30-05-08

Halted against the shade of the last hill,...

Pakken die zakken!  We stompen onze schamele bezittingen in onze frontmobiel en zijn bijzonder gemotiveerd om deze derde dag ten volle te benutten!  Om het lot te tarten scheuren we terug naar Arras. Ik had graag eens deftig door de stad gestruind en eventueel een boekhandel met lokale publicaties te bezoeken. Een mens geeft graag wat geld uit tijdens zijn verlof, en we hebben nog niet de kans gehad. Uiteraard is er in Arras ook wel wat te zien. De enorme torenloze kathedraal oogt ondanks een bewogen geschiedenis wat koeltjes. Dit wegens enkele maal heropgebouwd. Verder valt er gezellig te shoppen, ‘tis maar dat u het weet. Toch een interessant drukwerk gevonden! Op de gezellige markt laat ik me verleiden tot de aankoop van enkele trésors du terroir. Her en der vinden we nog sporen van het leed dat deze stad te verduren heeft gehad; ze is werd zwaar beschoten en ei zo na volledig platgebrand. Het Ieper van de Artois, zeg maar. Toch voelen we het dringen: we moeten terug naar de Champs de Battaille!

3  Arras, Hotel de Ville  25% title2  Arras, Hotel de Ville 2  25% title1  Arras, Grand Place  25% title

Als we eindelijk de omliggende kmo-zone verlaten hebben rijden we richting Bullecourt, een onwaarschijnlijk onbenullig dorpje ten zuidoosten van Arras. Toevallig was ik tijdens de voorbereiding op een luchtfoto van de versterkingen rond dit dorp gestoten. De uitdaging was natuurlijk om te kijken of daar nog resten van te vinden waren. Met een kuil waren we tevreden geweest. Doch, niks, geen spoor meer te vinden. De noeste agrarische arbeid op de velden van weleer laat geen spoor na van de bloedige taferelen en de redelijk imposante graafwerken die hier hebben plaatsgevonden. En ja, het was wel degelijk Bullecourt! Dit werd bevestigd door de aanwezigheid van een Australian Memorial Park, met een realistisch beeld van een ANZAC-soldaat. Dit naar aanleiding van de gevechten die hier plaatsvonden. Dit ogenschijnlijk banale dorp had toen de bijnaam ‘The Bloodtub' - letterlijk ‘het bloedbad'. Een kleine verkenning rondom het dorp laat al duidelijk blijken dat dit niet de grond is waarover je een dorp aanvalt. En het was zeker niet Ramsay Street.4  Autralian Memorial, Bullecourt 1  25% title5  Autralian Memorial, Bullecourt 6  25% titleAutralian Memorial, Bullecourt 2  25% title6  Autralian Memorial, Bullecourt 7  25% title7  Autralian Memorial, Bullecourt 4  25% title7 Bullecourt Battlefield 3   25% title


 

De glooiing in het landschap maakt van elk bewegend voorwerp een lopende schietschijf. Wonderbaarlijk dat de taaie Aussies er uiteindelijk dan toch in geslaagd zijn in hun opzet. De kost was uiteraard vreselijk. Bullecourt was het keerpunt in het vertrouwen van Australische troepen in hun Britse bevelvoerders. Deze slag ligt zowel qua bekendheid als qua verliezen in de schaduw van de twee grootste (vooral) Australische engagementen, nl. Passendaele en Pozières. Het gecombineerd aanvallen van soldaten met tanks stond nog in de kinderschoenen. En wat vooral een feit was: de tanks konden de manschappen niet volgen waardoor deze haast onbeschermd in het niemandsland stonden. De Duitse mitrailleursnesten vuurden à volonté met het gevolg dat van de 5000 (12th & 4th Brigade) een 3300 slachtoffers (incl 1250 gevangenen). Een ware slachting dus, zelfs naar de toen geldende normen. Terwijl de zon ongenadig brandt en de lucht nog blauwer wordt, kuier ik wat langs de bewerkte velden en probeer me het offer voor te stellen. Alleen al het vlakke landschap met zijn verraderlijke hellingen doen me vaag beseffen wat deze knapen hier gezien en gevoeld hebben. 

'To face the stark, blank sky beyond the ridge, Knowing their feet had come to the end of the world' (Wilfred Owen)

Dit hoofdstuk wordt vroeger afgebroken dan gepland. Geen nood, de weg richting Cambrai is getooid met vele kleine en schilderachtige War Cemeteries, en we besluiten via de omliggende dorpen - waar ik op dat ogenblik reeds concrete plannen voor koester - zeer langzaam de terugweg aan te vangen. Concreet? Inderdaad. Als bijzondere liefhebber van ‘now & then'-shots (zie ook Normandië) moet ik gewoon enkele locaties opzoeken.  De slaperige dorpen Flesquieres en Cantaing worden het doelwit. De resultaten hieronder.

8  flesquieres 1 then ok 75

9  Flesquieres 1 part  ok 75

10  cantaing 2   1917 75

11  Cantaing 2008 ok

Tijdens onze laatste picknick wordt besloten om vóór de spits reeds richting Antwerpen te rijden. Niet te haastig, maar gedreven rijden we richting Valenciennes, om zo via Brussel de metropool terug te bereiken. Mijn co-piloot ende navigator krijgt de toestemming om in te slapen, wat bewijst dat deze drie dagen niet in de kleren zijn gekropen. De terugrit verloopt vlot; evenzo de carwash sessie welke wreed nodig was.

Slotsom: we zijn er in geslaagd ruim 80% van ons programma te volbrengen. Schi-tte-rend weer  en de aangename streek om in te rijden hebben zeker bijgedragen tot het her-ontdekken van dit stukje van het Westelijke Front. Een gedeelte dat voor velen onbekend, of dikwijls gewoon vergeten wordt. Het is nooit te laat om daar iets aan te doen, want volgens de laatste berichten gaat men alles laten zoals het is. En dat is maar goed ook...

groot Bullecourt Battlefield 2   25% 75% title

28-05-08

Peuples, soyez unis, Hommes, soyez humains!

Op tijd uit de veren want de zon is al aan haar klim begonnen!  Na een meer dan behoorlijk ontbijt scheuren we de beklemmende voorstad van Lens uit. Uiteraard worden ik als chauffeur weerom aan de ellende van de omleidingen en overdadige maar complexe richtingaanwijzingen onderworpen. Mijn navigator heeft het al lang opgegeven en het kompas (!) wordt bovengehaald. Elke baan richting Noord-West is ok. Gelukkig bevinden we ons al snel tussen de glooiende velden en de plaatsnamen komen stilaan bekend voor. Eerst rijden we richting Souchez. Als het Ossuaire in Douamont (Verdun) het numéro 1 van de meest memorabele herdenkingssites is, is het Monument Nationale de Lorette ( grondgebied Ablain-St-Nazaire) ongetwijfeld No 2. Te bereiken via een stijl klimmende weg, even voorbij Souchez. Deze heuvel is één van de velen die door de Duitsers kort na de slag aan de Marne in bezit was genomen. En niet met de bedoeling deze zomaar weer uit handen te geven Vanaf we uitstapten viel gelijk het strategische zicht op de omringende gebieden op.  Begin mei 1915 begon men te knabbelen aan deze lijn van stellingen. Dit ging niet zonder slag of stoot en de gevolgen liggen te rusten op het Cimetière National de Lorette Ablain-St-Nazaire, welk het grootste deel uitmaakt van de site. In vroegere tijden stond op deze heuvel ook reeds een bedevaartsoord, maar dat was in het strijdgewoel verdwenen. Ruim 20 000 Franse soldaten liggen op het kerkhof begraven en nog eens zoveel liggen als ‘inconnu' in het ossuarium. Er staat een basiliek in neo-byzantijnse stijl en een toren met een ‘phare', zoals in Verdun. Beneden worden we ontvangen door twee ‘hommes en béret', welke hun kletspraatje onderbreken en in houding naast de kisten gaan staan. Daarin bevinden zich resten van slachtoffers van zowel de 1e en 2e WO, als van de oorlog in Algerije en Indo-China. Dit is een bijzonder aangrijpend plaatje en is dan ook het centrale punt op heel de site. Het schrale museumpje op de eerste étage getuigt van Franse négligance.1  ND Lorette panorama   25% title2  Panorama de Lorette  25% title3  Toren en Basiliek  25% title4  Cimetiere 2   25% title5  Hommes en béret greeting  25% title6  Ossuaire  25% title7  Museum   25% title8  Joodse graven   25% titleCimetiere 1   25% title

Na een ruim kuieren tussen de graven, begeven we ons naar het museum aan het einde van het kerkhof. Aanbellen! Dit puilt uit van excellente verzameling uniformen en uitrusting. Naar zeggen van mijn kompaan - en die kent er iets van - van absolute topkwaliteit. Een gedeelte van het museum bestaat uit tableaux vivants, waar niets aan het toeval is overgelaten. Dan volgt het zgn. geconserveerde slagveld met allerlei tuig, van kanonnen tot prikkeldraad in behoorlijke staat van verval. Dit spreekt ons helemaal niet aan en na een korte rondgang verlaten we het museum. Ik weet uit een vorig bezoek dat de Abri des Visiteurs àlles wegheeft van een koude fabrieksrefter, dus ik neem zeker geen initiatief om hier wat te gaan drinken. Dit is een monument dat de algehele Franse militaire geest van die tijd samenvat: Attaquer! Attaquer! De vijand moet aangevallen worden en van Franse grond verdreven worden. Wat op deze plaats lukte. Later in de oorlog zou dit echter leiden tot nutteloze aanvallen, met de legendarische muiterijen tot gevolg. Doch hier was men nog overtuigd van de zin van de aanval op een niet in te nemen stelling. C'est l'ésprit qui compte!

Toren sepia   25%  75% title

Terug naar beneden. In Souchez halen we brood voor een échte pick-nick later op de dag. Nu rijden we richting Arras, met als volgende stopplaats het Cabaret Rouge British Cemetery, opgestart in maart 1916. Hier rusten 7655 Britse militairen, waarvan 4500 niet-geïdentificeerd. Dit is dan ook één van de grootsten. Wat gelijk opvalt is de grootte van het kerkhof. De inplanting van de graven is bijna sierlijk, alsof de architect de glooiing van het landschap gebruikt om deze zee van witte stenen te laten wiegen. De asse van de architect, Frank Higgins, liggen op dit kerkhof verstrooid en het lichaam dat als Canadese Onbekende Soldaat in Ottawa zou herbegraven worden, werd hier opgehaald.1  Cabaret Rouge panorama 2   25% title3  Cabaret Rouge 2   25% title4  Cabaret Rouge tractor   25% title2  Cabaret Rouge panorama  25% 75% title

Even verderop ligt er een klein kerkhof voor Tsjechische soldaten die hier vochten. Tsjechen? Waren die niet beter thuisgebleven? Maar ja, dat kan je van de anderen ook zeggen, en dan stonden we hier gewoon naar een aardappelveld te kijken.7  Czech monument  25% title6  Czech monument 3   25% title8  Czech monument 2  25% title

Impulsief besluit ik om eerst het Duitse Soldatenfriedhof in Neuville-St-Vaast te bezoeken alvorens naar Vimy te rijden. Om het hongergevoel nog wat op te drijven. Na het betreden van ingang, lijkt het einde nergens in zicht. Goed, ze liggen wel wat verder uit mekaar, maar op elk kruis staan twee namen. Start counting! Gelukkig vermeld de inkomhal dat hier nu 44 833 doden rusten. Deze werden samengebracht uit de omliggende regio. Zoals op bijna alle Duitse rustplaatsen: geen volk, enkel wij.Neuville 1   25% titleSad Flowers Vaast  25% titleNeuville 3 bw  25% title

Vimy is een onooglijk en haast verwaarloosbaar dorp aan de voet van wat in militaire orde ‘Hill 145' wordt genoemd. Deze heuvel was ook bezet door het Duitse leger. Wat meer is: zij hadden zich hier bijzonder goed ingegraven. Pas in april 1917 voelden de geallieerden de tijd rijp om hier komaf mee te maken en lieten dit over aan de 11 Canadese Brigades die in deze regio werden samengebracht. Nog drie werden in reserve gehouden. Voor Canada als jonge staat was dit een belangrijke gebeurtenis. Voor het eerst zou een offensief exclusief door Canadezen worden uitgevoerd. Ter voorbereiding werden er twaalf tunnels van om en bij de 1000m lengte en op 10m diepte gegraven. Enkelen om mijnen onder de Duitse stellingen te plaatsen, de anderen om ongezien de troepen tot vlak voor de Duitse stellingen te laten vorderen. Ondanks de barre weersomstandigheden werd deze aanval een succes over de hele lijn. 10 600 slachtoffers, waarvan ‘slechts' 3600 doden, aan Canadese zijde. Op de parking enkele schoolbussen met uitbundige jongelui. Uiteraard nestelen zij zich pal voor en naast onze geïmproviseerde dis. Na de picknick zoeken we het nieuwe visitors' center op en worden op de gekende enthousiaste manier ontvangen. Volgende ondergrondse excursie om 1515u. Dit laat ons ruimte om eerst naar het Memorial te rijden.1  Vimy memorial view  25% title2  Vimy memorial left  25% title3  Vimy memorial statues  25% title4  Vimy memorial top  25% title4  Vimy view back sheep   25% title5  Vimy view back korrel sepia  25% title6  Vimy front  25% title7  Vimy flagpoles  25% title8  Vimy view 3  25% title

Ik zeg ‘rijden', want de afstand is behoorlijk en ik weet nu al dat we daar even zullen blijven. De zon belicht het gerestaureerde monument dat het pijn aan de ogen doet. Pat zet gelijk een zonnebril op. De lucht is op zijn blauwst en de zon heerlijk warm. Vermeldenswaard is dat dit monument het grootste Canadese monument éver is. Het werd in 1936 onthuld in bijzijn van 50 000 veteranen en hun families. Restauratie werd beëindigd in 2007 en duurde maar liefst 5 jaar. (uitgevoerd door Monumenten Vandekerkhove uit Ingelmunster!) Daarbij werd alle siersteen en alle beelden gedemonteerd en behandeld. In het Center loopt permanent een video over deze onderneming. Daaruit vernemen we tevens dat voor de vervangen hier en daar van de witte seget-steen, de originele groeve in Kroatië heropend werd. De architect is Walter Allward, welke de wedstrijd won. (tweede eindigde Frederick Clemesha, welke zijn ‘Brooding Soldier' in St-Juliaan, in onze Fields mocht neerpoten). 11 285 namen van vermiste Canadese soldaten staan in de basis gekapt. De twee zuilen symboliseren Frankrijk en Canada. De 51 veelal treurende figuren behoeven geen uitleg. Enkel de rouwende vrouwenfiguur aan de rand en uitkijkend over de slagvelden, kijkt naar de toekomst. Niet erg opgewekt, dat blijkt.

Vimy view back effect  25%  75% title

Een ander, meer tastbare bezienswaardigheid is het bezoek aan de Grange Tunnel, een 250m lang gedeelte van de tunnels, dat te bezoeken is. Met een allegaartje van jongeren, Engelsen en een Canadees paar, dalen wij af in de diepte. Onze Candese studente-gids heeft duidelijk aan het spraakwater gezeten en weet de harde feiten af te wisselen met een kwinkslag. Hiermee worden ook de jongsten in het gezelschap mee in het verhaal gesleept. Ik hou me in en stel geen al te moeilijke vragen, want het engagement van deze lui dient alvast respect. Met een duidelijk beeld voor ogen van hoe de zaken er hier aan toe gingen, zoeken we terug de warmte op. Een korte wandeling in en over de smetteloos (?) gebetonneerde loopgraven volgt. Tot slot het Canadian Cemetery No2, gelegen in het bos. Het landschap rondom ons (stay on the path!) doet het ergste vermoeden: hier moet nog veel tuig in de verraderlijk begroeide bodem liggen. The sheep don't mind. Hier sluiten we ons bezoek aan de site af.Vimy tunnel 2  25% titleVimy field   25% titleVimy trenches 1  25% titleVimy Kids   25%  75% title

Het is nog niet te laat om reeds even op ons programma voor te lopen en we zoeken Arras op. Hier toch al behoorlijk wat verkeersellende. Van contrast gesproken. Doel: Le Mur des Fusillés en het Faubourg d'Amiens British Cemetery & Memorial. Beiden situeren zich tegen de citadel, waar vandaag nog een logistieke eenheid van het Franse leger gekazerneerd is. De wandeling naar het Franse monument duurt eindeloos; een hiaat in de planning. Aangekomen blijkt er parking zat is. Enfin, een woordje uitleg. Tussen 21 augustus ‘41 en 21 juli '44 werden hier maar liefst 218 verdachten (communisten, verzetslui, etc) gefusilleerd door de Duitse bezetter. De jongste was 16, de oudste 69. De nationaliteiten variëren van Russen, Italianen, Polen, Belgen en 189 Fransen. Om een groot land als Frankrijk onder de knoet te houden had de bezetter zijn eigen middelen... Het Britse kerkhof is weerom voorzien van een galerij. Hier liggen 2681 geallieerden, maar ook 8 Duitse soldaten. Tevens 8 gesneuvelden van de WO2.1  Arras mur 3   25% titleArras Mur 1   25% title2  Arras memorial 2   25% title3  Arras memorial 3   25% title

Hier sluiten we de tweede dag af. Zonder stress rijden we terug naar onze tijdelijke stek. Tegelijk beseffen we beiden - weeral - dat we na de derde dag zeker verzadigd zullen zijn. Een gevoel dat bij elk Frontbezoek de kop opsteekt.

25-05-08

If any question why we died, tell them because our fathers lied...

De Artois maakt deel uit van de regio ‘Nord-Pas-De-Calais’, en heeft als centrale stad, Arras. Andere bekende plaatse zijn St. Omer, Lens en Bethune. Makkelijk te bereiken via Kortijk, Armentières of Lille. Een kleine sprong over de grens dus.

 

Omdat wij graag gelijk op ons doel afgaan, was het eerste ‘point of interest’ gelijk een Memorial Park. Het Fromelles Australian Memorial Park is gesitueerd net buiten het dorp. Het is gelegen op de Duitse linies welke werden aangevallen door de Australiërs op 19 juli 1916. Deze werden kort bezet, maar snel weer uit handen gegeven. In de aanval en de algehele terugtrekking naar de eigen linies verloor de 5e Australische Divisie nagenoeg 5500 man. Velen werden gewond tijdens de terugtocht en bleven geruime tijd in het niemandsland achter. Verschillende dapperen waagden hun leven om hun kameraden van het slagveld te halen. Dit wordt erg grafisch weergegeven door het beeld van Peter Corlett, geplaatst tussen de resten van enkele Duitse bunkers. Cobbers 4  25% titleCobbers 1  25% titleCobbers 2  25% titleNet zoals bij mijn vorige bezoek speelt de zon mij parten waardoor ik nauwelijks een goed frontaal zicht op het beeld heb. Het silhouet tekent zich dan ook tot op grote afstand haarfijn af tegen de felle lucht. Al snel hebben we door dat wij deze drie dagen behoorlijk wat foto’s zullen schieten. Een monument als dit vraagt er dan ook om.

Cobbers 3  25%  title

Op wandelafstand ligt het VC Corner Cemetery. Hier liggen de resten van 410 ‘Diggers’ welke niet geïdentificeerd zijn na de oorlog wegens pas geborgen na de wapenstilstand. Opvallend is dan ook dat er geen individuele grafstenen staan, zoals we kennen van de Britse kerkhoven. Twee stenen kruisen staan afgebeeld in het smetteloze gazon. Op de muur achteraan staan nog de namen van 1298 soldaten van de 5e Div. die geen gekend graf hebben. Verder valt te vermelden dat dit het enige War Cemetery is waar enkel Australiërs rusten.1  Cobbers view VC 1  25% title1  VC Corner 3   25% title1  VC Corner 6   25% title

Even naar de wagen om een ferme kilometer verder het hoekje om te gaan. Daar vinden we Le Trou Aid Post Cemetery. Via een klein gebouwtje kom je precies in iemands tuin terecht. Buiten de traditionele rust, straalt deze plek nog een soort gezelligheid uit. Het omringende water met eendjes, en de schaduw geleverd door de treurwilgen, geven hier een extra sfeer. Deze plek was reeds in oktober 1914 het eindstation voor vele gesneuvelden. Later werden doden uit de omstreken hier bijgezet. Het glooiende landschap van het toch niet zo grote kerkhof biedt boeiende zichten op de inplanting van de stenen.1  Le trou 2   25% title1  Le trou 3   25% title

Volgende post is het dorp Neuve-Chapelle. De slag die hier werd uitgevochten (10-12 maart 1915), was van cruciaal belang voor de verdere ontwikkeling en aanpak van het Britse leger. Voor het eerst werd er een behoorlijke artilleriebeschieting gepland en werd er vanuit de lucht bijgehouden hoe de zaken er voor stonden. Communicatie werd belangrijk, temeer omdat het succes de infanterieaanval later in de strijd afhing van de eerdere resultaten. Dat er een chronisch gebrek was aan (juiste) munitie was van ondergeschikt belang. Op het thuisfront werd dit politiek uitgevochten; in Frankrijk liepen de bevelvoerders met de neus in de lucht en zetten kost wat kost hun plan door. En dat viel hier dan nog erg mee ook. Het dorp werd vrij vlot ingenomen. Slechts enkele weerbarstige Duitse mitrailleursnesten hielden de zaak hier en daar op. Van de 40 000 geallieerde manschappen, lieten er 7000 Britse en 4200 Indische het leven. Zelfde cijfer aan Duitse zijde. Met Neuve-Chapelle te heroveren hadden zij een sleutelpositie in de ‘Aubers Ridge’ kunnen innemen. Toch ten koste van een hoge prijs. Uiteraard was dit peanuts in verhouding met wat er nog zou volgen.Opvallendste monument is het Indian Memorial Dit ligt op een punt, toen gekend als ‘Port Arthur’. Dit monument houdt de herinnering levende aan de gesneuvelden én gedeporteerden van de Indische brigades die hier zwaar werk leverden. Een rondom gesloten tuin met een 15m hoge zuil, geflankeerd door twee tijgers en diverse afbeeldingen van exotische dieren, laat geen twijfel mogelijk. De vermelding ‘India 1914 – 1918’ geeft duidelijk aan dat deze koloniale onderdanen meer dan hun dienst bewezen hebben en daar best een eigen plekje voor mogen hebben. Hier worden ook de Indiërs herdacht die in België gevochten hebben, én 210 manschappen die als krijgsgevangen het leven lieten in Zehrensdorf nabij Berlijn. Pas na de val van de muur werd ter plaatse ook een officiële gedenkplaats opgericht.1  Indian  5  25% title1  Indian 3   25% title1  Indian 6  25% title1  Indian book   25% title1  Indian 2   25% title

1  indian 7   25% 75% title


Een goede 100m verder op de baan vinden we het Portuguese Cemetery. In de tweede fase van het Duitse lenteoffensief in april '18 (Slag om de Leie) werd de 2e Portugese Divisie ingezet. Van de 1831 graven zijn er 239 'Desconehcide', ofte onbekend.
De grafstenen zijn van een kenmerkende vorm en de José’s en Joaquins zijn gegraveerd in een brute steen. De voorbij stormende trucks op de baan slagen er ook niet in deze vrijwilligers terug tot leven te brengen. Dit is het eerste Portugese monument dat ik tegenkom op het Westelijke Front.1  Portuguese 1   25%  title1  Portuguese 2   25% title

Festubert. Was het niet om de slag die hier plaats had in mei 1915; niemand zou er van gehoord hebben. Ook hier een gebrek aan munitie. De geallieerden hadden op dat moment immers tevens de handen vol in Gallipolli (Turkije), waar hun landingstroepen vastgenageld zaten op de stranden. Oorlog voeren op verschillende fronten vergt natuurlijk veel materiaal en we mogen niet vergeten dat Groot-Brittannië vòòr de 1e Wereldoorlog enkel een klein maar wel erg professioneel leger had. En in een oorlog die volop op industrieel niveau begon te draaien, diende er erg te worden bijgebeend. Dit zou leiden tot het feit dat er voor de veel grotere aanval in Loos vier maand later nóg minder munitie voor handen was. Hier vind je op een km² een vijftal cemeteries, maar ongemeen mooi is het Le Touret Memorial to the Missing. Het grootste gedeelte van de niet-geïdentificeerde gesneuvelden worden hier herdacht. Je weet niet waar eerst kijken bij het betreden van dit monument. Een zuilengalerij met frisgroene binnentuinen doen het op een Italiaanse piazza lijken. Doch op de muren vinden we de namen van maar liefst 13375 soldaten, alles gesneuveld tussen 1914 en september ’15. Vanuit de ontelbare invalshoeken lijkt dit monument soms iets van een labyrint te hebben.1  La Tourette 3   25% title1  La Tourette 4   25% title1  La Tourette 5   25% title1  La Tourette 6   25% title1  La Tourette 7   25% title

De slag bij het mijnersdorpje Loos (25 september – 18 oktober) was het eerste grote Britse offensief van de oorlog. En de eerste keer dat de geallieerden gas gebruikten. Een groot gedeelte van de troepen bestonden uit Schotten, waaronder de 9th (Scottish) Division, de allereerste eenheid die werd samengebracht onder Kitchener. Het gas van de Britten (keurig ‘the accessory’ genoemd) deugde voor geen meter en ook de weersomstandigheden (de wind in dit geval) was niet zeker of het zijn medewerking zou verlenen. Uitgerust met primitieve gasmaskers gingen zij in de aanval. De afwezigheid van de reservetroepen stond de ambitie van (toen nog Legercommandant) Douglas Haig niet in de weg. In het zuiden verliep de aanval naar plan, maar in de noordelijke sector zat het erg tegen. Niet alleen zaten de Duitsers behoorlijk ingegraven, daarenboven keerde de wind en werd het chloorgas naar de eigen stellingen teruggedreven. Met een zekere chaos tot gevolg.Pas na enkele dagen liet Generaal French het reserveleger los. Onder hen John Kipling, zoon van de toenmalig grootste schrijver en protagonist van ‘the Empire’, Rudyard Kipling. Tijdens zijn eerste militaire actie sneuvelt John op 18-jarige leeftijd. Zijn naam komt op de muur van het Dud Corner Cemetery. Pas in 1992 werd het (vermeende) lichaam van John geïdentificeerd en bijgezet op het St. Mary’s ADS Cemetery. Rudyard zou na de dood van zijn zoon geen verheerlijkende literatuur meer schrijven. Legendarisch is zijn citaat ‘If any question why we died, tell them, because our fathers lied’. Misschien wel de mooiste, zoniet de meest aangrijpende woorden uit de Engelstalige literatuur….1  Dud Corner 1  25% title1  Dud Corner 2  25% title1  Dud Corner 3  25% title1  Dud Corner 5  25% title1  Dud Corner 8  25% title1  Dud Corner 9   25% title1  Dud Corner 11   25% title

The Loos Memorial / Dud Corner Cemetery. Hier staan de namen van 20633 gesneuvelde soldaten op vermeld. Naast John Kipling, tevens de dichter Charles Hamilton Sorley en de broer van de ‘Queen-Mother’, Captain Fergus Bowes-Lyon. Allen gesneuveld in Loos in 1915. 1772 Britten en 28 Canadezen rusten hier. Van op dit kerkhof hebben we een fenomenaal zicht op het slagveld. Het lichtgolvende landschap biedt nergens dekking en het vergt dan ook niet al te veel verbeelding om de huilende doedelzakken over dit terrein te horen galmen. Het geschreeuw van de gewonden en het geratel van de Duitse mitrailleurs maakten hiervan een duivelse cocktail. Van hieruit bespeuren we ook het Canadese monument van Vimy. We staan akelig dicht bij de enorme terrils, enkel gescheiden door het geraas van het verkeer op de kaarsrechte baan.

1  Dud Corner 4  25% title



 

Nu trekken we naar het hart van het slagveld. En dit gaat niet zonder slag of stoot. Ondanks een behoorlijke voorbereiding is het niet eenvoudig om het juiste baantje te vinden. Als we dan toch juist zitten, lijkt de enige modderpoel in het zonovergoten landschap zich net voor ons te bevinden. Safety first – het nieuwe record ‘achteruitrijden op slecht terrein’ staat nu op mijn naam. Kort daarop belanden we dan toch aan het Quarry Cemetery, welk aan de Britse zijde van het slagveld ligt. De naam doet vermoeden dat dit zich in een steengroeve bevindt, doch deze bevindt zich even verderop. Een honderdtal graven worden hier verzorgd. Tijdens de oorlog werd deze plek herhaaldelijk beschoten waardoor verschillende reeds begravenen als het ware ‘verdwenen’. Vandaar de ruimte tussen de stenen. Mijn wagen had ondertussen 4x4-allures aangenomen en om hem te temperen, besloten we het stuk niemandsland naar de Hohenzollern Redoubt te voet te doen. Een maat voor niets bleek later, want van deze haast onneembare Duitse stelling rest niets meer. Geen putje, geen brok beton, niets dus. Ik moest tot mijn ontzetting vaststellen dat op dit begroeid stuk braakland naarstig op konijn gestroopt wordt. Het wemelde er van de konijnen en her en der lagen vallen. Mogelijk was dit gerechtvaardigd (?) om de gewassen te beschermen. Een korte, maar hevige wandeling bracht ons terug aan de ‘Quarry’. Laatste punt was het centraal gelegen St. Mary's ADS Cemetery, waar 1,761 Britse en 19 Canadezen rusten, waaronder Kipling Jr.1  Quarry 2   25% title1  Quarry 3   25% titleQuarry 1   25% title1  ADS St Mary's 2  25% title1  ADS St Mary's 3  25% title

Ondertussen (1730u) was de avondspits al aardig op gang gekomen en moesten we onze slaapstek voor de komende twee nachten nog opzoeken. Letterlijk dan. De keuze was gevallen op een motel, gelokaliseerd in Henin-Godault, een commerciële aanwas van Lens. Toch nog een behoorlijke onderneming alvorens deze werd bereikt. Na de incheck, een heerlijke douche en een korte horizontale rust, waren we klaar voor een stevige hap. De eerlijkheid gebied mij te vermelden dat een hele dag in een combinatie van zon, wind en een behoorlijk gevuld programma, zijn sporen nalaat, en ik was er zeker niet rouwig om, om het bed op te zoeken. Nog twee dagen te gaan!