16-10-16

Hongarije, deel 3

Flag_of_Hungary2.jpg

Deel 3 (slot)

 

We zijn dus op weg naar het Oosten.

Onderweg stoppen we eerst nog in Gödöllö, alwaar we een van de vele kastelen bezoeken die ooit door Keizer Frans-Jozef werden gebouwd. Hier kwam zijn echtgenote, de fris ogende Elisabeth ofte ‘Sissi’ het liefste. Het bezoek is intens, veel info, het is een openbaring over het échte leven van de sprookjeskeizerin. Ik voel me verplicht een historisch boekwerkje aan te schaffen in de shop. Elisabeth heeft op zich weinig historische waarde maar haar levensverhaal schetst wel een (niet zo) fraai beeld van de adel en zijn verplichtingen in de 19e eeuw.

Mag blog (50).jpg

Eger is een fijne stad op het eerste gezicht en ook hier zullen we twee nachten blijven. Het hotel ('Eger') is immens want het bestaat uit twee hotels die zijn samengevoegd. Van de kamer naar het restaurant is een eindje lopen door gangen en trapzalen maar het heeft wel zijn charme.

De pastelkleurige veel te hoge gelagzaal oogt wat wij noemen ‘oostblok-stijl’. Fijn, want daarvoor komen we. Het eten is zeer goed, een heerlijk gevarieerd buffet. Het personeel is wat stug en onhandig maar ook hier is de wijn en het bier heel erg goed. Heel erg.

De volgende dag begeven we ons dus in de stad en starten met een bezoek aan de St. Johannes Basiliek. Vlak naast de ingang staat een beeld van Priester Kolbe, een man die ik ook in Oswiecim, Polen heb begroet.

Mag blog (51).jpg

Mag blog (52).jpg

De stadswandeling brengt ons langs enkele barokke en jugendstilgebouwen maar echt vrolijk ziet het er allemaal niet uit. Ik kijk echter wél uit naar een bezoek aan de Vár, de burcht. Elke stad van betekenis heeft er een, dus zeker ook Eger.

Hongarije werd meer dan welk Westers land ooit bezet door de Turken en de burcht van Eger heeft daarin een rol gespeeld. Nadat ze de Ottomanen lang hebben kunnen afschepen, werd het in 1596 ingenomen door de Turken en voor ruim 80 jaar lag de stad en de regio onder Ottomaans bewind. Pas in 1687 werd de burcht heroverd. Ondertussen werd er in Wenen reeds gefeest omdat de Turken verdreven werden. Het is een mooi stukje wandelen tot aan de inkom en de muren ogen dan ook indrukwekkend.

Mag blog (53).jpg

Mag blog (54).jpg

Eens binnen krijgen we wederom meer dan voldoende duiding door onze gidse maar m.i. iets te weinig tijd om de burcht effectief te bezoeken. Gelukkig is het overzichtelijk en is niet alles toegankelijk, dat maakt dat er toch een algemene indruk kan opgedaan worden.

Mag blog (55).jpg

Als we afdalen naar de stad stranden we op het grote plein centraal in de oude stad. Daar staat uiteraard een ferm beeld over de herovering van de stad. Een herovering die – het huidige straatbeeld indachtig – nog steeds een succes mag genoemd worden.

Er wordt tegen de middag afgesproken aan het hotel op een steenworp afstand. We stijgen in voor een korte rit naar wat heet ‘De vallei van de mooie vrouw’, een vallei waar de wijnhuizen zich kilometerslang aan mekaar aansluiten.

Mag blog (56).jpg

Mag blog (57).jpg

We belanden in het ‘Kulacs Csárda Panzio’, een van de vele etablissementen die al te graag de bussen geestdriftige toeristen ontvangen. Het cliché maakt dat je zeker eens zo een tent moet bezocht hebben.

Het gezellige restaurant nodigt uit om wederom een heerlijk aanbod van streekgerechten te verwerken. We beginnen met een glas witte wijn, gevolgd door een glas rode en er volgen er nog. Deze gaan vlot binnen en de fantastische goulash soep is waanzinnig lekker.

De wijn blijft maar vloeien en ondertussen is er een zigeunerorkestje in gang geschoten – ja, zo komen naast je oor spelen, zo hoort het. Het plaatje was compleet.

De schotel koude vleeswaren was als voor een heel leger bedoeld, dus werden alle remmen losgegooid. Er werd afgesloten met dé wijn van de streek, het zogenaamde ‘stierenbloed’. Een wel erg donkere rode wijn die toch vlot wegdrinkt.

Na de middag zijn we vrij (dat klinkt suf, hé).

Dus wordt er – naast het fysiek verwerken van de maaltijd – nogmaals op eigen houtje door de stad gewandeld, koffie gedronken en genoten van het wederom heerlijke weertje. Over de werking van mijn spijsvertering ga ik niet uitweiden maar laat ik stellen dat het niet eenvoudig was. Later bleek ik niet de enige geweest te zijn en waren we ’s avonds terug in volle vorm!

Van Eger terug naar het Westen rijden. Dat is de opdracht. En tegelijk rijden we dus ook weer een stukje naar het einde.

We scheren terug langs de noordrand van Boedapest maar maken vervolgens een draai naar links en zijden richting Donaubocht, een van de meest schilderachtige plaatsen van het land en misschien wel van heel centraal Europa. De Donau maakt daar in stroomrichting een bocht van haast 90° naar het zuiden. Het landschap is een schilderij waard.

Mag blog (66).jpg

Als extraatje stoppen we even in het stadje Szentendre (St Andreas). Op zich niet bijzonder maar er is wel een hoop ambachtelijke bedrijvigheid gaande waardoor we ons indien nodig ook weer vlot van de Forinten kunnen ontdoen. Het plaatsje licht letterlijk aan de Donau.

Mag blog (63).jpg

Mag blog (61).jpg

Mag blog (58).jpg

Mag blog (60).jpg

Verder wordt er gestopt aan de burcht van Visegrad. Het is een ferme beklimming per trap en gewoon bergop om de burcht te bezoeken, maar dat was natuurlijk ook de intentie.

Er is wel wat volk op de been maar het loopt vlot. Het bouwwerk staat stoer bovenop een van de heuvels en biedt een geweldig zich over de Donau en omliggende streken.

Mag blog (67).jpg

Mag blog (69).jpg

Mag blog (70).jpg

Na deze excursie houden we halt in een openluchtrestaurant alwaar de culinaire orde ook gerespecteerd wordt. Meer moet ik daar niet aan toevoegen. Ik kan wel stellen – en dan overdrijf ik niet eens, dat ik op deze reis meer vlees heb gegeten dan in het hele jaar tot hiertoe. Ach, wat!

Laatste stop alvorens we de dag afsluiten is – hoe verwonderlijk – de Basiliek van Esztergom, tot nader order het Christelijke epicentrum van het land, ook al ligt het ei zo na op de grens met Slowakije.

Mag blog (79).jpg

Mag blog (80).JPG

Mag blog (76).jpg

Mag blog (78).jpg

Achter het gebouw kijken we op de Donau en aan de overkant ligt dus Slowakije waar je de dag van vandaag ook gewoon naar toe kan rijden.

Wij rijden verder tot in Györ, onze laatste slaapplaats in Hongarije. We slapen in het centrum van de stad wat maakt dat we in klein gezelschap na de maaltijd de stad induiken en wederom de schoonheid van de verlichte gebouwen kunnen aanschouwen.

Mag blog (81).jpg

De volgende dag maken we een wandeling door de stad waarbij Edit ons alweer overlaadt met gegevens. Hongarije, ze geraakt er niet over uitgepraat.

 

Mag blog (82).jpg

Mag blog (83).jpg

Mag blog (84).jpg

Als we samenkomen voor de lunch lijkt het wel of het er bijna opzit. We moeten onze laatste Forinten kwijt want bij ons zijn deze niet veel waard. Dus schuimen we nogmaals de winkelstraten af.

Mag blog (65).jpg

Bij aankomst aan het hotel blijk onze schattige chauffeur onze koffers reeds ingeladen te hebben waardoor de definitieve terugreis kan aangevangen worden. Dit wil zeggen: een eind door Oostenrijk en dan Duitsland tot in Deggendorf.

De laatste dag is zoals geweten de zwaarste, ook al kunnen we zelf weinig uitsteken. Terug die honderden kilometers Autobahn met de nodige files. Raststätte, koffie, toiletstop, benen rekken, ommetje maken. Ik ken de dril ondertussen.

Al bij al komen we toch op tijd terug in Groot-Bijgaarden alwaar er vlot wordt afgesloten.

Deze te korte reis - noem het gerust een verkenning - door het ‘land van de Magyaren’, was er eentje dat zeker niet bol stond van de verrassingen maar zich wel kon verkopen door de ontspannen sfeer, de kleine dingen die het aangenaam maakten, het fijne gezelschap en de toch wel bourgondische aanpak van de reis.

Niet meteen voor herhaling, daar is het niet boeiend genoeg voor. Wel kijk ik uit om een extra bezoek te brengen aan Boedapest.

Hongarije was toch een fijne uitbreiding van mijn repertorium van bescheiden reizen.

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.