27-06-16

Graspop Metal Meeting 2016, Pt 1, vrijdag 17/06

fb-graspop.jpg

DEEL 1

 

Je kan niet blijven zeggen dat het de laatste keer is dat je Graspop Metal Meeting bezoekt.  Toch wil ik dat statement nu wel hard maken.

Niet zo moeilijk want ondanks dat er een gebrek aan satisfactie was, is er zeker een geval van saturatie. En dan is het niet moeilijk om nu weer hard te maken dat ik het wel even gehad heb met festivals. Let wel: niet met de muziek!

De media was er wel als de kippen bij om kond te doen over het modderige terrein. Daar hield het dan ook bij op want echt ‘hippe’ bands zijn mager gezaaid in Dessel. Dus zoals gewoonlijk even snel aanschurken aan wat de mensen willen horen: ontij en miserie.

Nu, dat viel op het veld zelf best mee. De regen kwam met mate, in lichte buitjes, dus geen zondvloed zoals de beelden wel eens doen vermoeden.

Probleem was de verzadiging van de grond waardoor modder ons deel werd. De toevoeging van hout/schorsbrokken om enige corridors bewandelbaar te houden leidde dan weer tot strompelen om je voeten niet om te slaan en het verplicht inhaleren van het natte hout. Een geur die ik niet snel zal vergeten.

ARO 01.jpg

ARO 12.jpg

Maar we gingen uiteraard vooral de muziek en die was er weer voldoende en voor alle smaken, zolang het maar metal (gerelateerd) is. GMM16 zal vooral als een festival van uitersten herinnerd worden.

Zo stond het water vrijdag en zaterdag soms aan de lippen maar zondag kwam ik verbrand thuis.

Bands waar ik geen ‘hoge hoed’ van ophad, wisten me aangenaam te verblijden.

Skillet – de band dus – bracht de weide in vervoering met de ‘goede boodschap’ en Slayer liet ons nogmaals weten dat ‘God Hates us All’ (al heet de song ‘Discipline’). Ik ben er nog niet wijs uit geworden.

Tussendoor vroeg ik me af waarom bands als Dropkick Murphys of Pennywise op een mainstage konden staan terwijl er wederom een gebrek was aan powermetal. Waar blijft Gamma Ray, Stratovarius, Helloween, Mob Rules, etc? Maar die vraag stel ik me elk jaar. Het is toch geen Groez-of Pukkelpop?

Van wie mocht ik dan wel genieten?

FIREWIND

Gus G. & Bob Katsionis vormen al jaren de kern van deze Griekse power/heavy metalband. Op zang hadden ze Henning Basse mee. Een bekende interim strot die Gus al mocht lenen op zijn recentste solo cd.

Prima keuze dus want Basse zingt de Firewind songs alsof hij ze al jaren brengt. Hij weet zelfs meer nuance te leggen dan originele zanger Apollo. Verder kijken we vooral naar Gus G., de kleine bescheiden stergitarist.

FIRE 09.jpg

FIRE 12.jpg

Mocht hij enkele jaren geleden Graspop nog afsluiten aan de zijde van Ozzy, vandaag wist hij evenveel te overtuigen als opener op de mainstage. Bescheidenheid is een mooie zaak en Gus weet dat evenredig te vertalen naar virtuoos gitaarspel.

FIRE 13.jpg

FIRE 04.jpg

FIRE 08.jpg

 

THE WINERY DOGS

Neen, niet mijn ding. We keken vooral naar de bekende koppen. Niet van de minsten want Billy Sheehan is nu eenmaal een van de strafste bassisten in de biz en ja, Mike Portnoy kennen we allemaal wel maar lijkt met zijn 1001 projecten echt de artistieke eindjes aan mekaar te knopen.

WINERY 02.jpg

WINERY 04.jpg

Niets om van wakker te liggen. Te poppy, te funky, een beetje vanalles wat. Dat deze jongens perfect weten te spelen, daar moeten we niet aan twijfelen maar geen enkele song bleef hangen. Toch een speciale vermelding voor Richie Kotzen op gitaar. Als vergeten artiest uit de Varney stal weet hij toch te imponeren door zijn unieke spelstijl. Ondertussen kwamen de biertjes op zo een tempo op ons af dat het tijd werd om toch maar eens te verkassen naar de andere kant van de weide.

WINERY 12.jpg

WINERY 13.jpg

WINERY 15.jpg

SIXX: A.M.

Ja, voor wat eigenlijk? Ook om eens te kijken naar de ‘legendarische’(?) Nikki Sixx – het enfant terrible van Mötley Crüe. Nu deze band definitief ten grave is gedragen, kan hij verder met zijn eigen bandje. We vinden ook DJ Ashba er bij, de kleurrijke gitarist die even bij G’n’R mocht spelen en hier en daar wel eens opduikt.

SIXX 02.jpg

SIXX 04.jpg

Straffe set, backingzangeressen incluis  maar verder niet veel om het lijf. Glammetal aprés-la-lettre, kunnen we stellen. Vermakelijk maar snel vergeten.

Nadat Motley Crüe ten grave werd gedragen, wierp Nikki Sixx zich op dit project. Glammetal, goed gepolijst maar toch stevig genoeg om de concurrentie aan te kunnen. Ik heb geen memorabele songs gehoord terwijl de nadruk toch lag op de refreinen. Mooi om in actie te zien maar eigenlijk een van de vele bands die m.i. snel vergeten zullen zijn.

SIXX 08.jpg

SIXX 11.jpg

SIXX 10.jpg

Ja kan niet alles zien op een festival, dus wordt er tegenwoordig meer gekozen dan gerend. Toch is het soms van de ene locatie naar de andere manoeuvreren.

LOUDNESS

Deze Japanse pioniers van de traditionele heavy metal heb ik nog nooit weten spelen in onze contreien, laat staan dat ik ze mocht aanschouwen.

Zoals vele old-skool metalheads koester ik het legendarische ‘Live Loud Alive’ (live) album uit 1983. Daarop werd er gemusiceerd en gesoleerd dat het een lieve lust was, en vooral: zoals we nog nooit gehoord hadden. Gitarist Akira Takasaki speelde toen iedereen zowat op een hoopje.

LOUD 02.jpg

LOUD 05.jpg

Op GMM was hij er als 3/4 van de originele bezetting ook bij.

De band zingt nog steeds hoofdzakelijk in het Japans, wat terug even wennen was en misschien ook ondergeschikt was aan het gitaarspel. Ik heb enkele songs gehoord maar was vooral content dat ik de kleine man uit het Verre Oosten eindelijk een live aan het werk mocht zien.

LOUD 08.jpg

LOUD 13.jpg

LOUD 14.jpg

FOREIGNER

Het was de tweede keer dat ik Foreigner op GMM aan het werk kon zien. Niet dat er de laatste jaren veel veranderd is aan hun set.

Ondanks het sterke (come-back?) album ‘Can’t Slow Down’, blijft het toch vooral teren op de Grote Classics uit de jaren ’70 en ’80.

FOR 01.jpg

FOR 10.jpg

Ik pik in als ‘Cold as Ice’ op zijn einde loopt. We genieten nog van ‘Feels Like the First Time’, ‘Urgent’, een lang uitgerokken ‘Juke Box Hero’ en….jawel ‘I Want to Know What Love Is’.

Dit werd knap aangekondigd door zanger Kelly Hansen en kolossaal meegezongen door een enthousiaste weide. Mooi hoe een (toch wat melig, hé) ballad uit de jaren ’80 toch zo een impact blijkt te hebben.

‘Juke Box Hero’ sloot de set af. Voorspelbaar maar keurig afgeleverd.

FOR 14.jpg

FOR 20.jpg

FOR 12.jpg

AMARANTHE

Amaranthe mocht al eens in de tent staan en deed dit nu nog eens lichtjes over. Wederom was het een geweldige performance!

De houten vloeren gaven vlotjes mee met de op metalcore geënte grooves en het meestal lichte refrein deed iedereen als pubers in de lucht springen. Amaranthe spreekt wel degelijk aan en heeft na een derde cd  met hetzelfde recept alle criticasters het nakijken gegeven.

AMA 02.jpg

AMA 03.jpg

Natuurlijk blijft er – door of dankzij – de poppy refreintjes en de leuke stem van Elize Ryd een zekere reserve heersen onder de liefhebbers van het zware soort maar dit is en blijft zo ongelooflijk aanstekelijk dat het haast onmogelijk is om stil te blijven staan.

Wederom waren het ook weer de jonge klassiekers ‘Hunger’, ‘Amaranthine’ (met roze lampjes en rook uit het plafond…oooh), ‘1 000 000 Lightyears’ en ‘Leave Everything Behind’ die allesverpletterend de tent deden ontploffen.

Amaranthe blijft dus nog even teren op de succesformule. Curieus hoe lang deze band zonder wijziging van het recept nog gaan blijven scoren.

AMA 07.jpg

AMA 10.jpg

AMA 11.jpg

MEGADETH

Megadeth was een heel ander verhaal. Ik zag ze van ver af maar hoorde ze zeer goed.

Wat vooral opviel was de benepen stem van Dave Mustaine en het gebrek aan impact van de songs. Mustaine straalt hoe langer hoe meer tristesse, ontevredenheid en een algehele sinisterheid tentoonspreid. Ik heb ze tot en met ‘Youthanasia’ gevolgd, dus kan het ook wel wat aan mij liggen.

AMON AMARTH

Ronduit indrukwekkende show, zowel visueel als muzikaal. Helaas ben ik helemaal niet mee met hun repertoire én stond ik aan de andere mainstage.

AMON 04.jpg

AMON 06.jpg

BLACK SABBATH

Ja, dan was het zover. Black Sabbath’s ‘This is the End’ tour strijkt neer in Dessel en wij zagen dat het goed was. Was het heel goed?

Wel, wijzigingen in het repertoire of geluid moeten we niet meer verwachten en hun slome poging om in schoonheid af te sluiten, het album ‘13’, zal daar niet veel aan veranderen. Black Sabbath was een van de eerste heavy bands die ik ooit hoorde (Vol.4) en de band teert dan ook vooral op hun verdienste naar de metalmuziek toe.

SAB 02.jpg

SAB 08.jpg

De band begon sterk met hun ‘name-song’ en Ozzy deed dat bijzonder goed en stabiel. Instrumentaal valt er natuurlijk niets te zeggen buiten dat het geweldig solide klonk. Als Tony Iommi die eerste noten laat klinken, rijzen de nog aanwezige haren snel ten berge. ‘Fairies Wear Boots’, met zijn stevig ritme en heftig slagwerk, deed de deur helemaal open. Dat Ozzy zijn beste pijlen nu reeds had verschoten, leek niemand te deren want al bij al klonk de band ontzettend coherent.

SAB 04.jpg

SAB 11.jpg

Het helpt natuurlijk dat je het repertoire zo goed al van buiten kent. Als ‘War Pigs’ massaal wordt meegezongen en zelfs een niemendalletje als ‘’Dirty Women’ goed onthaald wordt, kan je ervan uitgaan dat Ozzy, Tony Iommi en Geezer Butler bij het publiek voor eeuwig zullen blijven weerklinken.

Mijn maat maakte even de opmerking dat het toch wel nostalgisch denken was aan de concerten met Tony Martin - een periode die jammergenoeg al te snel onder de mat wordt geveegd.

SAB 14.jpg

SAB 16.jpg

Tijdens afsluiter ‘Paranoid’ stond ik bij de achterste rijen en dan werd pas duidelijk hoe massaal het volk gefixeerd was op het podium. Tot op de laatste rij stond men mee te zingen.

De eerste dag was best ok, als dachten mijn voeten daar wel anders over.

SAB 27.jpg

SAB 20.jpg

 

 

14:26 Gepost in Muziek | Commentaren (0)

18-06-16

Lake District, Cumbria & York, Mei 2016

LAKE (1023)HEADERBLOG.jpg

DEEL 3

 

Onze laatste volledige dag in het Lake District!

‘High Adventure’ roept de slagzin van de formule die gekozen is. We doen terug beroep op de lokale ‘Mountain Goat’ busjes en dit om het westelijke en tevens hoogste gedeelte van het Lake District te bezoeken.

Wat heet ‘hoog’ natuurlijk. De tien hoogste bergen van Engeland liggen in het Lake District. We spreken dan van meer dan 900m maar nog steeds onder de 1000m. Toch zijn het sterke hellingen gezien we niet zo heel erg ver van de Ierse zee zijn verwijderd.

Via de A6 rijden we zuidwaarts richting Kendall, Windermere en Ambleside. Kort daarna gaan we de heuvels in en dat was echt wel wat. Het kleine buste (tot 15 passagiers) sleurde zich tegen 25% klimmende wegen omhoog. Tony, onze chauffeur van de dag deed dit zonder een spier te vertrekken en wist ons tussendoor met een grapje op ons gemak te stellen. Uiteraard hebben wij alle vertrouwen in hem.

LAKE (1009)HIGH.jpg

LAKE (1023)HIGH.jpg

We rijden rond Elter Water, via Old Dungeon Ghyll en houden een eerste halte aan Blea Tarn, een meer dan fotografisch verleidelijke plek. Een busje van The National Trust staat er met info en promotiemateriaal. Ja, natuur- en landschapsbeheer nemen ze hier echt wel serieus.

Daarenboven gaat de achterdeur van het busje open en haalt Tony en zijn evenknie in het ander busje een ware koffie/thee bar boven. Biscuit included.

Terug onderweg rijden we langs een opvallende rotsformatie waar volgens de overlevering een Vikingparlement zou zijn geweest toe ook zij zich hier genesteld hadden rond het jaar 800. We zijn zodanig onder de indruk van het landschap dat we eigenlijk alles slikken. We weten ondertussen dat de Denen hier aardig voet aan wal hebben gezet.

LAKE (1047)HIGH.jpg

LAKE (1060)ROM.jpg

Ondertussen nemen we een stukje de steilste pas in Engeland, nl de Hardknott Pass, welke in het verlengde ligt van de Wrynose Pass. Maar liefst 30% klimmen. Dat lijkt misschien niet zo bijzonder maar het hele landschap lijkt wel weg te zinken tijdens zo een klim. Uiteraard levert het ook weer spectaculaire beelden op.

En het houdt niet op. Even verder ligt op een heuvelrug het Hardknott Castle, de benaming gegeven aan het Romeinse fort, of wat daar van overblijft.

LAKE (1069)ROM2.jpg

LAKE (1078)ROM2.jpg

De Romeinen noemden dit fort Mediobogdum en het werd gebouwd onder Keizer Hadrianus tussen 120 en 138nChr. Zegt Wikipedia. Het maakt deel uit van een vestigingsgordel die soelaas moest bieden aan de troepen op en af naar de legendarische ‘Muur van Hadrianus’. Hier lag het Vierde Cohort Dalmatische troepen. Men vermoedt een 500 manschappen. We mogen er ook van uitgaan dat deze jongens aardig wat bomen hebben gekapt om het fort in goede staat te houden én zich te verwarmen.

Met ongeveer 100 op 100 meter is dit een serieuze oppervlakte, met enkel de restanten van de omwalling nog zichtbaar. Enkele buitengebouwen worden gepasseerd terwijl ik de kostbare tijd zo veel mogelijk wil benutten. Het bovenaanzicht is, zeker tegen de ruwe omgeving, fantastisch en het vergt slechts weinig moeite om je in te beelden hoe het als Romein hier vertoeven was.

LAKE (1080)ROMFX.jpg

LAKE (1084)ROM.jpg

Zelfs bovenop het fort is het drassig en het is dan ook een morsige affaire om veilig (en snel) terug op de baan te geraken. Jawel, dit was echt de moeite.

We vervolgen onze weg en al snel rijden we tussen het groen, tussen lokale Highland Longhorn koeien en de Belted Galloways. Ook hier schapen, overal verspreid.

Al gauw komen we aan in Eksdale waar we zullen instijgen in het smalspoortreintje. Ja, ok, een beetje knullig gezien we maar een goede 20 minuten zullen meerijden tegen een slakkengangetje. Het lijkt wel een speelgoedtreintje en de machinist komt zo uit een sprookjesboek. De witte rookpluim zorgt vervolgens voor het perfecte idyllische plaatje. Soms gebeurt het dus dat het hele plaatje klopt.

LAKE (1130)EKS.jpg

Als Tony ons later terug oppikt, karren we naar Muncaster Castle. Dit typisch Engelse kasteel ligt op een onwezenlijk mooie plek. Het panorama is onwezenlijk mooi en de omliggende half wilde tuin zorgt voor de kleur. Gelegenheid tot een beperkte hap & drankje is voorzien. Maar daar is niet alles mee gezegd.

LAKE (1169)MUNC.jpg

LAKE (1270)MUNC.jpg

LAKE (1275)MUNC.jpg

Wij schuiven aan voor een voorstelling van het ‘Hawk and Owl Centre’, welke voor een mooie presentatie zouden zorgen. Met uilen, een steenarend (golden eagle), een valk en een zwerm gieren, werden we een half uurtje onderhouden. De enthousiaste presentator hield er het tempo en wist ons op een humoristische wijze het een en ander te vertellen over het gevolgelte en het beheer. De vogels zorgde voor de rest.

LAKE (1186)OWL.jpg

LAKE (1223)OWL.jpg

LAKE (1246)OWL.jpg

LAKE (1206)OWL.jpg

Ik sloop nadien nog even de giftshop binnen alwaar er een mooi aanbod aan boeken (solden!) niet aan mijn oog ontsnapte. Waarlijk een verantwoord einde van een mooie dag!

De terugrit zou 1u45’ duren maar die waren zo voorbij. Je rijdt nu eenmaal niet zomaar van punt A naar B. Het landschap is geen spelbreker maar eerder een welkome verstrooiing. Toch wederom blij, vermoeid maar voldaan terug aan het hotel alwaar we onze laatste avond zullen inzetten.

LAKE (1304)SHAP.jpg

 

Onze laatste dag bracht ons via het stadje Skipton (niet speciaal voor stoppen, hoor) tot in het bekende York. York heeft een goede toeristische reputatie maar dat is buiten zijn even grote populariteit gerekend. Het was dan ook zaterdag en ik neem aan dat er ook een hoop Britse dagjestoeristen aanwezig waren.

LAKE (1327)SKIP.jpg

Het blijft een charmant stadje, ook al waren de straten op sommige punten verzadigd van het volk. Shoppen, dat vooral. Maar wij moeten ook eerst wat eten en stappen de pub ‘The Guy Fawkes Inn’ binnen. Veel subversiever kan het niet dan het geboortehuis (officieel erkend door plakkaat) van deze anarchist avant-la-lettre uit de 17e eeuw te bezoeken.

LAKE (1351)YORK.jpg

Ik waag me nogmaals aan een fish & chips – met hetzelfde effect: wat een vettige smakeloze zooi… . Mijn maat bezondigt zich aan een trio van Cumberland Sausages. The lesser of two evils?

Met plannetje in handen zorg ik er voor dat we zowat elk straatje in het oude centrum doorwandelen. York bestond al lang voor de Romeinen hier een vestiging van maakten en het is pas toen de Vikingen de stad Jorvik noemden dat de stad begon uit te breiden en effectief een centrum van handel en wandel werd. Het Viking Centre is helaas gesloten (!) maar de leuke winkel mag wel op mijn interesse rekenen.

LAKE (1369)YORK.jpg

LAKE (1374)YORKFX.jpg

LAKE (1377)YORK.jpg

LAKE (1395)YORK.jpg

Het is mooi geweest. De voeten beginnen te reklammeren en de laatste kleine valuta worden uitgegeven. Een ritje naar Hull was de volgende stap. Daar gingen we aan boord van de ‘City of Hull’, een schip dat een maatje groter is dan de vorige.

LAKE (1462)RET.jpg

Wederom een rustige nacht om later te ontwaken bij het invaren van de haven van Rotterdam. Met een stevig ontbijt achter de kiezen, was de tijd aangebroken om die laatste kilometers huiswaarts af te werken.

Het Lake District stond niet hoog genoteerd op mijn ‘to-do’ lijstje maar de nieuwsgierigheid en het feit dat Engeland – en het VK in het algemeen – door omstandigheden en vooroordelen al te vaak op de lange baan werd geschoven.

Deze trip heeft me zeer positief gestemd. Het weer was zeker van de partij en het programma was ondanks zijn veilige VlaVak gehalte toch onderhoudend genoeg.

Met zoals gezegd een lange werk-zomer voor de boeg, was dit alvast een meer dan aangenaam opwarmertje voor de volgende excursies.

Tot dan!

LAKE (1310)SHAPtheend.jpg

15-06-16

Lake District, Cumbria & York, Mei 2016

LAKE (1023)HEADERBLOG.jpg

DEEL 2

 

We zijn al op onze derde dag als we de regio intrekken.

Op het menu staat een trip naar het centrum van het natuurpark. Wat niet wil zeggen dat we ondergedompeld gaan worden in natuurpracht maar er is nu eenmaal ‘een plan’, dus laten we niet te hard van stapel lopen.

Wie op vakantie gaat naar het Lake District dient op voorhand wel even te weten wat er zo allemaal te doen en te zien is. Zo lijkt het me niet direct een kindvriendelijke regio. Niet dat ze daar vreemde stoofpotjes brouwen in donkere grotten maar qua entertainment is het een beetje een woestijn.

Als je koters gek zijn op bergen, schapen, statige woningen en dito tuinen en eindeloos wandelen, ben je wél degelijk goed af. Met zijn 16 meren - eentje heet effectief ‘-lake’ ofte ‘meer’, de anderen zijn (in het Engels) ‘mere’ of ‘water’ genoemd. Zo heb je bv. Coniston Water, Windermere en Bassenthwaithe Lake. Alle drie een ‘meer’ dus.

Daarenboven nog 53 ‘tarns’ ofwel kleine meren. Veel water dus, alles ten gevolge van de vroegere gletsjers die de bedding hebben voorbereid. Het water komt in Engeland wel vanzelf.

Dienen we nu Hyacinth Bucket’s gewijs ook nog eens alle tuinen te gaan bestuderen? Neen, gelukkig niet. Op onze eerste dag stoppen we eerst bij Aira Force, een aaneenschakeling van watervallen/tjes vlak tegenover Ullswater (ja, een meer dus).

LAKE (318)AIRA.jpg

LAKE (329)AIRA.jpg

Vol verwachting beginnen we (na de veiligheidsregels overlopen te hebben met een parkwachter) aan de wandeling, of is het eerder een klim?

Het is van alles wat, het is vooral mooi! Enkele stukjes per trap, dan weer even opletten, een mooi wandelpad, bruggetjes, het verandert achter elke bocht.

Bij afwezigheid van onze gids weten we op een bepaald moment niet meer hoe ver we nu eigenlijk moeten gaan en – is er wel een einde? Wat mij en enkele anderen betreft alvast niet. Het landschap blijft uitnodigen en de groep wordt alsmaar dunner.

LAKE (331)b.jpg

LAKE (363)AIRA.jpg

LAKE (372)AIRA.jpg

Omdat de tijd zich ook laat gelden, gooi ik een compromis in de groep strevers voor me en zakken we toch maar langzaam af. Ja, we hadden zo graag blijven gaan!

We houden halt voor de lichte lunch in het Brockhole Lake District Visitor Centre. Een mooie instelling dat het midden houdt tussen een park, een recreatiedomein voor avontuurlijke kids en bescheiden maar verrassende catering.

LAKE (399)GRAS.jpg

Volgende stop is het dorpje Grasmere – net zoals het aanpalende meer genoemd. Niemand zou hier van wakker liggen moest het niet zijn dat de laatromantische dichter William Wordsworth hier lange tijd geleefd heeft en hier ook begraven ligt. Een wandeling door het dorp, met het bescheiden robuuste kerkje, en de nodige neringdoenerij, leidt ons tot een 'afternoon tea'. Althans bij mij, de anderen vliegen in ‘den alkool’. Een grote groep doet nog een wandeling rond het meer, doch dat lijkt me voor een gewone dinsdag in de week net iets teveel van het goede.

LAKE (394).jpg

LAKE (421)GRAS.jpg

LAKE (423)GRAS.jpg

Van Grasmere rijden we onder een grijze maar droge hemel naar Keswick, een van de grotere steden in de regio. Al valt dat in de praktijk wel mee. Dat brengt ook met zich mee dat er zeer streng wordt opgetreden wat vervuiling betreft en een bouwaanvraag indien is ook zo goed als hopeloos. Begrijpelijk. Ook valt op dat de chauffeurs onderling en naar ons toe, zeer beschaafd rijden. Het is niet moeilijk om hier een ongeluk te veroorzaken maar gelukkig valt daar niets van te bespeuren.

Het nabijgelegen Derwent Water nodigt uit voor een afsluitende wandeling. Het Friars Crag Beauty Spot is inderdaad een poëtische plek. Het water contrasteert mooi met de ondertussen dramatische lucht. Een uurtje de benen strekken door dit landschap is dan ook welkom, ook al is de richting waarin we evolueren niet altijd duidelijk.

LAKE (443)CRAG.jpg

LAKE (474)CRAGbbw.jpg

LAKE (477)CRAG.jpg

Eens terug samen met de anderen (die waren shoppen het nieuwe shopping center, why not) zat de eerste volledige dag er zowat op. Niet zo heel bijzonder, wel een mooie introductie naar de rest van de week toe. 

Het is woensdag en het wordt tijd om onze bus in te wisselen met een van de lokale minibusjes. ‘Mountain Goat’, mooie benaming voor het bedrijf dat ons twee potige busjes + chauffeur ter beschikking stelt om de kleine wagen te trotseren.

Wederom eerst via de snelweg naar Penrith en Keswick om vervolgens het landschap in te duiken. Een passage langs het kunstmatig uitgebreide Thirlmere. Dit meer wordt (werd?) o.a. gebruikt om Manchester van drinkwater te voorzien.

LAKE (536)THIRL.jpg

LAKE (382)GRAS.jpg

We stoppen even aan het afzichtelijke Wray Castle, gebouwd in de 19e eeuw om indruk te maken op een vrouw en bijgevolg volledig smakeloos. ‘Too much of everything’ eigenlijk. Maar het is wel zeer mooi gelegen.

En dan volgt zowat een van de hoogtepunten (wat heet) op de trip. Ik ga niet al te veel uitweiden over Beatrix Potter, dat kan u googelen. Maar het is wel degelijk iemand die een zeker impact heeft gehad op het behoud van het landschap én zijn boerderijen.

LAKE (579)HILL.jpg

LAKE (587)HILL.jpg

Maar natuurlijk is zij vooral bekend als schrijfster en illustrator van haar eigen boekjes. Ik had er nog nooit van gehoord maar eenmaal ik de tekeningen zag, rinkelde er een belletje.

Het ‘National Trust’, de gouvermentele organisatie die zich bekommert over het behoud van natuur, architectuur en landschap in het algemeen, zorgt er voor dat we nog van het Engeland van de 19e eeuw kunnen genieten.

Miss Potter (heb je hem?) heeft daar haar steentje in bijgedragen middels lobbywerk en de nodige centen in te investeren. Wij bezoeken obligaat ‘Hill Top Farm’, het legendarische cottage waar ze werkte. Haar atelier, zeg maar.

LAKE (580)HILL.jpg

Ze woonde met haar gezel in een mooi landhuis aan de overkant van het dal. Je kan niet alles gaan mystificeren natuurlijk. Wie even het knusse huisje wil bezichtigen zal er dan ook voor betalen. Verder is er een bescheiden tuin, naar we aannemen, zoals het toen was.

We houden vervolgens halt in Hawkshead. Hier lopen de wegen van Wordsworth en Beatrix Potter door mekaar. Beiden hebben hier sporen achtergelaten. Wij verkennen het stadje, checken de kerk uit, en belanden we wederom op het kerkhof.

LAKE (654)HAWK.jpg

Dan tijd om een lunch te grijpen. Keuze genoeg, ook klanten genoeg. Gelukkig is het in ‘The Kings Arms’ doenbaar.

Als we terug vertrekken genieten we nog even Tarn Hows, een van de zovele mooie stopplaatsen, alvorens we aan Coniston Water komen. Een boottochtje is altijd meegenomen, ook al is het weer kantje boordje. Het is koud op het water maar wederom blijft het droog.

LAKE (695)CONI.jpg

LAKE (696)CONI.jpg

Hier leren we over Donald Campbell, welke na verschillende records over land te hebben gebroken, hier zijn laatste poging – op water – in 1967 met zijn leven heeft moeten bekopen. Ook het huis van John Ruskin (1819 – 1900) ziet er mooi uit. Deze schrijver, schilder, denker, criticus, en sociaal bewogen man heeft zijn stempel meermaals op de Engelse maatschappij gedrukt en is hier dan ook alom tegenwoordig in herinneringsplakkaten, en dies meer.

Het is weer even rijden over de kleine baantjes alvorens we via de M6 terug aan het hotel zijn.

Het is donderdag en de lucht ziet er niet echt goed uit. Krijgen we vandaag dan toch de beloofde buien?

Als we wederom stipt vertrekken – met de eigen bus – rijden we eerst naar Kirkby Lonsdale. Ik probeer op de kaart te volgen en stel me af en toe wel vragen bij de gekozen route, vooral als er steil een eenvaksbaan moet genomen worden. Gelukkig maar, alles komt goed.

LAKE (783)KIRBY.jpg

Kirkby Lonsdale mag dan al een fijn stadje zijn (bij zonnig weer dan), zo vroeg op de dag en met deze grijze lucht dreigend boven ons hoofd, ziet het er eerder triest uit. Dat we halt houden aan de kerk en het aanpalende kerkhof (lijkt wel een rode draad in heel het verblijf…), maakt het er niet leuker op.

Via de ‘radical steps’, een niet ongevaarlijke oude trap, zakken we af naar de oever van de rivier Lune. Een plakkaat herinnert ons er aan dat de schilder Turner hier in de 19e eeuw een panorama van schilderde.

Een verkwikkende maar niet echt opbeurende wandeling dus langs de oever tot aan de Devil’s Bridge waarna we even verder aan de parking uitkomen. Tja, een grijze start dus.

Dan is het karren tot aan Holker Hall (and Gardens). Gelegen nabij Cartmel, Lancashire.

Onder de benaming ‘stately house’ is dit een bijzonder indrukwekkend gebouw. Misschien niet zo heel mooi aan de buitenkant maar het interieur én de tuinen maken veel goed.

Holker Hall is een prachtig voorbeeld van Victoriaanse bouw- en interieurkunst. Niettegenstaande dat het gebouw zijn oorsprong vindt in de 16e eeuw, straalt het volledig 19e eeuw uit.

LAKE (877)HOLK.jpg

LAKE (824)HOLK.jpg

Vandaag is het nog steeds bewoond door Lord Cavendish en zijn familie. Zij wonen in de oude vleugel, welke niet te bezoeken is.

Al de rest is publiek toegankelijk en dat mag heel letterlijk genomen worden. Zo vind je geen afgebakende stukken, geen rood of wit koord dus. Zo loop je net alsof je er zelf woont (…) tussen het meubilair, de bedden, tot in de badkamers toe. En dat zijn er nogal wat.

Op de tafeltjes gehandtekende foto’s van royalty en filmsterren. Familiefoto’s en prullaria. Dit alles zonder echte overdaad of uitstalling. Een mooi interieur, dat wel. Downton Abbey Style!

Er mogen geen foto’s genomen worden, al maakt de Wannabee-hé-man van het gezelschap hier graag een uitzondering op. Het duurt dan ook niet lang of hij wordt vriendelijk op de schouder getikt door een van de onopvallende suppoosten. Maar hij gaat gewoon door…zielig eigenlijk.

LAKE (820)HOLK.jpg

LAKE (870)HOLK.jpg

Op naar de tuinen! Daar is het heerlijk kuieren onder de nog steeds grijze hemel en aangename temperatuur. Tussendoor vergeten we ook niet aan te schuiven in het kleine restaurant.

De namiddag is al even gevorderd als we opstappen om onze weg verder te zetten. Omdat het thema ondertussen duidelijk is, werd er gekozen voor Levens Hall, aardig gelegen op de terugweg.

Levens Hall vindt zijn funderingen in 1350 maar is ondertussen ook verbouwd, gerenoveerd en aangepast aan de verschillende bouwstijlen die sindsdien passeerden.

LAKE (890)LEVENS.jpg

LAKE (922)LEVENS.jpg

Het oogt inderdaad iets stoffiger en gedateerder dan Holker Hall maar heeft voor deze bezoeker wel een onverwacht extraatje. Buiten het oudere, 17e- en 18e eeuwse interieur, loopt er een rode draad door het huis en zijn artefacten die mijn aandacht genoten.  Ik verklaar.

De toenmalige heer des huizes, Charles Bagot was getrouwd met de Hertog van Wellington’s nicht. Reden genoeg dus om nu, in het teken van 200 jaar Waterloo, een Wellington parcours in het huis te plaatsen. Zo vinden we o.a. zijn veldbed (niet te vergelijken met vandaag…), zijn horloge, bril, dagboeken, en de handschoenen die hij heel die historische dag aanhad.

LAKE (939)LEVENS.jpg

LAKE (926)LEVENS.jpg

Verder nog een harnas van Oliver Cromwell en tal van andere persoonlijke attributen van persoonlijkheden uit de Engelse geschiedenis.

Minder ruim, eerde volgestouwd maar toch met een zekere elegantie is Levens Hall zeker een bezoek waard. En dan nog de tuinen.

Deze werden per periode bewaard. Zo is er de 17e eeuwse tuin, een kruidentuin, het Victoriaanse gedeelte en een park met kunstig gesnoeide bomen. Als je dacht dat jij hard in de tuin werkte…even hier komen kijken, mijn gedacht.

De tijd vliegt ook al doen we deze dag niet echt heel veel, of zo lijkt het toch. Ik kan nu eenmaal geen uren in een tuin wandelen. Tijd voor ‘a cuppa’ dus alvorens we hotelwaarts bollen. De cafetaria zit verborgen achter renovatiewerken en wordt wel druk bezocht. Een praktische test leert me wederom dat Engels gebak even goed smaakt als het er uit ziet…

Beetje moe geslenterd en licht pijnlijke voeten maken dat een late siësta welkom is.

12-06-16

Lake District, Cumbria & York, Mei 2016

LAKE (1023)HEADERBLOG.jpg

DEEL 1

 

Het eerste reisje zit er op!

Na vijf maanden met nauwelijks verlof te nemen, werd het tijd om de valies nog eens boven te halen en even andere lucht te gaan scheppen. Met het oog op een lange (werk)zomer voor de boeg was dit zeker geen overbodige luxe.

De steven werd deze maal gericht naar het Verenigd Koninkrijk, Engeland om precies te zijn. Een richting die misschien al te lang werd uitgesteld. Het zal aan het water liggen, zeker?

We gaan dan ook ineens voor het landelijke Engeland, meer bepaald het ‘Lake District’, een van de grote Nationale Parken van het VK. Gelegen in het graafschap Cumbria, plakt het tegen Schotland. Heel erg Noord-Engeland dus.

lake district

Met 2300 km² oppervlakte en alle Engelse bergen van boven de 900m op een hoopje, is dit een van de meest toeristische streken van het Koninkrijk. Dat geeft natuurlijk eerst even te bedenken dat er mogelijk wel wat volk gaat rondlopen… maar viel dat even goed mee.

Met vooral natuurpracht, weinig of geen georganiseerd vertier, veel schapen, kleine stadjes (in het totaal een goede 50 000 inwoners), steile bergpassen, prachtige vergezichten en uiteraard zijn meren, is de regio eerder een trekpleister voor de avontuurlijke toerist dan voor familievertier. Onze wegen zullen dan ook vooral gekruist worden met kleine groepjes trekkers. Veel volk was er dus niet om voor onze voeten te lopen. Schapen en ander loslopende boerderijdieren dan weer wel.

lake district

Daarenboven mochten wij, gezien we met een Belgische nummerplaat reden, ook nog eens rechts rijden i.p.v. links. Dat was makkelijk voor onze chauffeur. ;-))=

HO!

Eerst even vermelden dat wij nu niet direct de bergschoenen aantrokken om daar een overlevingstocht te gaan houden! Neen, met de gekende formule, waarbij comfort, culinair genieten en fijn gezelschap mooi worden gekoppeld aan het genieten van al dat moois. Met enkele mooie wandelingen, een – gemotoriseerde – bergexcursie en enig historisch-cultureel inzicht, was het toch een heel pakket dat we in deze week dienden te verwerken.

We kunnen verder….

Na een geslaagde – want stille – overtocht van Zeebrugge naar Hull, werd de weg verdergezet met onze luxekarros. Een klein gezelschap van 22 mensen, plus onze chauffeur en gids, maakt dat we met 24 waren. Met een leeftijdsverschil van ruim 50 jaar tussen de benjamin en de senior, was het wel heel heterogeen.

 

Onderweg stoppen we even bij het ‘Hole of Horcum’. Ja, een langwerpig gat in de grond waar mensen dus voor stoppen. Door een natuurlijk proces van erosie door water is er een natuurlijke vallei ontstaan die lijkt alsof ze is uitgegraven. De rest van het landschap is eigenlijk zo hopeloos dat de RAF het graag gebruikt voor zijn oefeningen.

Via Pickering rijden we naar Whitby. En dat is toch wel een erg aardig plekje in North-Yorkshire. Gelegen aan de Noordzee, is het van nature een uitvalsbasis voor visserij, vooral walvisvaart. Dat was vroeger dus. Vandaag verraden de vele ‘fish & chips’ gelegenheden en de opgestapelde fuiken in de haven het visserijverleden.

LAKE (99)WHIT.jpg

Het eerste wat we dan ook doen is een take-away binnenstuiven en ons aan het zooitje laven. Ik heb er al verschillende gegeten en telkens is het toch weer een koude douche achteraf. Het is en blijft een vreselijk vettige (en redelijk smakeloze) boel die op je maag blijft liggen. Alsof wij in ons land friet met cervela tot dezelfde status zouden verheffen…het zou niet lang pakken, denk ik zo.

En wie afkomt met de stelling dat je dat in een goede pub wél lekker kan eten, is van die xenofiele aard dat ik argwanend wordt. Tried & tested & failed.

Ja, het gaat er vlot in maar het doet dan ook zijn werk achteraf – als we weer op weg zijn op slingerende baantjes die daarenboven nog eens op en af gaan, bijvoorbeeld. Goed voor een keer, zeggen we dan. Tachtig procent van de toeristen daar zitten in de zon met een bakje op hun schoot. En ja, de geur doet goesting krijgen, niet?

LAKE (227)WHIT.jpg

Het uitzicht helpt ook: een mooie haven aan beide kanten van de rivier Esk en een panoramisch zicht op de overkant met als kroon de oude abdij. Dat de lucht dan ook nog eens ongepland blauw is, is mooi meegenomen.

LAKE (140)BWHIT.jpg

We wandelen naar de overkant, door de smalle straatjes vol winkeltjes met snuisterijen, ‘kunst’, souvenirs, lokale voedingswaren en opvallend enkele gothic winkeltjes. (?) Jawel. Whitby wordt genoemd in Bram Stoker’s ‘Dracula’. Veel meer is er dus niet nodig. Er is zelfs een jaarlijks gothicfestival.

LAKE (267)WHIT.jpg

Via de ‘199 steps’ komen we eerst aan de Church of Saint Mary en vervolgens aan de Whitby Abbey. Ook langs deze kant van de monding is het zicht prachtig. Aan de overkant staat in de verte een standbeeld van James Cook. Deze bracht een groot gedeelte van zijn jeugdjaren hier door en kreeg de smaak van het varen – en later exploreren hier te pakken.

LAKE (239)WHIT.jpg

LAKE (283)WHIT.jpg

LAKE (284)WHIT.jpg

Terug naar beneden en na een stevige klim kijken we terug over de riviermonding. Nog even tijd om te genieten van deze eerste geslaagde dag en vervolgens zetten we onze weg verder naar ons hotel. Eerlijk: blij dat we er waren want ondanks het comfort, is het soms even tanden bijten om niet overstag te gaan op de kronkelende wegen. Kronkelende wegen? We hebben nog niets gezien!

Onze eerste dag bracht ons dus van Hull naar het dorpje Shap. Ook nooit van gehoord? Houden zo want het stelt niet voor. Buiten ons hotel, wat verdoken tussen de glooiingen van het landschap verborgen ligt, is er niet veel te beleven.

Toch wel fijn om uiteindelijk in ons hotel aan te komen. Streng bewaakt door schapen en bijgevolg gevrijwaard van stedelijke geluiden, is het een ideale plek om op te gaan in de omgeving.

lake district

Met een naar mijn mening erg traditioneel maar zeker niet gedateerd interieur, straalt het traditie uit. Desondanks de redelijke bezetting, lopen we mekaar nooit voor de voeten. Noch aan de bar, nog in de lounge of in het restaurant. Het hotel draait vlot, zelfs als er een obligate bus oosterse toeristen ’s avonds laat nog komt binnenwaaien.

Genoeg gezeverd, we kijken uit naar de volgende dag met een eerste verkenning van de regio. Het belooft nooit ver rijden te zijn maar al snel zal blijken dat eens de snelweg verlaten, de kleine wegen wel hun tol zullen eisen.

We moeten eigenlijk nog goed beginnen!