieten.
DGM
‘Momentum’ – DGM – Deze progressieve metalband uit Italië levert met deze plaat wederom een monster af. Ik refereer dan graag naar de twee voorgaande ‘Frame’ en ‘Different Shapes’. Als je die kent en kan appreciëren, dan zit je gebeiteld met deze reeds 8e van de band. Niet echt het belangrijkste omtrent deze cd – maar het is wel een meerwaarde - is dat zowel Russel Allen van Symphony X als Jorn Viggo Lofstad van Pagan’s Mind er op te gast zijn. Ons kent ons en als referentie kan het tellen. De cd op zich zschiet als een raket van start met ‘’Reason’ (feat. Allen) en levert direct af wat we al gewoon zijn: retestrakke metal vol details, duizelingwekkend gitaarspel en subtiele ondersteuning van toetsen. Het tweede nummer ‘Trust’ kan je best beluisteren in gezeten toestand want deze song heeft buiten een ferme hook een opeenvolging van solo’s om even niet goed te worden. Zanger Mark Basile heeft ondertussen een herkenbare stem maar domineert zeker niet. In ‘Chaos’ wordt er gespeeld met elektronica en bewijst de band nog maar eens hoe complex en strak ze zijn. ‘Overload’ doet me dan weer denken aan Symphony X, vooral de intro. Als we aan het 9e nummer zijn krijg je wel een gevoel van ‘overload’ – zoveel virtuositeit wordt moeilijk om dragen, zeker als het aan zulk een tempo op je afgevuurd wordt. Op zich een veilige cd dus voor wie zijn progmetal heftig, furieus en met een hoog technisch gehalte wil. Een hele rit ook om deze in zijn geheel uit te zitten, daarvoor dient elke track op zich eerst voldoende voorgekauwd te worden.
Visions of Atlantis
‘Ethera’ – Visions of Atlantis – Het Oostenrijkse Visions Of Atlantis boert al vijf cd’s lang in de grote hoop B-bands die op zich wel een fanatieke aanhang kennen maar tot op heden niet echt tot de top zijn gaan behoren. Ik denk dan ook bvb aan Elis en Edenbridge. Bands die ieder op zijn manier moeten strijden om een plaatsje te veroveren en telkens weer door (soms erg dramatische) voorvallen niet in slagen. ‘Ethera’, het vijfde album van VOA lijkt me daar geen verandering in te gaan brengen. Ik zeg zelfs meer: het is een té rustige vastheid die dit album in zijn greep heeft. ‘Cast Away’ en ‘Trinity’ konden mij meer bekoren en ze hadden zelfs songs die me wel bijblijven. Tot op heden niets gevonden op ‘Ethera’ dat diezelfde richting uitgaat. Ook geen verrassingen in de negatieve zin. Zanger Mario Plank en zangeres Maxi Nil doen gewoon hun best zonder uit te stijgen boven hun normale doen. Beiden zijn aanvaardbare zangers maar komen pas echt tot hun recht als ze samen naar een (muzikale) climax toe werken. Dit gebeurt hier te weinig en op zich klinken ze wat te geforceerd en onnatuurlijk. Instrumentaal valt er weinig op te merken: lekkere – soms wat te poppy – powermetal die mooi uitgebalanceerd klinkt maar het is dan meestal ook niet meer dan dat. Ik snak er niet naar maar zou het ook niet direct afzetten. Gelukkig is deze band in een live omgeving wel zeer genietbaar. Op naar MFVF dus.
Serenity
‘War of Ages’ - - Serenity - - Serenity’s ‘Death & Legacy’ was een fantastische derde cd. Daar kan ik niet om heen. Alles klopte gewoon: de composities, de thematiek, de gasten en uiteraard de uitvoering en productie. Daarenboven kon deze cd een ruim publiek aanspreken, van power- over melodic tot progressive metalfans. Goed nieuws dus voor velen want ‘War Of Ages’ is op zijn minst even straffe kost. Tien meeslepende tracks en 2 aanvaardbare extra’s maken dat deze ook weer voer voor bovenvermeld publiek is. Naast zanger Georg Neuhauser, welke nog steeds over een cleane stem beschikt maar soms wat eentonig dreigt te worden, is nu ook Clementine Delauney (ex-Whyzdom) aan de band toegevoegd waardoor de zang meer uitgebalanceerd en afwisselender werd gemaakt. Let wel: Neuhauser is een geweldig frontman in alle opzichten, begrijp me niet verkeerd. Clementine’s aanwezigheid maakt ook dat de band dit jaar op MFVF kan spelen. Top! De songs zitten weer volledig in de historische sfeer en grijpen deze keer eerder naar de krijgsexploten van legendarische figuren als daar zijn Napoleon, Nero, Henry VIII, Alexander de Grote en enkele andere thema’s met wortels in de historische literatuur. Dit levert dus fraaie teksten op en uitzonderlijk knap artwork maar bovenal veelal uptempo powermetal waar de scherpe hoeken wat afgeveild zijn ten voordele van de sterke melodieën, knappe duetzang en boeiende ritmische partijen. Zeer belangrijk is de symfonische saus die over de songs gedrapeert ligt. Epische intro’s en alomtegenwoordige toetsen die het aangenaam luisteren maakt. Check vooral uit: ‘Age of Glory’, een van de strafste songs van het album en zeker een goede vertegenwoordiger van wat Serenity voorstelt. De bonustracks bestaan uit een stripped versie van ‘Fairytales’ en een zeer sobere versie van Queen’s ‘Love of my Life’.
Amaranthe
‘The Nexus’ – Amaranthe – Wat moeten we in godsnaam met deze band? Nog nooit werd ik zo over en weer geslingerd tussen ‘love & hate’ voor een band. Het debuut omarmde ik vrij spontaan en werkte redelijk verslavend ondanks de vele con’s die ik zou kunnen verzinnen of die de professionele media er over schreef. Het feit dat zangeres Elize Ryd momenteel ook actief is als sidekick bij Kamelot, maakt haar een beetje het snoepje van de week. Maar Amaranthe is meer dat Elize's fraaie zelve. Zeker dit tweede album doet me af en toe schrikken. Het begint nog goed met ‘Afterlife’; stevige riff, afwisselende zang tussen de drie partijen. En het gaat nog wel even goed met ‘Invincible’ en het titelnummer, al geeft Elize’s ‘dancestemmetje me dan al wat kriebels. Ook de erg mechanische aandoende productie maakt me niet echt warm. Langs de andere kant is ‘Burn with me’ een redelijk straf nummer en ‘Mechanical Illusion’ is naast een vet nummer ook nog eens voorzien van een gave gitaarsolo. De meeste songs zijn no-brainers die voldoende elementen hebben om de middenmoot te halen - de drumpartijen en de afwisselnde zang als voornaamste. Pas echt fout gaat het bij het irritante refrein van ‘Razorblade’ en volledig met ‘Electroheart’, waar de balans plots erg veel overslaat naar zielloze dance. Nu ben ik niet tégen dance op zich, ik vind zelfs Milk Inc. ook wel fijn, maar daar kies ik nu niet voor. Plots lijkt alles erg 'prefab' te gaan klinken en nogal inwisselbaar. Gelukkig zit 'Transhuman' dan weer lekker in mekaar met ook weer een straf gitaarstuk van Olof Mörck (Dragonland) Van alle walletjes snoepen is weinigen gegeven en het is goed dat Amaranthe een genre mix maakt van normaliter erg tegenstelde stijlen om hiermee een voorbeeld te stellen tot waar het gaat – liefst niet verder. Voor de band pleit het dan wel weer dat ze live verdomd straf zijn. Ik kijk dan ook al uit naar hun passage op GMM en niet zozeer naar een 3e album dat volgens mij meer van hetzelfde gaat zijn en dat hoeft niet direct voor mij.
Steven Wilson
‘The Raven that Refused to Sing and other stories’ – Steven Wilson – Het is niet makkelijk om een nieuw product van Steven Wilson objectief en met de nodige omzichtigheid te behandelen als de artiest in kwestie ondertussen voor velen de goddelijke status heeft bereikt. Het is stilaan ook schier onmogelijk om een product in handen te krijgen waar zijn naam niet opstaat. Ok, dat is overdreven maar je kent dat gevoel. ‘Grace for Drowning’ kon maar op weinig sympathie rekenen van mij uit maar het moet wel gezegd zijn dat de man er ontzettend veel werk heeft ingestoken en de nodige grenzen verlegd had. ‘The Raven…’ manifesteert zich op een andere wijze, m.i. Elke track (6 waarvan 3 +10’ tellen) bulkt van de klanken waaraan Wilson zich volop heeft kunnen laven of dingen die hij in eerdere incarnaties al uittestte. Het ‘thank you’s’ lezen als een who-is-who in progrock. Vooral King Crimson heeft vooral instrumentaal zijn sporen achtergelaten, een band die toch ook niet voor één gat te vangen is. Anders en toch een beetje veilig dus. Opener ‘Luminol’ geeft gelijk aan zijn uitgelezen band de gelegenheid om te excelleren op instrumentaal gebied zonder mij als luisteraar echt te verliezen of monddood te maken. Ik herken het en ik hoor duidelijk Wilson’s hand in het proces. ‘Drive Home’ vangt aan met een Camel-achtig gitaarloopje en evolueert in een uiterst beluisterbaar stuk. Als het refrein een kwak Blackfield presenteert, kan er nog weinig mislopen. Dit is dus zeer mooi, haast pastoraal en als je de tijd neemt om naar Gowan Guthrie’s gitaarwerk te luisteren, bijna betoverend. Met ‘The Holy Drinker’ begeeft hij zich wat op glad ijs. Ik hou niet van jengelende blazers die voor drukte zorgen. Gelukkig gaat ook dit voorbij en evolueert dit in een van de hardste, meest experimentele én boeiendste songs op het album. ‘The Pin Drop’ levert meer van hetzelfde – de blazers zijn gelukkig van korte duur. Met ‘The Watchmaker’ kunnen we even tot rust komen en horen we een uiterst relaxte band, subtiele dwarsfluit en een zee van moogs & stuff. Als de laatste minuten erg Van Der Graaf Generator klinken, kan dat aan mij liggen, maar het is geen meerwaarde. Het titelnummer is een mooie afsluiter, en dat hebben we toch wel nodig als je dit album in zijn totaliteit beluistert. Ik vind dat noch dit album als beide (solo) voorgangers enig verband met elkaar hebben en dat hoeft ook niet. Steven Wilson staat telkens weer garant voor een verrassing en die is niet altijd onmiddellijk positief. Daarvoor dient de tijd zijn werk ook te doen. ‘The Raven…’ is zeker een meer dan aangename verrassing en ik denk dat deze met het draaien nog beter gaat worden.
Saxon
‘Sacrifice’ – Saxon – Saxon’s twintigste studioalbum draait nu al enkele dagen – niet onafgebroken – rondjes en ik ben er nog niet uit. Tja, als bevooroordeelde luisteraar omarm ik elke plaat van deze band zowat blindelings maar als kritisch luisteraar wil ik dan ook wel wat ‘boter bij de vis’. Grote Vernieuwing moeten van Biff & co echt niet meer verwachten en een stijlbreuk om een nog onaangeroerde markt te veroveren al evenmin. Bestaat ‘Sacrifice’ dan uit ‘rustige vastheid’? Neen. Toen de band de beofte deed om terug naar het rauwe geluid van de eerste albums te gaan, zijn ze daar wel degelijk in gelukt. Dit wil zeggen: puur op riffs gebaseerde songs die instant herkenbaar zijn – zowel qua sound als qua inhoud. Saxon’s voorliefde voor ‘everything wheels & steel related’ met een smakje rebellie erbij druipt van deze schijf. Na de intro scheurt de titelsong ‘oerend hard door de speakers. Qua heavyness kon dit ook op ‘Metalhead’ gestaan hebben. ‘Made in Belfast’ laat je even bekomen maar ‘Warriors of the Road’, ha, dat is pure ‘Stallions of the Highway’ van enkele decennia geleden – en ja, dit is een compliment. Geen literaire prijzen dus, luister naar ‘Stand up and Fight’, alle cliché’s maar zo true als maar kan zijn. Saxon sloot met ‘Sacrifice’ geen compromissen door te gaan neigen naar epic- power –of progressive metal. Dit is qua authenticiteit een fantastisch album maar in 2013 mocht het iets meer zijn. Zo is de afsluiter ‘Standing in a Queue’ een echt opvullertje en haalt de cd net geen 40’. En dat is in deze tijden toch wat pover. Saxon speelt al jaren in tweede divisie; berust daar duidelijk in en weet dit op een comfortabele manier te verzilveren.
Gazpacho
‘Night’ – Gazpacho – (reissue) Ik volg het Noorse Gazpacho sinds 2009. ‘Tic Toc’, ‘Missa Atropos’ en ‘March of Ghosts’ zijn zeer fraaie albums maar maken het een nieuwe fan niet gemakkelijk. Ondertussen ben ik daar doorgeworsteld zonder littekens. Net voor ik dieper in het verleden wou gaan graven, werd ‘Night’ (2007) heruitgebracht met wat extra’s en uiteraard nieuwe mastering – in voor zoverre dat in dit genre oplevert. Enfin, een prachtige package dus met een live-cd bovenop. Inhoudelijk – ik had deze nog niet gehoord – werd ik wél onmiddellijk omvergeblazen door het openingsnummer ‘Dream of Stone’ – toch al gelijk goed voor 17’ atmosferische prog/postmetal. De impact die deze band en vooral deze cd op mij had is ‘overweldigend’ te noemen. Vreemd misschien omdat Gazpacho niet grossiert in gitaarrifs, solo’s of ook maar enig element dat Rock zo krachtig maakt. Neen, Gazpacho moet het hebben van onderdrukte emoties, sferische instrumentatie en geuidstapijten. Daarenboven hebben zij een full-time violist in de gelederen die op tijd en stond alle haren die ons nog resten overeind doet staan. De breekbare vokalen van Jan Henrik Ohme zijn zo bezwerend dat je amper je ogen durft sluiten. En als dit dan toch gebeurd sleept ‘Chequered Light Building’ je mee naar je diepste emoties. Slotnummer ‘Massive Illusion’ (13’) is met recht het klapstuk van het album. Hier klinkt Ohme meer als zichzelf en minder als Marillion’s Steve Hogarth. Hij overstijgt Hogarth door met subtiele stembuigingen en fraseringen te spelen. Een pastoraal orgeltje wisselt af met een Beatlesachtig refreintje alvorens we da laatste vijf minuten nogmaals de gevoelige snaar raken door een ‘Secret Garden’ achtige viool outro. En als je daar voorbij bent kan je niet anders dan enkele minuten bekomen van dit hoogst meeslepende en betoverende album. Get the kleenex!
Asia
‘XXX’ – Asia – Er was een tijd – toen ik nog jong en knap was – dat elk stereosysteem voorzien was van een knoert van een equaliser. Obligaat. Zelf had ik een Realistic monster en was daar best trots op. Vandaag is dat redelijk passé. To nu dan, want men heeft met de productie van dit platte schijfje wel een en ander over het hoofd gezien. Het eens zo grote en machtige Asia liep als een leidraad door mijn muzikale ervaren. Ik ga er geen geschiedenisles aan koppelen maar direct to the point komen. Ik vind hier nauwelijks een zak aan. De composities zijn té poppy, missen alle pomp & circumstances die de band ooit zo typeerden. Natuurlijk zijn hier geen krabbers aan het werk maar toch laveert alles op ‘XXX’ ver onder de verwachtingen. De steriele programming van Geoff Downes, de nauwelijks aanwezige gitaren van Steve Howe (heeft er ondertussen de brui aan gegeven), de even kille drumpartijen en – nog het storendste van al – de stem van John Wetten (ooit een halfgod ten huize van T.) klinkt alsof hij op de pot zit. Beklemd, geen dynamiek. Het beste komt de single ‘Face on the Bridge’ er nog uit en komt er een glimp van hun rijke symfonische verleden piepen op het slotnummer ‘Ghost of a Chance’. Gelukkig duurt het maar 49’, iets waarvoor ik ze dan ook uitzonderlijk dankbaar voor ben. De man die hem mij voor geen 5 €’s verpatste kan ik geen ongelijk geven. Sic transit gloria mundi.
Led Zeppelin
‘Celebration Day’ dvd/cd – Led Zeppelin –Eigenlijk was er geen weg naast; als heimelijke Zepfan diende deze cd/dvd bij de collectie terecht komen. Heimelijk? Ja, ik mijn directe muzikale kring vind ik geen echt grote fans terug, laat staan voor het meer obscure werk. Maar daar gaat het hier niet over. ‘Celebration Day’ is meer het rapport van een evenement dan een ‘echt’ Led Zeppelin concert. Langs de andere kant is het toch het beste dat we kunnen krijgen op dat gebied. Niemand zingt als Robert Plant en niemand haalt zoveel chemie, mysterie en bij momenten chaos uit zijn gitaar dan Jimmy Page. En daarmee zijn de twee hoofdpijlers gezet. John Pauls Jones’ toetsen en bas zijn natuurlijk ook herkenbaar en Jason Bonham vult meer dan degelijk de schoenen van zijn pa zaliger. Het lijkt wel een muzikaal sprookje om dit nog eens – ok, op dvd – te mogen aanschouwen MAAR. Er valt wel wat commentaar op te geven. Zo lijkt Page me zich een beetje te verliezen in het moderne aanbod van gitaareffecten. Veertig jaar geleden verbaasde hij vriend en vijand met zijn magie, vandaag lijkt hij alles tegelijk te willen gebruiken wat soms nogal op een chaos durft uitdraaien. Langs de andere kant is zijn gitaarpartij zodanig vrij te benaderen dat hij kan doen wat hij wil – en dat is dan weer leuk want ‘live’ wil ik wel wat anders dan de originele opnamen. Tweede punt is dat in tegenstelling met ‘The Song Remains the Same’ (waar je ook een halve boek kan tegen getuigen) er relatief weinig interactie tussen de bandleden is buiten een knipoog en een glimlach. Plant zingt nog bijzonder goed, al heb ik het idee dat heel de band iets lager gestemd is (?). Leuk: er ging een siddering door mij heen als Page tijdens de solo van ‘Stairway to Heaven’ even het geijkte pad verlaat. Bewijst maar eens te meer hoe ve ondertussen vergroeid zijn met de opname van 40 jaar geleden. Maar toch is dit op zich geweldig als event, als waarschijnlijk laatste wapenfeit van de drie originele leden + Jason. De beelden zijn absoluut geweldig maar ik luister liever naar de ‘TSRTS’ cd dan deze.
Galahad
‘Beyond the Realms of Euphoria’ – Galahad – Deze Schotse band had het al aangekondigd: in 2012 – zouden er twee albums verschijnen. Ze hebben woord gehouden. Was ‘Battle Scars’ nog instant herkenbaar als Galahad-album; deze is dat pas na enkele tracks. Het is zelfs even schrikken als de eerste track ‘Salvation – I’ aanvangt. De mix van heavy gitaren (naar neo-prognormen dan toch) worden afgewisseld met beats (ja, je leest het goed), samples en nog meer vreemde synth-klanken. Toch zou dit ook op het meesterwerk ‘Empires Never last’ kunnen staan. So far so good dus. ‘Secret Kingdoms’ is dan misschien wel een knauw harder maar wordt een beetje doodgezongen door frontman Stuart Nicholson, een zanger die naar de traditie geen topper is maar wel mede het geluid van de band bepaalt. Met ‘Guardian Angel’ zitten we aan de langste stack van de cd (16’+) en krijgt de luisteraar echt waar voor zijn geld. Heavy passages, symfonische stukken, ‘grand piano’ maar nog steeds veel toetsen die eerder speels over het stuk gedrapeerd liggen. Tot slot staat ook hier een extraatje op in de vorm van ‘Richelieu’s Prayer’, een gouwe ouwe die weer helemaal fris klinkt. Persoonlijk moest ik even bekomen en vooral wennen aan het toch erg ‘nieuwe’ geluid van Galahad. Je kan daarbij kiezen tussen aanvaarden of snel weglopen. Het getuigt in ieder geval wel van durf, dus ik blijf nog even. Maar veel zotter moet het toch niet worden….
Xandria
‘Neverworld’s End’ – Xandria – Het Duitse Xandria legt met deze cd de lat plots ontzettend hoog. Ik zou zelfs durven stellen dat ze stijlgenoten als Epica hier gewoon mee uit het water blazen en ik bedoel daarmee wat ik net zeg: Met ‘Neverworlds’ End’ lijkt mij een nieuwe parameter gezet. Uiteraard copieert Xandria hier de anderen niet, dan zou het maar een doorslagje worden van wat we al kennen. Neen, Opener ‘A Prophecy of Worlds to Fall’ geeft gelijk zo een krachtige dreun op je neus en trommelvliezen dat je even moet gaan zitten. En wat nog beter is: het houdt niet op tot er even gas wordt teruggenomen met de twee ballades. ‘Forevermore’ (ja, echt origineel zijn de songtitels niet) laat al even een andere kant van de band zien, nl. refreinen die zich nestelen in je oren. Het is van oude Nightwish geleden dat dit nog echt gebeurde. Zo haalt zangeres Manuela Kraller alle vocale krachten boven in het over –the-top refrein van ‘Blood on my Hands’. Bij ‘Call of the Wind’ krijgen we er een viool bij geserveerd wat het toch al swingende nummer nog meer cachet geeft en we qua melodische aanpak even op Leaves’ Eyes territorium komen. ‘A Thousand Letter’ was al een hoogtepunt op het recente MFVF en de studioversie moet daar niet voor onderdoen. Wederom zeer krachtige melodieën, ondersteund door een breed tapijt van instrumenten. Het afsluitende zeer epische ‘The Nomad’s Crown’ is zonder meer de kroon op de cd. Niet direct om even mee te zingen maar erg fragmentarisch van opbouw, met vreemde wendingen, brutale drumpartijen en vette solo’s van de andere muzikanten. Marco Heubaum (git & keyb) heeft hiermee ‘zijn’ band voor altijd op de kaart gezet en zij verdienden dan ook zeker het subheadliner slot van MFVF.
Testament
‘Dark Roots of Earth’ – Testament – Ik zal nooit herinnerd worden (if all) als een groot Thrashmetal fan, laat staan kenner. De enige thrashbands die mij echt weten te boeien zijn Slayer, Exodus en Testament. Metallica heeft al een generatie lang geen deftige plaat meer uitgebracht en daarmee houdt het qua thrash bij mij zowat op. Ik ben daar eerlijk in. Testament heeft me twee jaar geleden hevig bij het nekvel genomen op het Alcatraz Festival. De verzamelaar ‘First Strike Still Deadly’ en de weergalloze ‘Formation of Damnation’ trokken mij over de lijn en de verse ‘Dark Roots of Earth’ is gewoon een moordschijf. Dus ruim 25 jaar nadat de band doorbrak hebben ze een fan bij! Wat kan ik hier over zeggen? Dat het openingsnummer (à la Slayer, duh) geweldig is? Zo hoort het nu eenmaal. Maar daarmee zitten we eigenlijk maar in de eerste versnelling, zo zal later blijken. De single ‘Native Blood’ is geheid nefast voor de nekspieren en de luchtgitaar-spieren. Chuck Billy heeft over de jaren flink wat ‘grond’ aan zijn stem gekweekt waardoor alles veel expressiever klinkt dan 20 jaar geleden. Naast de extreem vette productie gaat de prijs zeker naar de gitaartandem van Alex Skolnick en Eric Peterson. Een grote troef bij deze band vind ik dat het soms echt (en dit is zeer uncool) …swingt. De variabele ritmes en dito songstructuur maken dat deze cd erg afwisselend is. Zo is het titelnummer met de voet op de rempedaal onwaarschijnlijk heavy én melodieus tegelijk. Met het ultrasnelle ‘True American Hate’ geeft de band even politiek kritiek om even later de ballad ‘Cold Embrace’ los te laten. Hierin doet Chuck dingen met zijn stem die ik nog nooit gehoord heb en die ik zeker niet verwacht bij een band als deze. ‘Throne of Thorns’ is de volgende mijlpaal op de cd. Met zijn ruim 6 minuten een vermoeiende rit! Als extraatjes op de ltd. Ed. staan nog enkele covers van o.a. Queen, Iron Maiden, Scorpions en een langere versie van ‘Throne…’ met een nog vettere solo in verwerkt. Op cd/dvd2 een ‘making of’, live beelden en een gear-tour. Mooi pakket en waarschijnlijk hoog in de jaarlijst.
Headspace
‘I am Anonymous’ – Headspace -- Lap, hier gaan we. Ok, het jaar is nog niet voorbij maar met deze werkelijk indrukwekkende cd van het Britse Headspace maakt gelijk kans op minstens ‘beste progmetal’ cd van 2012. Wie zit er allemaal verborgen onder deze naam? Adam –zoon van- Wakeman op toetsen deelt de lakens uit maar het is m.i. vooral gitarist Pete Rinaldi die instrumentaal indruk maakt. Als ja op zang Damian Wilson kan binnenrijven, zit je gebeiteld natuurlijk want deze meest polyvalente zanger weet als geen ander (ok, Khan dan) drama in songs te leggen en ze zodanig omhoog te tillen. Met Damian’s aanwezigheid lijkt het natuurlijk ook allemaal wat op zijn thuisbasis Threshold maar toch…dit is beduidend muzikaal uitdagender. Opener ‘Stalled Armageddon’ zet de toon volledig middels de dreigende thematiek en slimme opbouw. Het gevoelige ‘Soldier’ geeft een korte pauze alvorens de band met ‘Die with a bullet’ volledig loos gaat. ‘In Hell’s Name’ (weer niet gelachen dus) staat als het centrale stuk op dit epos. Met zijn net geen 10’ is het weer een lange zit die geen seconde verveelt. Veel tekst te volgen ook. De thematiek van ondergang, verval en dreiging allerhande maken er geen opgewekte cd van maar muzikaal loopt het als een trein en klinkt nergens echt doomy. Heavy riffing, onverwachte breaks maken er een heel avontuur van. ‘Daddy Fucking loves you’ opent als een solominiatuurtje van Wilson (met gitaar op een barkruk…) maar evolueert al snel in het meest complexe stuk vreten op de cd. Met zijn bijna 15’ een hele rit vol van zowat alles wat we tot hiertoe in de ‘scene’ gehoord hebben. Het drumpatroon is om duizelig van te worden en de ondersteunende keyboard geven een wee gevoel in de maag en andere” onderdelen. Zowel Adam als Pete gaan helse duels aan en komen gevaarlijk dicht in DT/SymX-territorium. Een overdadig banket voor heavy proggers dus. En dan zijn we nog verre van de eindmeet die op ruim 73’ van de start ligt. Verplichte kost dus – to whom it may concern!
Post een commentaar