24-05-10

Fronttoer Marne - Champagne

 
dyn008_original_664_55_jpeg_2531478_c31e7b769f5df63ec6b2b2d8f7223b5c.jpg

Minstens een maal per jaar slaat de koorts toe. Dan wordt er weer een stukje van het front van de Grote Oorlog omgeploegd. Gelukkig ditmaal enkel met de nodige documentatie en een fototoestel in de hand.

Vorige week was het dus prijs. Na een weerom uitbundige voorbereiding trok ik met mijn collega Frontschwein naar Frankrijk voor een nieuw én een eerder bezocht stukje onder ogenschouw te nemen. Maandag ergens in de voormiddag, 0600u om precies te zijn, laad ik mijn collega in en scheuren we richting Sain-Quentin. Van daaruit zal het richting Compiègne, meer bepaald Rethondes, zijn voor een eerste 'rendez-vous avec l'histoire'. Hieronder een beperkt verslag. Voor een hele hoop meer foto's kan je terecht op mijn Picasa web. 

Manchester Hill is een heuvel vlak bij Saint-Quentin. Gespecialiseerde media leert ons dat het 16e Bn van de 30th Division van het Britse leger daar meer dan behoorlijk strijd leverde tegen de Duitse militaire heropleving in 1918. Onder leiding van Kolonel Elstob verdedigden zij daar de heuvel tot bijna de laatste man. Van de ruim 160 man die de strijd aangingen bleven er 17 over. Elstob werd ook gedood maar leeft verder met zijn historische woorden: "This is Battalion Headquarters. Here we fight and here we die". Vandaag is er echt niets meer te zien wat ons herinnert aan die actie, enkel een verwaterde herinneringskrans met poppies hangt aan de draad. Het weer ondermijnt ook een beetje het moreel; het pleurt en na onze eerste uitstap hangen de broekspijpen al vol slijk. En zonder enige fronttoeristische voldoening. Dit zou de enige plek van de tour zijn waar Britse activiteit plaats had. Op naar het tweede punt.

Op 11 november 1918 werd in Compiègne de wapenstilstand tussen de geallieerden en Duitsland getekend. Dat leren ons de geschiedenisboekjes. Eigenlijk is het in een bos op het grondgebied van Rethondes dat de treinwagon stond. Stond. Toen Hitler, nadat hij in 1940 Frankrijk vernederd had door dezelfde wagon te gebruiken, de wagon naar Berlijn liet slepen, vernietigde hij tegelijk de hele site. Niets zou nog overblijven van de overgave van Duitsland in 1918. De oorspronkelijke wagon werd tegen het einde van WO2 in brand gestoken door de SS. In het museum vinden we nog wel twee aangebrande deurlijsten. 

Een identieke wagon van dezelfde productielijn werd aangesleept en in het museum geplaatst. Als ik er voor sta moet ik vaststellen dat het geen verschil zou uitmaken gezien deze er even authentiek uitziet. Het kleine museum achteraan herbergt een hoop exclusief fotomateriaal over de site op zich en wat mooie spullen als daar zijn: de veren waarmee het Verdrag van Versailles is getekend.

dyn008_original_686_515_jpeg_2531478_a045d56c889d31751aa738d1e4d1d3e7.jpg

  

Als we buitenkomen is het al grijs wat de klok slaat. De site is op zich al niet echt indrukwekkend, de platte stenen die de exacte plaatsen aangeven nodigen niet echt uit tot fotograferen. De bomen geuren heerlijk fris maar onze apparatuur is niet veilig in dit weer. Onder een druilerige hemel scheuren we weg. Via Pierrefonds, met zijn indrukwekkende kasteel, rijden we een heel eind naar Belleau. 

Belleau Wood, het heiligste der heiligen voor de Amerikaanse Marines, is een veel minder vreedzame plek. Als we daar aankomen breekt de zon nog door ook. Gaat het tij keren?
Helaas is het een beetje op en af. Het typische Amerikaanse kerkhof is ingeplant aan de noordzijde (Duitse zijde) van het bos. In juni 1918 vocht het Amerikaanse leger hier voor het eerst zelfstandig een heftige veldslag uit. Nu is 'veld' wel veel gezegd, want het was nagenoeg allemaal in het woud te doen. Dicht begroeid en op een kleine heuvel, was dit een uitstekende uitvalsbasis voor de Duitsers. Het duurde dan ook een maand voordat de 3e en 4e Divisie het bos gezuiverd hadden.  

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_18d871899ab4578fe54594d9437dfa50.jpg

 

Het bos is vrij toegankelijk met een parking centraal. Hier staan enkele artilleriestukken en een monument. Na wat geklooi met onze zelfontspannende camera, maken we een korte maar sfeervolle wandeling door het bos. Het weer wordt ondertussen alsmaar beter! 

Volgende stad is Chateau-Thierry. Hier staat een weerom imposant memorial voor de Amerikaanse troepen die het leven lieten in de laatste maanden van de oorlog. Van op de heuvel overschouwen we de stad, welke net als alle Franse steden ontzettend uitbreid middels industriële zones. Echt mooi is het niet. Het monument op zich is dat zeker wel; al getuigd het van de neo-classicistische stijl uit de jaren '30. Weinig emotie maar wel strakke vormen.

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_cdee8769365b554aef8398b84bf9ac3f.jpg

  

Dan rijden we een 25 kilometer naar Dormans. Onderweg zien we de golvende heuvels van de nabije Champagnestreek opduiken. Helaas zijn ze nog niet groen, maar ambachtelijke activiteit heerst er wel degelijk.  

In Dormans staat (een van de vele) 'Monument Mémorial des batailles de la Marne'. Laten we niet vergeten dat het Franse leger in 1914 reeds een miljoen mannen verloren had in de ijdele hoop de Duitsers tot staan te brengen. In juli 1918 deden ze dit nog eens lichtjes over in het gezelschap van hun geallieerden. We mogen ze wel de bombast vergeven die wordt gebruikt om zoveel verlies te herdenken. (Frankrijk verloor tijdens de oorlog zeker ruim 1 350 000 militairen, België 36 000, al geven verschillende bronnen andere cijfers) 

De dubbele kapel, in twee etages is koud en buiten enkele mooie glasramen, is het het kleine museum achteraan dat wat extra info geeft. We hebben al mooier gezien! In het aanpalende ossuarium liggen 1500 gevallenen waarvan slechts 11 geïdentificeerd zijn.

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_abf766f311c7b2d89a21c5961bd7fff1.jpg

                  

De laatste rechte lijn alvorens we ons hotel opzoeken, is het onooglijke dorpje Mondemont. We passeren Champaubert, waar Napoleon in 1814 nog succesvol slag leverde tegen de Russen.   

In Mondemont staat weerom een gigantisch monument, het 'Monument de la Victoire', ditmaal van Franse makelij. Het meet 33m in de hoogte en bestaat uit een roze granietsoort. Het is een werk van Paul Bigot met bas-reliëfs van Henri Bouchard. Het monument was af in 1939 maar werd pas in 1951 ingehuldigd. Als we er voor staan is het meer dan imposant. Het is lelijk, maar alleen al zijn afmetingen doen vermoeden dat het respect voor de gevallenen van de 1e slag om de Marne (ook wel 'het mirakel' van de Marne genoemd) wel degelijk een belangrijke plaats inneemt in de Franse geschiedenis. Dit is tevens de meest zuidelijke plaats die we zullen aandoen. Van daaruit is het richting Epernay voor het culinair afsluiten van een lange eerste dag. 

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_a968fde27f96a1be1a972a98617756ab.jpg

  

De volgende ochtend baden we (fig.) in een zonovergoten streek. Een felblauwe lucht en stralende zon zetten ons echt in gang. We plunderen het ontbijtbuffet en voor we het zelf beseffen is onze tweede dag ingezet.

Terug Via Dormans - met een klein zijsprongetje (Chatillion-s/Marne) wegens té mooie streek - rijden we naar Fère-en-Tardenois. Daar vinden we snel het 'Oise-Aisne American Cemetery and Memorial'. Een kort bezoek leert ons dat overal de standaard wordt gehandhaafd: kraaknet, stijlvol, warm. Overal waar wij zullen uitstappen, stoten we op tuiniers of lieden van aanverwante ambachten.

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_e8a11800538d932c509adb67ed96a4a9.jpg

Even terug de baan op voor 'La Hauttée du Diable', een bijzonder natuurlijk landschap dat enkele bijzondere rotsformaties herbergt. Hier was het dat kunstenaar Paul Claudel samen met Camille als kind en puber speelden. De vreemd gevormde rotsen zouden later een grote inspiratie voor beiden zijn. Het bestijgen van de heuvel is steiler en langer dan ik dacht maar de rotsen hebben inderdaad fabelachtige vormen. Na dit toeristische tussendoortje terug naar de les!  

Omdat we er maar niet genoeg van kunnen krijgen, staat er nabij het dorp Wallée een bijzonder aangrijpend kunstwerk/memorial genaamd 'Les Fantômes'. Geografisch: La Butte de Chalmont. De beeldengroep van Landowski beeld 7 mannen uit van verschillende eenheden die een nagenoeg naakte jongeling omschermen. De lange trappen naar het beeld toe symboliseren de oorlogsjaren. De klim is niet erg steil maar wel meer dan 100m lang. Het is een zeer mooie beeldengroep en het uitzicht (zeker als ik nog verder omhoog loop) is schilderachtig. Collectief viel de beslissing om hier maar gelijk te picknicken. 

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_3db15ad7a6af94447f37d40cc954c4b6.jpg

 

We rijden nu naar het noorden, richting Soissons. We stoppen bij het Fort de Condé, wat gepland staat als te bezoeken. Goede keuze blijkt later. Het fort was bij het uitbreken van de oorlog reeds onbruikbaar en ontdaan van alle bewapening. De Duitsers namen het dan ook gewoon in zonder een schot te lossen en richtten er een hospitaal en rustkazerne in. Het fort werd nooit beschoten wat resulteert in een haast ongerepte structuur, wat eerder zelden is bij zulke bouwwerken. De ruimtes worden ook gebruikt voor andere culturele activiteiten, zoals bleek uit de (navenant) artistieke structuren en beelden die we tegenkwamen. Moet kunnen, het stoorde geenszins.

Le Chemain des Dames, een stukje baan van een 30-tal kilometer lang, was in 1917 het strijdtoneel en eindpunt voor vele soldaten. Bekendste feit over deze locatie is wel dat hier in '17 de muiterijen uitbraken. De Franse soldaten hadden er genoeg van om dag na dag als vee over de vlaktes te worden gejaagd om te sterven. Enige terreinwinst was onbestaande en met de ellende van Verdun nog in het achterhoofd leidde dit tot stakingen. Deze werden eerst hardhandig gebroken door enkele exemplarische executies, maar leverden uiteindelijk toch een beter beleid op.  

Langs de weg zien we tal van kleine herdenkingsstenen, maar we focussen ons op het bezoeken van de 'Caverne du Dragon', ofte 'Drachenhöhle'. Deze oude ondergrondse steengroeve werd tegelijkertijd door zowel de Duitse als Franse militairen gebruikt. Het bezoek kan enkel onder begeleiding, dus we engageren ons in de groep van 1630u. Tot onze verbazing bestaat deze groep uit mezelf, mijn collega en een allercharmantste Française als gids. Omdat wij klootzakken zijn laten we ze de uitleg in het Engels doen (ze stelde het zelf voor!) wat ze nog prima deed. Zij trok dus in het gezelschap van twee 'grumpy not so old men' naar de koele diepten van de heuvelrug. Haar uitleg was haast feilloos en de informatie was boeiend. Na een klein uurtje kwamen we terug boven en de zon was nog steeds van de partij.  

De beslissing om de baan nog eens rustig af te rijden loopt bijna falikant af als blijkt dat mijn brandstofmeter haast in het rood staat. En net dan vind je geen pomp, uiteraard. Toen het lichtje nog begon te branden werd het wel erg stil in de auto, waarvoor nogmaals mijn excuses aan mijn navigator die veel erger vermoedde. Er werd beslist om de bewoonde wereld op te zoeken en de rest daags daarop te doen.  

Ik kan gerust stellen dat we met de hakken over de sloot Reims binnenbolden. Daar werd de tank weer vol juice gekapt wat een zalig gevoel van rust geeft; Reims ligt dus net als vorig jaar nog steeds helemaal open wat me deed veronderstellen dat we zonder te tanken nooit aan ons hotel zouden geraakt zijn. Gelukkig was de ontvangst warm en het restaurant vlakbij. Zo gaat het goed, zo gaat het beter!  

Woensdag was ingepland als een beetje een 'rustdag'. Niet dat we op onze luie reet de lokale brouwselen zouden zwelgen gelardeerd met fijne hapjes. Neen, een mooie tour rond de Champagnestreek met niet al té veel oorlogsmiserie. Het werd dus anders, wat dacht u. 

Om onze schade van de dag ervoor enigszins in te halen werd er met een kleine maar schilderachtige boog terug naar het noorden gereden. Doel was 'Le Plateau de Californie'. Onderweg stopten we nog aan het mooie 'Monument des Basques' waar we tevens een prachtig uitzicht kregen op zowel de lager gelegen streek als het hoger gelegen plateau.

dyn008_original_519_775_jpeg_2531478_7b67d7076c26fefc19651f4d001a65cd.jpg

 

Onderweg weerom een link naar Napoleon I in de vorm van een redelijk gestileerd standbeeld op de basis van een oude windmolen. Hier vocht hij zijn laatste succesvolle slag uit alvorens hij bij Waterloo werd verslagen (al gaf hij de Pruisen in de aanloop naar Waterloo in Quatre-Bras ook behoorlijk op hun donder, maar dat is een ander verhaal). Als we langs het plateau rijden komen we aan de obligate didactische platen waarvan heel de regio overigens goed is voorzien. Hier leren we weerom bij over de omstandigheden waarin er werd geleefd en gevochten op en omtrent de heuvelrug. Het vrij nieuwe kunstwerk dat even verderop staat heet 'Ils n'ont pas choisi leur sepulture', wat zoveel wil zeggen dat er nog behoorlijk wat gesneuvelden in en onder de grond steken. 

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_ca1bb27bd7c1fc2a4a08361a13f9c0a1.jpg

 

Ondanks deze morbide gedachte, die overigens al helemaal niet nieuw is in deze materie, wagen we ons aan een mooie, duidelijk aangeduide wandeling op de heuveltop. De maaier ter plekke beloofd ons een 20' wandeling; het worden er 40'. Geen probleem voor ons, het weer is excellent en de sfeer is top.

Van daaruit rijden we via het oude Craonne naar het 'Monument aux Chars d' Assaut'. Dit monument gedenkt de roemrijke inzet van de Franse tanks van '17 tot '18. Ik meen me nochtans niet te herinneren dat dit zo fenomenaal moet geweest zijn maar ik was er niet bij. De site is verfraaid met voertuigen uit een latere periode. Van daaruit beloof ik mijn kompaan een schilderachtige rit naar het volgende point of interest. Blijkt al snel dat mijn navigator een klopje van de hamer krijgt waardoor de rit verder in stilte gebeurt. Of toch niet. Een flink gecatapulteerde kei land in mijn voorruit en resulteert in een fraai sterretje...

dyn008_original_784_526_jpeg_2531478_bf3145c85edf03aae1106ab30f4af08d.jpg

 

Het monument 'Blanc Mont' (en niet omgekeerd) gedenkt de inzet van 70 000 Amerikaanse soldaten die samen met de Fransen in die regio succesvol weerstand boden aan de laatste Duitse aanvallen. Er staat een toren die vlot (...) te beklimmen is en een prima beeld biedt van de streek. Naast de toren restanten van loopgraven maar al in ver geërodeerde staat. Van daar is het naar het 'Monument Ferme Navarin', alwaar ik op een vorige passage over uitwijdde. Mijn collega is ten zeerste verrukt over het bouwsel en laat zich fotografisch volledig gaan. Ik stel ondertussen vast dat het sterretje is uitgegroeid tot een barst van een 40cm lang. Ok, dat weten we dan ook weer. Gelukkig hebben we nog voldoende brandstof, denk ik dan...

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_7d39a0842eb61a368ffe8b015a3d5e71.jpg

                 

De rest van de namiddag en avond zal zich afspelen in en omtrent Reims. Ik drop mijn maat aan het Fort De la Pompelle, wat ik ook reeds eerder bezocht en doe een beetje prospectie wat de ruit betreft. Zonder succes, maar eerder gerustgesteld, pik ik hem terug op om vervolgens naar het centrum van de stad te rijden. Dat was niet eenvoudig. De hele stad ligt dus nog steeds open en lange, trage files murwen zich door de stad. Uiteindelijk bereiken we op een onverwacht vlotte manier het gebouw/museum 'Salle de la Reddition 1945'.                  

In dit voormalige schoolgebouw bevond zich het hoofdkwartier van generaal Eisenhouwer gedurende de laatste maanden van de tweede wereldoorlog. Hier was het dat de definitieve overgave van het Duitse leger werd getekend. Eerder vonden er al zulke overgaves plaats in Italië en aan de Britten op de Lüneburger heide.                    

In Reims werd op maandag 7 mei om 1441u het definitieve einde van de oorlog (toch wat het Westen betreft) ondertekend tussen o.a. generaal Jodl, stafchef van het Duitse leger en de geallieerde bevelvoerders ter plaatse. Lt Gen. Walter Bedell Smith tekende in naam van de geallieerden. Twee dagen later zou dit nog eens worden overgedaan in Berlijn door Veldmaarschalk Keitel en generaal Zjoekov.

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_1385f0ac9a4bdeb50025f8ed556dcdb3.jpg

 

Ongetwijfeld een historische plaats om u tegen te zeggen. Het beperkte maar fraaie museum herbergt enkele mooie stukken, maar het is natuurlijk vooral de zaal waar de plechtigheid plaatsvond die de aandacht trekt. Het meubilair en de kaarten bevinden zich achter glas en de tapijten zijn ook verwijderd, maar verder oogt het aardig historisch. En daar doen we het voor natuurlijk! We kunnen nog net ontsnappen voordat het museum wordt gesloten. Misschien nog een bezoek aan de kathedraal? Nu we er toch zijn.  

Weerom via een hele omweg belanden we in de straat pal voor het gebouw. Een bezoek aan de kathedraal is in Reims natuurlijk obligaat, maar persoonlijk vind ik hem binnen nogal donker en saai. Terwijl mijn maat zich laaft aan Goddelijke steun en inspiratie, nestel ik me buiten in de zon om van het passerende volk te genieten. Een gezond evenwicht, denk ik dan.  

Nadat ook deze energievretende activiteit voorbij is, zoeken we een (blijkt later) geweldig Italiaans restaurant op, op de 'boulevard m'as tu vu', recht tegenover het Grand Hotel du Nord. Het menu is niet alleen van een hoge kwaliteit, maar - zo blijkt later - ook nogal kwantitatief. Flink doorspoelen dus! Toch slagen we er in om omstreeks 2130u naar het even buiten de stag gelegen hotel te rijden in ... net geen 12 minuten. 

Donderdag, laatste dag van onze onderneming. Tijdig gepakt en gezakt verlaten we de weerom hectische stad. Richting: La main de Massiges. Dit kleine dorp lag vlak achter de vuurlinie toen de Fransen zich hadden ingegraven om de heuvel. De tranchée bovenop de heuvel is ondertussen flink uitgebreid en oogt werkelijk zeer realistisch. Een bordje 'Entrée interdite' lijkt ons op deze verlaten plek een beetje onnozel en voor we het weten staan we er in. 

dyn008_original_775_519_jpeg_2531478_1956cb1ad48165ab8ce1a1687500f468.jpg

 

Hoogste tijd voor een 'then & now' foto, dus met de documentatie die we meezeulen belanden we in het stadje (?) Vienne-le-Chateau. Proviand word ingeslagen en de nodige foto's gemaakt. Het toch wel mooie militaire kerkhof van La Harazée noodt ons tot een stop. Via Saint-Menehould rijden we naar het Argonnenwoud. La Haute Chevalchée, Lachalade, het zijn namen voor stukken van het redelijk ondoordringbare bos. Gelukkig loopt er een klein geasfalteerd baantje door waarop het zacht bollen is tegen 40km/u en raampjes open. Excellent! We houden halt aan het Ossuaire d'Argonne alwaar we de resten van onze mondvoorraad plunderen. Vandaar is het richting Varennes, waar het lichtjes oversized 'Pennsylvania Memorial' nogmaals de Amerikaanse bijdrage gedenkt. 

dyn008_original_784_526_jpeg_2531478_0cf266e4af58d4658592db8f05fc4a4d.jpg

Als uitsmijter beloof ik mijn navigator een knokenbrekende wandeling op de Butte de Vauquois. Vorig jaar hield ik het zelf bij een kleine verkenning; vandaag wil ik het hele parcours doen. En dat valt nogal mee. Met een beetje omzichtigheid en aangepast tempo waren we na een goede 50' rond. 

dyn008_original_784_526_jpeg_2531478_bf2d3757be74344df911aaa0864b7d31.jpg

                  

Het oude dorp Vauquois werd volledig vernietigd middels 13 mijnen die tot ontploffing werden gebracht. Het beeld van de heuvelrug is dan bij wijlen ook hallucinant. De Duitse zijde is hier en daar fraai gerestaureerd en wij wringen onze lijven dan ook door de nauwe gangetjes en poortjes. Zeer de moeite dus om te doen, maar wel voorzien zijn van een stel stevige knieën. In ons geval ging het nog net, maar veel meer moest het niet zijn.  

Gezien we voor een keer voorlopen op ons schema, biedt ik mijn reisgezel nog twee extraatjes: het Amerikaanse Memorial op de Butte de Montfaucon en het Duitse kerkhof in Romagne. De opmerkzame lezer zal zich afvragen, waarom het gigantische Amerikaanse kerkhof dan niet? Wel, dat kennen we ondertussen al! 

Romagne is dus het eindpunt. Er word gekozen voor een terugweg via Sedan, Bouillon en Luik. Het zal mijn navigator worst wezen, want de vermoeidheid begint zijn sporen na te laten. Eens terug in Wallonië trappen we het pedaal flink in en rijden zonder enig oponthoud naar Antwerpen.

dyn008_original_400_597_jpeg_2531478_2effc64ae03f179a7ff108b7cf1d5540.jpg

 

En zo gaat het altijd: je bent mekaar weer volledig gewend en je kofferruimte geraakt wat georganiseerd, en dan is het net voorbij.  

Met deze uitstap is het laatste gaatje van ons front gedicht. Wij kunnen nu trots stellen dat het hele Westelijke Front van '14-'18 door ons bezocht is. Van de Westhoek, over de Artois, Picardie, de Somme, de Marne, Champagne, Argonne, Verdun en de Elzas. Elke trip in de toekomst in deze materie wordt herhaling of een iets dieper ingraven (héhé) in bepaalde regio's. Plannen voor een nog iets grotere trip sluimeren reeds!

 

19:59 Gepost in Historie | Commentaren (2)

25-05-08

If any question why we died, tell them because our fathers lied...

De Artois maakt deel uit van de regio ‘Nord-Pas-De-Calais’, en heeft als centrale stad, Arras. Andere bekende plaatse zijn St. Omer, Lens en Bethune. Makkelijk te bereiken via Kortijk, Armentières of Lille. Een kleine sprong over de grens dus.

 

Omdat wij graag gelijk op ons doel afgaan, was het eerste ‘point of interest’ gelijk een Memorial Park. Het Fromelles Australian Memorial Park is gesitueerd net buiten het dorp. Het is gelegen op de Duitse linies welke werden aangevallen door de Australiërs op 19 juli 1916. Deze werden kort bezet, maar snel weer uit handen gegeven. In de aanval en de algehele terugtrekking naar de eigen linies verloor de 5e Australische Divisie nagenoeg 5500 man. Velen werden gewond tijdens de terugtocht en bleven geruime tijd in het niemandsland achter. Verschillende dapperen waagden hun leven om hun kameraden van het slagveld te halen. Dit wordt erg grafisch weergegeven door het beeld van Peter Corlett, geplaatst tussen de resten van enkele Duitse bunkers. Cobbers 4  25% titleCobbers 1  25% titleCobbers 2  25% titleNet zoals bij mijn vorige bezoek speelt de zon mij parten waardoor ik nauwelijks een goed frontaal zicht op het beeld heb. Het silhouet tekent zich dan ook tot op grote afstand haarfijn af tegen de felle lucht. Al snel hebben we door dat wij deze drie dagen behoorlijk wat foto’s zullen schieten. Een monument als dit vraagt er dan ook om.

Cobbers 3  25%  title

Op wandelafstand ligt het VC Corner Cemetery. Hier liggen de resten van 410 ‘Diggers’ welke niet geïdentificeerd zijn na de oorlog wegens pas geborgen na de wapenstilstand. Opvallend is dan ook dat er geen individuele grafstenen staan, zoals we kennen van de Britse kerkhoven. Twee stenen kruisen staan afgebeeld in het smetteloze gazon. Op de muur achteraan staan nog de namen van 1298 soldaten van de 5e Div. die geen gekend graf hebben. Verder valt te vermelden dat dit het enige War Cemetery is waar enkel Australiërs rusten.1  Cobbers view VC 1  25% title1  VC Corner 3   25% title1  VC Corner 6   25% title

Even naar de wagen om een ferme kilometer verder het hoekje om te gaan. Daar vinden we Le Trou Aid Post Cemetery. Via een klein gebouwtje kom je precies in iemands tuin terecht. Buiten de traditionele rust, straalt deze plek nog een soort gezelligheid uit. Het omringende water met eendjes, en de schaduw geleverd door de treurwilgen, geven hier een extra sfeer. Deze plek was reeds in oktober 1914 het eindstation voor vele gesneuvelden. Later werden doden uit de omstreken hier bijgezet. Het glooiende landschap van het toch niet zo grote kerkhof biedt boeiende zichten op de inplanting van de stenen.1  Le trou 2   25% title1  Le trou 3   25% title

Volgende post is het dorp Neuve-Chapelle. De slag die hier werd uitgevochten (10-12 maart 1915), was van cruciaal belang voor de verdere ontwikkeling en aanpak van het Britse leger. Voor het eerst werd er een behoorlijke artilleriebeschieting gepland en werd er vanuit de lucht bijgehouden hoe de zaken er voor stonden. Communicatie werd belangrijk, temeer omdat het succes de infanterieaanval later in de strijd afhing van de eerdere resultaten. Dat er een chronisch gebrek was aan (juiste) munitie was van ondergeschikt belang. Op het thuisfront werd dit politiek uitgevochten; in Frankrijk liepen de bevelvoerders met de neus in de lucht en zetten kost wat kost hun plan door. En dat viel hier dan nog erg mee ook. Het dorp werd vrij vlot ingenomen. Slechts enkele weerbarstige Duitse mitrailleursnesten hielden de zaak hier en daar op. Van de 40 000 geallieerde manschappen, lieten er 7000 Britse en 4200 Indische het leven. Zelfde cijfer aan Duitse zijde. Met Neuve-Chapelle te heroveren hadden zij een sleutelpositie in de ‘Aubers Ridge’ kunnen innemen. Toch ten koste van een hoge prijs. Uiteraard was dit peanuts in verhouding met wat er nog zou volgen.Opvallendste monument is het Indian Memorial Dit ligt op een punt, toen gekend als ‘Port Arthur’. Dit monument houdt de herinnering levende aan de gesneuvelden én gedeporteerden van de Indische brigades die hier zwaar werk leverden. Een rondom gesloten tuin met een 15m hoge zuil, geflankeerd door twee tijgers en diverse afbeeldingen van exotische dieren, laat geen twijfel mogelijk. De vermelding ‘India 1914 – 1918’ geeft duidelijk aan dat deze koloniale onderdanen meer dan hun dienst bewezen hebben en daar best een eigen plekje voor mogen hebben. Hier worden ook de Indiërs herdacht die in België gevochten hebben, én 210 manschappen die als krijgsgevangen het leven lieten in Zehrensdorf nabij Berlijn. Pas na de val van de muur werd ter plaatse ook een officiële gedenkplaats opgericht.1  Indian  5  25% title1  Indian 3   25% title1  Indian 6  25% title1  Indian book   25% title1  Indian 2   25% title

1  indian 7   25% 75% title


Een goede 100m verder op de baan vinden we het Portuguese Cemetery. In de tweede fase van het Duitse lenteoffensief in april '18 (Slag om de Leie) werd de 2e Portugese Divisie ingezet. Van de 1831 graven zijn er 239 'Desconehcide', ofte onbekend.
De grafstenen zijn van een kenmerkende vorm en de José’s en Joaquins zijn gegraveerd in een brute steen. De voorbij stormende trucks op de baan slagen er ook niet in deze vrijwilligers terug tot leven te brengen. Dit is het eerste Portugese monument dat ik tegenkom op het Westelijke Front.1  Portuguese 1   25%  title1  Portuguese 2   25% title

Festubert. Was het niet om de slag die hier plaats had in mei 1915; niemand zou er van gehoord hebben. Ook hier een gebrek aan munitie. De geallieerden hadden op dat moment immers tevens de handen vol in Gallipolli (Turkije), waar hun landingstroepen vastgenageld zaten op de stranden. Oorlog voeren op verschillende fronten vergt natuurlijk veel materiaal en we mogen niet vergeten dat Groot-Brittannië vòòr de 1e Wereldoorlog enkel een klein maar wel erg professioneel leger had. En in een oorlog die volop op industrieel niveau begon te draaien, diende er erg te worden bijgebeend. Dit zou leiden tot het feit dat er voor de veel grotere aanval in Loos vier maand later nóg minder munitie voor handen was. Hier vind je op een km² een vijftal cemeteries, maar ongemeen mooi is het Le Touret Memorial to the Missing. Het grootste gedeelte van de niet-geïdentificeerde gesneuvelden worden hier herdacht. Je weet niet waar eerst kijken bij het betreden van dit monument. Een zuilengalerij met frisgroene binnentuinen doen het op een Italiaanse piazza lijken. Doch op de muren vinden we de namen van maar liefst 13375 soldaten, alles gesneuveld tussen 1914 en september ’15. Vanuit de ontelbare invalshoeken lijkt dit monument soms iets van een labyrint te hebben.1  La Tourette 3   25% title1  La Tourette 4   25% title1  La Tourette 5   25% title1  La Tourette 6   25% title1  La Tourette 7   25% title

De slag bij het mijnersdorpje Loos (25 september – 18 oktober) was het eerste grote Britse offensief van de oorlog. En de eerste keer dat de geallieerden gas gebruikten. Een groot gedeelte van de troepen bestonden uit Schotten, waaronder de 9th (Scottish) Division, de allereerste eenheid die werd samengebracht onder Kitchener. Het gas van de Britten (keurig ‘the accessory’ genoemd) deugde voor geen meter en ook de weersomstandigheden (de wind in dit geval) was niet zeker of het zijn medewerking zou verlenen. Uitgerust met primitieve gasmaskers gingen zij in de aanval. De afwezigheid van de reservetroepen stond de ambitie van (toen nog Legercommandant) Douglas Haig niet in de weg. In het zuiden verliep de aanval naar plan, maar in de noordelijke sector zat het erg tegen. Niet alleen zaten de Duitsers behoorlijk ingegraven, daarenboven keerde de wind en werd het chloorgas naar de eigen stellingen teruggedreven. Met een zekere chaos tot gevolg.Pas na enkele dagen liet Generaal French het reserveleger los. Onder hen John Kipling, zoon van de toenmalig grootste schrijver en protagonist van ‘the Empire’, Rudyard Kipling. Tijdens zijn eerste militaire actie sneuvelt John op 18-jarige leeftijd. Zijn naam komt op de muur van het Dud Corner Cemetery. Pas in 1992 werd het (vermeende) lichaam van John geïdentificeerd en bijgezet op het St. Mary’s ADS Cemetery. Rudyard zou na de dood van zijn zoon geen verheerlijkende literatuur meer schrijven. Legendarisch is zijn citaat ‘If any question why we died, tell them, because our fathers lied’. Misschien wel de mooiste, zoniet de meest aangrijpende woorden uit de Engelstalige literatuur….1  Dud Corner 1  25% title1  Dud Corner 2  25% title1  Dud Corner 3  25% title1  Dud Corner 5  25% title1  Dud Corner 8  25% title1  Dud Corner 9   25% title1  Dud Corner 11   25% title

The Loos Memorial / Dud Corner Cemetery. Hier staan de namen van 20633 gesneuvelde soldaten op vermeld. Naast John Kipling, tevens de dichter Charles Hamilton Sorley en de broer van de ‘Queen-Mother’, Captain Fergus Bowes-Lyon. Allen gesneuveld in Loos in 1915. 1772 Britten en 28 Canadezen rusten hier. Van op dit kerkhof hebben we een fenomenaal zicht op het slagveld. Het lichtgolvende landschap biedt nergens dekking en het vergt dan ook niet al te veel verbeelding om de huilende doedelzakken over dit terrein te horen galmen. Het geschreeuw van de gewonden en het geratel van de Duitse mitrailleurs maakten hiervan een duivelse cocktail. Van hieruit bespeuren we ook het Canadese monument van Vimy. We staan akelig dicht bij de enorme terrils, enkel gescheiden door het geraas van het verkeer op de kaarsrechte baan.

1  Dud Corner 4  25% title



 

Nu trekken we naar het hart van het slagveld. En dit gaat niet zonder slag of stoot. Ondanks een behoorlijke voorbereiding is het niet eenvoudig om het juiste baantje te vinden. Als we dan toch juist zitten, lijkt de enige modderpoel in het zonovergoten landschap zich net voor ons te bevinden. Safety first – het nieuwe record ‘achteruitrijden op slecht terrein’ staat nu op mijn naam. Kort daarop belanden we dan toch aan het Quarry Cemetery, welk aan de Britse zijde van het slagveld ligt. De naam doet vermoeden dat dit zich in een steengroeve bevindt, doch deze bevindt zich even verderop. Een honderdtal graven worden hier verzorgd. Tijdens de oorlog werd deze plek herhaaldelijk beschoten waardoor verschillende reeds begravenen als het ware ‘verdwenen’. Vandaar de ruimte tussen de stenen. Mijn wagen had ondertussen 4x4-allures aangenomen en om hem te temperen, besloten we het stuk niemandsland naar de Hohenzollern Redoubt te voet te doen. Een maat voor niets bleek later, want van deze haast onneembare Duitse stelling rest niets meer. Geen putje, geen brok beton, niets dus. Ik moest tot mijn ontzetting vaststellen dat op dit begroeid stuk braakland naarstig op konijn gestroopt wordt. Het wemelde er van de konijnen en her en der lagen vallen. Mogelijk was dit gerechtvaardigd (?) om de gewassen te beschermen. Een korte, maar hevige wandeling bracht ons terug aan de ‘Quarry’. Laatste punt was het centraal gelegen St. Mary's ADS Cemetery, waar 1,761 Britse en 19 Canadezen rusten, waaronder Kipling Jr.1  Quarry 2   25% title1  Quarry 3   25% titleQuarry 1   25% title1  ADS St Mary's 2  25% title1  ADS St Mary's 3  25% title

Ondertussen (1730u) was de avondspits al aardig op gang gekomen en moesten we onze slaapstek voor de komende twee nachten nog opzoeken. Letterlijk dan. De keuze was gevallen op een motel, gelokaliseerd in Henin-Godault, een commerciële aanwas van Lens. Toch nog een behoorlijke onderneming alvorens deze werd bereikt. Na de incheck, een heerlijke douche en een korte horizontale rust, waren we klaar voor een stevige hap. De eerlijkheid gebied mij te vermelden dat een hele dag in een combinatie van zon, wind en een behoorlijk gevuld programma, zijn sporen nalaat, en ik was er zeker niet rouwig om, om het bed op te zoeken. Nog twee dagen te gaan!