21-11-13

Noord-Spanje & Portugal, 2013 Deel 3

 

151b.JPG

 

Dag zeven van onze rondreis. Het is bijna overbodig, maar toch vermeld ik het even: de lucht is grijs en het water valt met bakken uit de hemel.

Toch ben ik tegelijk zo blij om weg te zijn uit dit oord en uit het zicht van alle religieuze gehannes dat deze stad zo in zijn greep heeft.

 

Van de regen in de drop is dan ook zeer gepast daar we eerst twee kloosters gaan bezoeken. (WAAAT?) In de regen, ik zie er ontzettend tegenop maar ik kan niet weg. Enfin, ik kán wel weg, maar waarheen zou ik lopen?

 

Het eerste is het klooster van Batalha, een enorm bouwwerk, ook al is het nog niet eens afgewerkt. Vanaf het uitstappen uit de bus zal het gieten met pijpenstelen en zijn dus voor een keer blij dat we ergens kunnen schuilen, zij het een kloosterkerk.

 

302b.JPG

323.JPG

336 - kopie.JPG

 

In dit klooster bevindt zich ook het Nationale Monument voor de Onbekende Soldaat.

Enig echt interessante gedeelte van het gebouw is het stuk met de onafgewerkte kapellen, waar duidelijk een dak ontbreekt, wat dan weer tegelijk bizar is. Even nodigt dit uit tot wat bijzondere foto's... Toch zijn we zeer blij om weer op de bus te zitten.

 

344.JPG

426.JPG 

394.JPG 

 

Volgende post op onze kruisweg is het klooster in Alcobaca. Voor mij doet dit de deur dicht; ik heb er genoeg van en loop gedwee maar sportief door de galerijen en maak dat ik buiten ben. Zát ben ik het. Gelukkig zal de dag nog keren...

 

406.JPG

446.JPG

 

Van daaruit rijden we naar de kust. Ja, naar de zee! Een frisse neus kan geen kwaad en bovendien, en dat is haast niet geloven, klaart het op naarmate we de kust naderen. Meer nog: eens we op het hoogste punt van Nazaré zijn aanbeland, kunnen we de stad, het strand en de vissershaven voor onze voeten zien liggen.

 

Oude vrouwen verkopen noten, noem ze en ze hebben ze bij. Ik durf er niet eens van proeven, zo achterdochtig ben ik geworden in dit land, ook al schijnt de zon ondertussen overdadig.

 

496.JPG

306.JPG 

 

Een stevige wind, maar eindelijk toch weer een beetje een vakantiegevoel, en dat was hard nodig. Zon, zee en strand. Niet echt mijn ingrediënten voor een geslaagde vakantie, maar na het claustrofobische van de kloosters, ben ik hier meer dan ooit aan toe.

 

Nadat we zijn afgedaald in het toeristische, ergo lelijke, stadscentrum, kunnen we ons laten gaan in een van de vele restaurantjes en terrasjes met zicht op zee.

 

517b.JPG

528.JPG

492.JPG

 

Ik sluit aan bij enkelen en we zetten ons op een terras. De vissoep is prima maar de enorme saté van calamares en garnalen haalt net het niveau ‘ok’, mits toevoeging van de nodige tafelkruiden. De bediening is eerder bot en het mag vooruitgaan voor de kelners. Veel volk staat er anders niet aan te schuiven. Ik stel me al niet meer de vraag 'waarom'?

 

Het strand lonkt en halfnaakt vlei ik me neder op enkele tientallen meter van de bruisende branding. Dit tot groot jolijt van de gigantische hoeveelheid meeuwen. De zon is heerlijk, de golven laten een mist van koel zeewater neerkomen op de blote bast. Hier was ik echt even aan toe.

 

529.JPG

 

Even dus, want hoe heerlijk dit moment ook was, op dat moment zijn we ons er nog niet van bewust dat deze partij goed weer een accidentje moet geweest zijn in de regie der weergoden.

 

Op de weg naar hoofdstad Lissabon, houden we nog halt in het middeleeuwse bewaarde stadje Obidos. Toch nog een aangename uitstap met een fijne vooravondlijke  rondwandelen langs en op de middelleeuwse omwalling, tussen de witte huisjes, door de aangename straatjes.

 

570.JPG

577.JPG

 

De lokale drank ‘Ginja da Obidos’, een kersenjenever die bij voorkeur wordt gedronken uit een chocolade kuipje, laat zich smaken. De volgenden ook. 

 

Handwerkers, bijzondere winkeltjes met oude boeken, brocante, kledij en lokale etenswaren, zijn echt leuk om binnen te wandelen.

 

575.JPG

 

Reeds onderweg naar Lissabon betrekt de lucht en als we aankomen in ons hotel regent het reeds flink. Dit grijze natte gordijn zal ons drie dagen achtervolgen en aardig op het systeem gaan werken.

 

Het hotel (Holiday Inn Express) is kraaknet en super modern. De kamers zijn fantastisch. Hier zullen we vier nachten verblijven. Allemaal ok dus? Niet echt. Het (warme) eten is koud en soms ongaar. Veel meer heb ik dan niet nodig om volledig ontstemt te geraken. Beetje depri zoek ik mijn kamer op.

 

De volgende dag rijden we naar het westen van Lissabon. We zien nauwelijks een hand voor de ogen maar als we aan de kust aankomen, na een panoramisch ritje langs Estoril en Cascais, kunnen we toch genieten van de brute kracht van het water dat op de Boca do Inferno beukt. De ‘Mond van de Hel’ is bijlange niet zo indrukwekkend als onze gids eerder doet uitschijnen, maar een scheut zilte zeelucht doet altijd wonderen, ook al is de hemel grijs.

 

007.JPG

 

 

 

024.JPG

 

We rijden verder langs de kust naar wat heet het meest westelijke punt van het Europese vasteland, namelijk de Cabo da Roca. Op zich niet meer dan een enorme klif met een vuurtorengebouw en een monument om ons er aan te herinneren waar we exact zijn.

 

Als paljassen wriemelen we ons voor deze paal, soms lukt het nog met de foto ook.

 

028 bw.JPG

 

Maar dan begint het wederom aardig fout te lopen. Als we op weg zijn naar Sintra, zet de hemel haar sluizen weer volop open. Het drukke toeristische stadje herbergt een lelijk koninklijk paleis en dat dient uiteraard bezocht. Een heel gedoe om binnen te geraken in groep, maar we slagen er in. Hierbij dan ook recht vanuit mijn hart: dit is met voorsprong het lelijkste gebouw dat ik ooit gezien heb. Zowel binnen als buiten getuigd het van verval en slecht onderhoud. Dat is zowat hetzelfde, maar het klinkt goed.

 

Eens buiten kunnen we lunchen, maar het wordt vooral schuilen tegen de regen. Als we met enkelen in een bescheiden resto/snackbar binnenvallen wordt het alsnog gezellig maar het niemand is echt tevreden over het bestelde eten. Ok, ons idee over de Portugese keuken wordt weeral bijgesteld.

 

Heel blij zijn we als we terug op de bus zitten en onze spullen een beetje kunnen drogen. Dit zal een maat voor niets zijn, het ergste moet immers nog komen. En dan spreken we nog niet over de volgende dagen.

 

We zakken af naar Belém, net aan de zuidrand van Lissabon. De twee bekendste monumenten van het land staan op een paar honderd meter van mekaar. De Toren van Belém en het monument voor de Zeevaarders. Driewerf helaas; het giet, het waait, paraplu’s vliegen in het rond en in de vuilbakken. Ik durf amper een van mijn camera’s bovenhalen en dan nog is het resultaat pover.

Als ik mijn stukgewaaide plu in een vuilbak wil droppen (wegens goed opgevoed), is er geen plaats meer. Er steken al een vijftal paraplu's in de ton.

 

Een bezoek aan de kloosterkerk dos Jeronimos lijkt op het eerste zicht onmogelijk door de drommen toeristen die in groep voorbij trekken. Toch lukt het me om even binnen te glippen en om een glimp op te vangen van het graf van een van Portugals bekendste zonen: Vasco da Gama. Dus toch nog even een Canvas-moment gevonden in deze ellende.

 

152.JPG

162  bw.JPG

 

Buiten pleurt het onophoudelijk en een wandeling door het park is alles behalve leuk. Uit pure ellende drink ik twee capuccino’s in de lokale MacDo, misschien het beste moment van de dag.

 

170.JPG

186.JPG

 

Als ik ’s avonds (en ja, het slechte weer zit onder mijn vel en dan wordt een mens als eens iets kritischer) aan de garçon opmerk dat het eten wederom koud is, gaat hij er als een speer vandoor om mij enkele minuten later een heet bord aan te bieden, gevolgd door de nodige excuses. Ik ben niet veeleisend, maar ik wordt wel kort als het me even tegenzit.

 

Lissabon, de toch wel wat mysterieuze en vaak over hoofd geziene wereldstad staat volledig centraal als we de volgende dag aan boord van een lokale luxebus klauteren.

 

Het verkeer rond de stad zit volledig vast door de beperkte zichtbaarheid op de enorme verkeersknooppunten. Hierbij vergeleken is de Brusselse Ring een rustige landweg.

We verlaten de bus aan het Cemitério dos Prazeres, een van de grootste begraafplaatsen van de stad. En zoniet, dan toch de bijzonderste. De trend voor de dag is gezet: ietwat intriest, beetje mysterieus maar zeker niet opgetogen. Beetje onduidelijk ook.

 

De grafhuisjes zijn niet enkel bizar, ze stralen allen een dramatiek uit die perfect samenvalt met het weer. Drapeer hier een flinke sliert ochtendlijke nevel over en de geest van E.A.Poe is echt niet ver meer. Hiermee is dan ook heel de sfeer definitief gezet.

 

238.JPG

243.JPG

 

Als we uiteindelijk toch op de legendarische tramlijn 28 kunnen plaatsnemen – weliswaar in twee keer – is het een allesbehalve aangename rit naar een van de hoogste punten van de stad. Vandaar zullen we te voet naar beneden gaan.

 

280.JPG

 

Het uitzicht is niet echt prettig. Of je moest de achterbouw van de wisselvallige en saaie bebouwing en verbouwing als mooi ervaren. Als we langzaam afzakken naar beneden wordt het niet veel beter. Veel leegstand, verval, graffiti, vervallen gevels, schooiers, onduidelijke figuren en andere vage humanoïden, opdringerige sjacheraars, de benauwende straatjes met de trams, het werkt niet echt inspirerend.

 

398b_bewerkt-1.jpg

 

Als we uiteindelijk op het Praça do Comércio aanbelanden zien we toch enige grandeur van de stad in de boog en aansluitende arcades die de binnenstad omsluiten.

 

337.JPG

 

Via de Rua Augusta, een aangename winkel/wandelstraat met eet-en drinkgelegenheden links, rechts en in het midden, tot op het Praça Dom Pedro IV. We maken afspraak op het Praça Figuera, waar we later de bus zullen nemen naar het hotel.

 

Doch eerst de inwendige mens versterken. Om dit in peis en vree te laten verlopen, krijgen we eerst nog de kans om de Igreja São Domingo te bezoeken en dat is wel een speciale kerk.

 

 

Deze uit de 13eeeuw stammende kerk werd in 1755 grondig door mekaar geschud door een aardbeving en in 1959 brandde ze nog eens volledig uit. Misschien een speling van het lot gezien deze kerk doorheen de geschiedenis het decor was van talloze wreedheden gericht tegen allen die zich niet of niet meer tot het Enige Geloof voelden aangetrokken, de zogenaamde ‘conversos’.

 

350.JPG

 

Vandaag oogt de kerk haast spookachtig. In contrast met het merendeel van de kerken, zijn de muren en pilaren nog steeds zwartgeblakerd en is de beschadigde marmer haast onwezenlijk. Het lijkt wel een decor waar men binnenwandelt. Desalniettemin heb ik nu toch het gevoel dat ik bij een volgende betreding van een kerk of klooster gelijk mijn nieren ga uitbraken. Ja, zo erg is het ondertussen.

 

348.JPG

 

Als we na de lunch een van de steile trammetjes ophoog willen nemen, kies ik er voor om te voet te gaan. Ik sta boven te wachten als er er een rookwolk langzaam naar boven kruipt. Blijkt dat ‘onze’ tram vuur heeft gevat! Uit de rookwolk zie ik bekende gedaanten opdoemen...mijn reisgenoten, velen toch al op rijpere leeftijd, komen in verschillende vorm van fysieke gesteldheid naar boven.

 

403.JPG 

 

Een kort bezoek aan de Igreja São Roque kan er nog net bij, maar het koffiestalletje op het aanpalende plein trekt meer mijn aandacht en een expresso of twee zet me ondanks het onophoudende snertweer weer helemaal op de rails.

 

Via de Elevador de Santa Justa (°1902) zakken we af terug naar de Rua Augusta. De resterende vrije tijd kan naar believen worden ingevuld. De afspraak is duidelijk: iedereen neemt, of in groep of individueel, bus 714 op de Praça Figuera, in de juiste richting wel te verstaan, tot vlak voor ons hotel.

 

487.JPG 

 

Na enkele stappen in de ronde en zowat doorweekt, besluit ik volledig vrijwillig en vol overgave keurig aan te schuiven aan de bushalte. Het is een rit van ruim 50’ eer we inderdaad met enkelen vlak aan de overkant van ons hotel uitstappen. Het is ondertussen aardig donker en het fel verlichte hotel lonkt als een reddingsboei.

 

Het hoeft geen betoog dat het meer dan deugd deed om de natte spullen uit te spelen en een warm bad voor de nodige soelaas zorgt.

 

Het eten is wederom van dattum maar ik maak me er niet druk over. Later op de avond smijt ik mijn ongenoegen op de FB pagina van het hotel. Nog geen tien minuten later telefoon op de kamer... wederom een hoop verontschuldigingen in uiterst beleefde vorm. Het zal opgenomen worden op de volgende meeting..tja... op mijn beurt uit ik dan ook mijn appreciatie voor de snelle reactie.

 

Klanten, het is een noodzakelijk kwaad.

 

509b.JPG

 

De commentaren zijn gesloten.